Complex? Niet meer!

De kern van mijn betoog in het boek bestaat uit deze interpretatie van de wet van Ashby: enkel ons vermogen om met elkaar te communiceren beperkt ons vermogen om te faciliteren. Dit boek beoogt het vermogen om te faciliteren – het aangaan van verbindingen – te vergroten.

De Wet van Ashby (p. 108), de Wet van de Noodzakelijke Variëteit, schrijft voor dat elk besturingsdeel van een systeem over minimaal evenveel complexiteit dient te beschikken als in de omgeving van het systeem bestaat. Teveel complexiteit is overbodig of kost teveel, te weinig leidt tot problemen en kan het einde inhouden. In wezen, denk ik dan, een herformulering van de Universele Wet: “zo boven, zo beneden”. Het opmerkelijke feit doet zich voor, dat elk voldoende complex systeem zich ontwikkelt alsof het zich doorlopend moet afstemmen op de omgeving, een omgeving die bestaat uit gelijkaardig complexe systemen. Met elkaar ontwikkelen systemen een steeds “complexer” geheel, zowel de subsystemen als het Systeem (in termen van systeem van systemen). Het lijkt alsof er steeds net te weinig besturing bestaat of te veel complexiteit beschikbaar is. Dit had ik ook kunnen gebruiken als één van de twee assen van de Kaart van Werkelijkheidsopvattingen.

Asbhy beschrijft in zijn boek (An Introduction to Cybernetics) ook een andere formulering van zijn wet, de formulering die ik hier gebruik: een sturend orgaan – en dat kan leidend, adviserend, coachend, mediërend, …. faciliterend zijn – heeft niet meer vermogen om te besturen dan de eigen capaciteit als kanaal om te communiceren. Variëteit kunnen we vergelijken met verschillen. We dienen over voldoende verschillen te beschikken te kunnen veranderen en die veranderingen te kunnen begeleiden. Dit is een dynamisch evenwicht, een evenwicht dat zich uit in een doorlopende evolutie van toenemende complexiteit. We kunnen dit zien als een “race to the bottom” (toename van wanorde) of als een “race to the top” (toename van orde). Het is allebei, alleen niet tegelijkertijd en het hangt af van je eigen opvatting. We herkennen hier de wetten van verandering (p. 170): bij elk proces neemt het vermogen om entropie te genereren maximaal toe. De Wet van het Minste Werk leert ons dan, dat de ontwikkeling van de vermogens om te faciliteren weer zo langzaam mogelijk gaat.

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in complexiteit met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.