Beroepen in een taal

Waarop doe je een beroep?

Interessant woord, be-“roep”. Het woord lijkt te suggereren dat je betrekking – ook al zo’n dubbelzinnig woord – te maken heeft met spreken, talen en communiceren. Met je beroep behoor (ik kan er echt niets aandoen, ook al ambigue) je bij een “community of practice“, een beroepsgroep. Gemeenschap en community hebben het lemma “men” gemeen (iek!). “Men” komen (nee, die men niet) we niet alleen tegen in “meaning“, “mening”, “mentaal” maar ook in “human” en “mens”. Met je beroep bepaal je (ook) wie je bent, welke betekenis je hebt in een groep (ik zou bijna zeggen geroep) en waarop je een beroep doet. Elke beroepsgroep ontwikkelt een beroepscode met eigen uitdrukkingen, een eigen jargon, vaktaal, argot, Bargoens of, wat deftiger, terminologie (let op het impliciet gebruik van het woord “terminus“, grens of einde) waarvoor ik geheel vrijblijvend de term broepsgeroep poneer.

Met name (!) bij faciliteren dienen we bewust de bij een passende situatie horende (!) taal te gebruiken. We dienen te luisteren naar de opdrachtgever en aan te sluiten bij de groep. We spreken een taal (of zelfs talen) die aansluit(en) bij de betrokkenen. Tegelijkertijd dienen we over de situaties van het faciliteren te kunnen spreken in een beroepstaal. Om in gesprekken over faciliteren de situatie te kunnen vertalen. Om daarover te kunnen spreken hebben we weer een taal nodig. Velen menen dat we daarvoor een metataal nodig hebben, een taal over een taal.

Maar waar vinden we zo’n taal? Die vinden we uit. Het proces van het uitvinden van zo’n taal, jargon, noemen we professionaliseren (!, weer zo’n bekennend woord). Ik meen dat een van de dieperliggende redenen om over faciliteren in het Engels te spreken te maken heeft met pogingen tot het uitvinden van een metataal buiten de eigen dagdagelijkse taal. Aan de Nederlandse Universiteiten onderwijst men tegenwoordig meestal in het Engels (ik ben daar geen voorstander van, maar neem een fenomenologische positie in, dit gebeurt) onder meer omdat dat professioneel is. Om dezelfde reden was Nederlands populair in het Japan van de 18e en 19 e eeuw. In de Middeleeuwen was Latijn zo’n Lingua Franca. Maar hoe ontwikkelen Engelsprekenden dan weer een metataal? Bestaat er een postmetataal, een taal na de metataal? Ja en nee.

Het idee van de noodzaak voor een metataal bestaat alleen in een taal wanneer we over een taal willen spreken in termen van taal. Maar dan gebruiken we al een taal. Dus, denk ik dan, gebruiken we al een metataal. Ik meen dat we al een metataal gebruiken. Alle talen die we gebruiken, zijn ook metatalen. We spreken ze goed, maar omdat we ze spreken vanuit ons beROEP, verstaan (!) we de metataal niet goed. Onze taal, elke taal drukt (ook) een metataal uit in een Eigentaal. Iedereen heeft een eigen Eigentaal. Onze gearticuleerde taal spreekt een “kunst”matige taal die doorlopend verwijst naar een ander taalgebied: de lichaamstaal. En omdat iedereen een eigen en uniek lichaam heeft, heeft iedereen een Eigentaal.

Maar, ho even Lelie, hoe kunnen we elkaar begrijpen wanneer we allemaal een eigen taal spreken? Door onze beroepen. Ieder beroep ontwikkelt een jargon, een eigen dialect. Dit doen we door wat we roepen af te stemmen op elkaar. Voor de meeste beroepen is dat relatief eenvoudig, omdat ze te maken hebben met een concrete, inhoudelijke werkelijkheid (ik prefereer het woord Universe of Discourse, maar dat is een ander gesprek). Een timmerman laat hout spreken, een chirurg z’n mes. Het lastige van faciliteren heeft te maken dat we tegelijkertijd twee talen door elkaar heen gebruiken: de taal van de betrokkenen (= inhoud) en de taal van de betrekkingen (= proces). Die twee talen vallen samen in onze eigen Eigentaal, in de lichaamstaal. Dat maakt voor mij on-line faciliteren een on-ding: te weinig lichaamstaal.

De kracht van systemische werken, en dat gaat van System Archetypes via theatersport en opstellingen naar voice dialogue en yoga zit in het leren luisteren naar de eerste taal die we leerde: onze eigen lichaamstaal. We talen niet naar beter beroepen, maar naar beter beluisteren.

In mijn workshop presenteer ik niet te min een metataal waarin we met taal over taal kunnen spreken.

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.