Opvattingen over werkelijkheidsopvattingen

Verschillende opvattingenOpvattingen over werkelijkheidsopvattingen zijn – het woord zegt het al – opvattingen. Soms maken mensen bezwaren tegen de term “opvatting”. Bijvoorbeeld omdat opvattingen kunnen veranderen, terwijl ons karakter toch min of meer vast ligt. We bestaan niet buiten onze opvattingen. We kunnen maar heel even buiten onze eigen kader denken, voelen of doen.

Vrij naar Grouch Marx: “dit zijn mijn opvattingen. bevallen ze u niet, ik heb andere.

Will gebruikt de term “perceptions”, perceptie, waarneming, gewaarwordingen. Zoals meestal, hebben Ceciel en ik heel lang overlegd over deze termen. Voor mij is allereerste belangrijk dat de term niet het begrip is. In een restaurant eten we ook niet het menu en gaan we klagen dat de biefstuk (of de vegetarische lasagne) zo droog smaakt. Mijn opvatting over opvattingen is een opvatting, die bij mij past. En die kan veranderen, mag veranderen en verandert, afhankelijk van de context. Het gaat me eerder om “hoe het werkt” dan om de beste term. Een beetje twijfel mag.

Mijn voorkeur voor opvattingen heeft te maken met het concrete (“rood”) aspect ervan, wat ik mis in “perceptie”. Het woord “capere”, komt er wel in terug: “vatten”. Hierdoor verwijst het woord impliciet ook naar “begrijpen”, vat je, de concrete aanleiding voor onze opvattingen, de noodzaak, het nut of de wil om te begrijpen.

Een derde aspect heeft te maken met veranderen: Veranderen houdt in het veranderen van opvattingen; dat is wat William James noemt het veranderen van (denk)gewoontes en daardoor je karakter vormen. James raadt aan om regelmatig te oefenen met het veranderen van gewoontes, daar een gewoonte van te maken. Want een gewoonte is handig, maar geen attribuut van de werkelijkheid. Een andere term daarvoor is tweede orde leren.

Dat brengt me bij het andere deel van het woord: “werkelijkheid”. bestaat er een werkelijkheid buiten mijn opvattingen? Ja. Die gebruik ik namelijk om mijn opvatting te testen. Opvattingen die voor mij werken, die voor mij de test doorstaan, die hou ik bij voorkeur. Daar houd ik me aan vast, daar hou ik van. De werkelijkheid is wat werkt. Vervolgens hebben we de neiging om anderen te overtuigen van onze opvattingen – ze werken immers – en komen we in de problemen. Want voor iemand anders werken andere opvattingen soms beter, die houden zich aan iets anders vast. Het is voor veel mensen lastig om te vatten, dat dat niet betekent dat de opvattingen niet deugen, of erger, dat de ander niet deugt. Daar ga ik in een andere bijdrage dieper op in.

Ik ben het ook eens met het idee dat de belevingswerelden “hard wired” zijn, maar tegelijkertijd zijn mensen plastisch. We kunnen – weliswaar met enige inspanning en vaak niet van harte – anders denken, voelen en doen dan onze bedrading ons doet denken voelen en doen; en, met nog meer inspanning, onze bedrading wijzigen. Dat zijn de paradoxen van expressie: autoriteit, afhankelijkheid, creativiteit en moed. Daarmee zijn het ook de paradoxen van leiderschap. Vandaar dat leiderschap geassocieerd wordt met autoriteit, dat mensen neigen tot afhankelijkheid van een leider, dat een leider nieuwe oplossingen brengt – hier is de link met innovatie – en de moed heeft om te veranderen wat moet veranderen.

Ik zelf zou management beperken tot de blauw-rode wijze van leiderschap: concrete situaties oplossen door het toepassen van (management)theorieën – volgens het boekje. Eventueel met “people management” of “human resource management”: “blauw – groen”. Management consultancy bestaat dan uit “blauw – geel”: het ontwikkelen en voorschrijven van (nieuwe) modellen en systemen.

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in bias, Brein, expressie, H1 Veranderen, H5 Leiderschap, Leiderschap, paradox, werkelijkheidsopvatting met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.