Sneller tot resultaat komen

Een van de vragen van de afgelopen samenscholing was: “Hoe met groepen sneller tot een resultaat of gezamenlijk beeld te komen?“. Daarop zijn verschillende antwoorden mogelijk.

In “Change” geven Watzlawick, Fish en Weakland één van hun belangrijkste aanwijzingen: “go slow“. Wanneer een groep “sneller” wil, kan het zijn dat ze niet bereid of in staat is wat haar beweegt te bespreken. Er is iets – een schaduw, twijfel, woede, verdriet – wat maakt dat de groep een gezamenlijk beeld zoekt. De oplossing ligt dan in het bespreekbaar maken van wat de groep doet bewegen.

In andere gevallen bestaat het probleem uit het gezamenlijke beeld. Een beeld dat niet meer werkt, te veel van het goede, meer van hetzelfde. Er bestaat de aanname dat een gezamenlijk beeld een groep richting, een doel heeft gegeven. Een beeld zoals vroeger, zoals bij de anderen. Dat “is” ook zo, want we maken doorlopend projecties, beelden, intenties en verlangens. En iedere succesvolle groep ZEGT een gezamenlijk beeld te hebben. Succes maakt dat we verschillen vergeten, veronachtzamen, verkleinen of zelfs vergeten. Succes maakt veel goed. Pas wanneer succes uitblijft, ontstaat de behoefte aan een gezamenlijk beeld. Want het zijn immers de succesvolle groepen die een gezamenlijk beeld hebben. We merken echter alleen maar de helft van deze cirkelredenering. Succes (p 267), geeft een positief zelfbeeld en geeft gas aan onze pretenties. Succes is echter gevaarlijk, weet zelfs Bill Gates:

Success is a lousy teacher. It seduces smart people into thinking they can’t lose.
Bill Gates

Iedereen heeft beelden, want we communiceren via projecties. Ons lichaam “verbeeldt” doorlopend wat ons bezig houdt (p. 96). We verbeelden ons heel wat en werken met beelden werkt razendsnel. Dat is één van de lessen uit het werken met paarden. Onze taal is een commentaar op onze beelden. Dat we een gezamenlijk beeld nodig hebben om tot resultaten te komen, is het verwarren van het resultaat (succes) met het proces (het op elkaar afstemmen van de beelden en bepalen wat werkt). Vandaar, denk ik dan, dat het eerder zin heeft om de noodzaak van een snel of gezamenlijk beeld te bespreken, dan snel tot een gezamenlijk besluit te komen.

Wanneer de vraag naar een gezamenlijk beeld in het allereerste begin van de intake gesteld wordt (p. 302), zal ik voorstellen om in de sessie een gezamenlijk beeld te maken van de (probleem)situatie. Dat kan door te laten tekenen, MindMapping, het gebruik van voor-beelden, zoals foto’s, ansichtkaarten of de beeldkaarten van Twijnstra. Over enige tijd verschijnen beschrijvingen van de werkvormen. In sommige gevallen kan het maken van een opstelling een mogelijkheid zijn, bijvoorbeeld op basis van Satir, waarin de onderlinge verhoudingen besproken worden. In al deze werkwormen laat ik deelnemers met elkaar hun beeld bespreken, conclusies trekken en verschillen erkennen.

Hier is ook de uitspraak “een verkeerde oplossing voor het goede probleem, is te prefereren over een goede oplossing voor het verkeerde probleem” op van toepassing. Liever een gedeelde probleemstelling waarin we weten wie het waar niet eens is met de ander, dan een gezamenlijk beeld waaraan iedereen mee doet “omdat de baas het zegt” of “omdat de anderen het willen” of “omdat het nu eenmaal altijd zo gaat” of …. .

Bij het faciliteren van groepen, spreek ik wel steeds concrete resultaten af. Mensen zijn het gelukkigst wanneer ze naar concrete en haalbare resultaten streven. De wens tot een gezamenlijk beeld vertaal ik dan bijvoorbeeld naar: drie tot zes gezamenlijke conclusies of doelen.

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in Samenscholing met de tags , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.