Leergang Kunstmest

Bij de intake van de zevende leergang, merkte ik dat we heel direct met de betrokkenen werken. Iemand die te weinig rust nam in het uitleggen van een situatie waarin te weinig rust werd genomen, gaf dat toe. Bij het verder gaan, onderbrak ik vrijwel gelijk, nadat er begonnen werd met: “stop nou, want er …“.
“Nou doe je het weer,” zei ik.
“Wat doe ik weer? Ik ben aan het uitleggen dat, …”
“Nee. Je zegt zelf: “stop nou”, maar je stopt niet. Je gaat door”
“Ja, want ik ben aan het uitleggen waarom het allemaal zo snel moet…”
“Wanneer je zegt “stop nou”, luister dan naar jezelf en stop”.

Het verhaal werd afgelopen zondag door Simone vertelt: de zenmeester die ons leert – en ik parafraseer – dat hij eet wanneer hij honger heeft, slaapt wanneer hij moe is, werkt wanneer er iets gedaan moet worden. Zijn leerling zegt: “maar dat doe ik ook!”. “Nee,” zegt de zenmeester, “want bij het eten denk je al aan slapen; bij het moe zijn denk je aan het werk dat je nog wilt doen en tijdens het werk ben je bezig met wat het oplevert”.

We onderzochten deze onrustige gevoelens. Geleidelijk aan begon het te dagen, dat we vanuit ons onbewuste weten, eigenlijk zelf aangeven wat ons te doen staat. Alleen, er ligt lading op, oordelen, “hoe het hoort”, een onvermogen om te luisteren naar ons hart of onze maag. In dit geval ging het om het idee, dat we hard moeten werken om tot een oplossing te komen. Iedereen heeft het druk, gunt zich weinig tijd; daarin kan je als facilitator – op korte termijn – gevraagd worden om te ondersteunen. Soms hebben we geleerd “luiheid is des duivels oorkussen”, en niets doen is verkeerd. Dus maak je druk, ga je aan de slag. Je zegt “stop” – tegen een ander, natuurlijk, want het geldt niet voor jou – en gaat door. Maar alles wat je zegt, gaat ook over jezelf. JIJ bent immers degene die het zegt.

Alles is materiaal. Daarom noemen we Kunstmest ook een leergang: aan de gang met leren. En niet een training. Dat is lastig, omdat de meeste opleidingen opleiden om iets te weten, te begrijpen en dan te doen. Eigenlijk leiden ze op om “geen fouten te maken”, een 10 halen. Daardoor hebben we snel het gevoel dat we iets verkeerd doen, wanneer we handelen zonder te begrijpen. Wanneer we fouten maken om te leren.

De eerste paragraaf van mijn boek (p. 23) gaat over begrijpen, in eerste instantie een fysieke ervaring, beleving. Een ander belangrijk vermogen is om jezelf waar te kunnen nemen in (inter)actie en om te kiezen om “niet te doen”. Eigenlijk, begin ik te denken, begint het met het vermogen om jezelf te begrijpen. En de woorden die je gebruikt, zeggen zowel iets over de gegeven situatie, de ander en jezelf in die situatie.

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.