Paradox van hier en nu

Op een pagina van de IAF conferentie, heb ik deze beschouwing over de paradox van Hier en Nu gezet.

Het thema van de conferentie van dit jaar luidt: “Faciliteren in het Hier en Nu“. Zoals uit het logo moet blijken, zien we het hier en nu als iets wat gegeven wordt. In het Engels “present“. In het Nederlands: aanwezig of aanwezigheid. “Is er een facilitator aanwezig in de zaal?” (zo ja: kunt u een dokter bellen?).

Verder ziet het hier en nu er rond uit: het interessante van het hier en nu is namelijk dat het oneindig is. Hier en Nu kent geen begin en eind. Het is zowel instantaan (“nu“) als eeuwigdurend – we bewegen immers mee met het nu. Het is zowel lokaal (“hier“) als overal – overal waar we zijn staan in het hier. We denken meestal dat het oneindige in de verte of in de toekomst ligt. Dat is OOK zo. Maar we vergeten dat het oneindige en eeuwige ook hier en nu is.

Veranderen kan alleen in hier nu. We kunnen het verleden niet veranderen; we kunnen alleen onze ideeën over het verleden veranderen. De toekomst – het woord zegt het al – komt. Ze komt naar ons toe, maar ze is er nog niet. We kunnen alleen onze ideeën over de toekomst veranderen. En wanneer we dat doen, veranderen we wat toekomst.

Veranderen gaat alleen in nu hier. We kunnen niet op een andere plaats veranderen dan waar we zijn. We kunnen wel van plaats veranderen, maar alleen om te beseffen dat we nog steeds “hier” zijn. Om met drs P te spreken: “heen en weer”, maar wel steeds op het veer. Op het hier en nu verplaatsen we ons van het verleden naar de overkant, van hier naar hier en van nu naar nu. Nu eens hier, dan weer … dan weer hier en nu … .

Ik ben er al heel lang van overtuigd dat deze wereld inherent paradoxaal is. Velen denken dat we alleen paradoxen hebben in taal, als taalspel, bijvoorbeeld:

De volgende zin is waar.
De vorige zin is niet waar.

Of dat paradoxen een soort uitzonderingen zijn of ingewikkelde dilemma’s. Zo luidt de paradox van leven en dood: “als ik dood ben, leef ik niet en beangstigt de dood me niet; als ik leef, ben ik niet dood en is angst voor de dood ook niet nodig”.

Lang vroeg ik me af, “waarom merk ik in het dagelijks leven niets van paradoxen?“. Totdat ik besefte dat “hier” en “nu” en “hier en nu” paradoxaal zijn, zoals ik hierboven heb weergegeven. Tijd is de manier waarop het universum voorkomt dat alles tegelijkertijd gebeurt en geeft ons “nu”; ruimte is de manier waarop het universum voorkomt dat alles op dezelfde plaats gebeurt en brengt ons “hier”. Faciliteren is de manier waarop we voorkomen dat alles daar of straks verandert.

Het is een illustratie bij p. 37 ev, waar ik paradoxen bespreek. Vul in de figuur op pagina 41 (zie ook hiernaast) “hier” in voor de bewering en “daar” voor de analoge tegenstelling. “Daar” impliceert “niet hier”, dus de analoge tegenstelling rechts boven wordt: “niet daar”. De paradox die ons ruimte levert bestaat uit de onmogelijkheid om door de ontkenning van “niet daar” “hier” te komen. Het universum probeert, bij wijze van spreken, “hier” te komen door “niet daar” te zijn. Die spanning maakt de ruimte. De ruimte die we ook als spanning in ons lichaam voelen en waardoor we doorlopende bewegen: om steeds te constateren dat “hier” zich ook, of nog steeds, “daar” bevindt.

Probeer hetzelfde met “heden” (in plaats van “nu”) om de paradox van tijd te illustreren.

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.