Gebruiken van tests

MöbiusBij het boek hoort ook een zelftest, een vertaling van de test ontwikkeld door Will McWhinney. Een terugkerende vraag is dan: “wat is de betrouwbaarheid van deze test?“. Zoals ik ook in het boek bespreek, heb ik een onderzoeksrapport waarin meer dan 100 tests bekeken zijn op onder meer de betrouwbaarheid en voorspelbaarheid. Kolb, MBTI, Nedd Herrmann, Belbin en andere bekende tests horen hierbij. Over het algemeen blijkt dat de consistentie en betrouwbaarheid maximaal tussen de 60% en 70% ligt. Verklaring hiervoor is onder meer dat mensen zich zelf waarnemen en kunnen leren. Dit leidt ertoe dat mensen “sociaal” wenselijke antwoorden kunnen geven en het afnemen van een specifieke test leidt tot ervaringen met die test, die de volgende keer de score weer beïnvloeden.

Eén van de conclusies luidt dan ook dat tests eigenlijk een metafoor zijn voor een bepaalde benadering. Van mensen, doelen of van situaties. Tests hebben als belangrijkste functie het verschaffen van een jargon voor de gemeenschap die die test gebruikt. We kunnen natuurlijk ook de Kaart van de Werkelijkheidsopvattingen op de tests los laten. Vanuit de verschillende perspectieven kunnen we dan verschillende beoordelingen van tests vragen.
– Analytisch: hoe betrouwbaar zijn de test resultaten, met name bij herhaling?
– Assertief: in hoeverre zijn tests consistent, met name over de tijd gezien?
– Beïnvloedend: in welke zin overtuigen tests mensen van hun eigenschappen?
– Evaluerend: in welke mate hebben mensen wat aan de scores, scores die bij hen passen?
– Ondernemend: in hoeverre leert de test de deelnemers iets nieuws?
– Emergent: hoe verhouden de testscores van verschillende deelnemers zich met elkaar?

De door mij gehanteerde test is een voorbeeld van een mythische test. U wordt gevraagd even een beeld (= mythisch) te laten opkomen van een ontmoeting (= sociaal), daarover een verhaal te schrijven (oproepend) en vervolgens vragen te beantwoorden die vaak gaan over de gevoelens en emoties (faciliterend: u wordt ook expliciet gevraag “in relatie” met uw ervaringen te blijven. U hoeft geen punten te geven (unitair, absolute schaal), maar antwoorden op volgorde te zetten (evaluerend, sociaal, relatieve schaal). Vaak vinden deelnemers de antwoorden erg op elkaar lijken, wat voor mij duidt op een gelijkwaardigheid van de antwoorden.

Tenslotte is er nog een soort “halo-effect”: mensen hebben de neiging datgene uit een testre¬sultaat te halen dat hen aanspreekt. We kunnen onmogelijk objectief kijken naar ons eigen resultaat. Vaak ziet een ander beter wat er wel en niet klopt dan wij zelf. Zoals ik de test han¬teer, gaat het me meer om het gesprek over de resultaten, dan de resultaten zelf. Alleen in de conversatie, ontstaat de betekenis, het inzicht in jezelf in relatie met de groep waarin je op dat moment verkeert. Deelnemen aan een andere groep, zal dan ook een ander resultaat kunnen geven.

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in bias, Test, werkelijkheidsopvatting met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.