Paren

Ik gebruik in hoofdstuk 5 de observaties van Bion. Hij noemt het observaties, geen theorie, en vraagt iedereen zijn of haar eigen conclusies te trekken. Hij beschrijft onder meer het verschijnsel van “paren” maar “pairing”. Hij duidt dat volgens mij alleen als metafoor seksueel. Zijn basis observatie is dat een effectieve groep (“working group“) geen leiderschapskwestie heeft (impliciet gebruik van queeste, zoektocht intentioneel. Technisch is volgens mij het een doorlopende zoektocht, vergelijk “serving leadership“). Ik draai het dan ook om: een groep met een leiderschapskwestie vertoont disfunctioneel gedrag. Leiderschapsproblemen vormen een symptoom, geen oorzaak. Een leider verbindt de groep met de werkelijkheid, de omgeving. “Het werk” van een leider omvat het definiëren van de vigerende werkelijkheid, omgaan met de wereld buiten de groep. De lei-der is ook li-aison. Daardoor ontstaat echter het beeld – de projectie – dat de leider de groep vertegenwoordigd. Het zich vereenzelvigen met dit beeld werkt zolang het werkt: wanneer de werkelijkheid verandert, kan de identificatie disfunctioneel blijken.

Met “Pairing” verwijst Bion naar het fenomeen dat een groep de opdracht om met een leider te komen overdraagt aan een x-tal deelnemers. Het kunnen er twee zijn, bijvoorbeeld bij de verkiezingen tussen Rutte en Verdonk, het kan een commissie zijn of ook een verkiezing zoals bij PvdA en CDA.

Het fenomeen verwijst ook naar het lemma “schap” of “ship“: een leider wordt geschapen, gemaakt. Niet door zich zelf, denk ik dan, maar door de groep. De groep schept zich een leider en deze moet zich bewust zijn van het feit dat hij of zij niet de leider IS maar dat de groep een leider HEEFT. We hebben elkaar nodig, om het zo maar eens te zeggen. Dit scheppen gaat via overdracht en tegenoverdracht en lijkt inderdaad op verschijnselen als verliefd worden, verloven en trouw (aan de leider).

Ik had laatst een opdracht om van een groep van drie mensen nu eindelijk eens een team te maken van hun projectgroep. Hun leider vonden ze aardig, maar zwak. Er waren al verschillende pogingen gedaan, maar niets werkte, Tijdens de sessie – met organisatie opstellingen – bleek dat ze in de fictie (let op: ze waren gefixeerd, het was fictief en zelf gemaakt) verkeerden dat ze als een team moesten werken. Een eenvoudig afstemmingsmechanisme voldeed.

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.