Dit kan niet waar zijn

Joris Luyendijk schreef een boek over de financiële wereld in Londen. De titel, die de lading dekt, is “dit kan niet waar zijn”. In een Linked-In discussie op “Slow Management”, kwam ik tot deze gedachten, gekaderd door paradoxen, McWhinney en mijn boek.

De titel
hoofdstuk 1 paradoxDe titel van het boek, is paradoxaal: “dit kan niet waar zijn” kan niet waar zijn (en is dus waar). Hij beschrijft een interessant, extreem geval van de paradoxen van “Belonging“, Behoren: identiteit, inzet, individualiteit en grenzen. Deze paradoxen zijn gekoppeld aan de paradox van Schaarste (zie “Paradoxes of Group Life“, van Smith en Berg). Bij behoren hoort ook: “hoe hoort het hier”. Geld geldt als een substituut voor (individuele) vrijheid en “bindt” tegelijkertijd. Je inzet wordt beloond, naar waarde geschat, maar vertaald in geld, al heel snel aan inflatie onderhevig. De grenzen worden verlegd, omdat geld “lucht” is, in haar aard geen beperkingen kent.

Een paradox is een schijnbare tegenstelling, vandaar dat we extreme schaarste zien naast extreme overvloed. Het is ook een schijnwereld, omdat geld niet echt is. Het is een fictie, een getal op een scherm. Daarom is er ook geen grens, geen moraal en geen vaste baan. Daarom kan er ook gewoon 140 000 000 000 euro “gemaakt” worden.

Het woord: “fictie” duidt op zowel fictief, als gemaakt. Overigens, net als het woord “feit” of “fact”. Door van een fictie een feit te maken, wordt gedaan alsof het “echt” (= waar) is. Het is echter niet waar in termen van concreetheid. Het kan ook niet waar zijn, omdat, wanneer het “echt geld” zou zijn, het pakhuizen vol met papier zou zijn (en dan is het het papier waarop het gedrukt is, nog niet waard…).

Geld is, geloof ik, geloof. Vandaar, denk ik dan, loven en bieden. Waar het omgaat is dus ook goed gelovigheid, of goedgelovigheid. Het gaat net zolang goed, als we het geloven. Het is, in termen van verhalen, het verhaal van de kleren van de keizer. Opmerkelijk is dat dit geen echt verhaal is, maar echt waar: zelf wanneer iemand (Joris) roept: “dat kan niet waar zijn”, “de keizer is naakt”, dan nog zien we het niet.

Paradox van waarheid
Waarheid is – net als realiteit – ook een viervoudig begrip. “Alles wat waar is, is (bewijsbaar) waar”, “er bestaat één waarheid”, “het gaat om de waarheid te spreken”, en “ik wil dat het waar is”. Alles kan waar zijn. Of, om met Vroman te spreken: “sommige dagen van het jaar, is alles wel eens waar”.

Daarbij bestaan er twee paradoxale ontkenningen: waar versus onwaar en waar versus niet-waar. Over het algemeen nemen we aan, dat als iets onwaar is (analoge ontkenning) het (dus) ook niet-waar is (digitale ontkenning). Als dat zo zou zijn, dan is de analoge ontkenning er van, niet-onwaar, dankzij een digitale ontkenning waar. Maar, wat niet onwaar is, hoeft nog niet waar te zijn. “Het kan niet waar zijn” lijkt me de ware variant van “niet onwaar”. Het zou zomaar wel waar kunnen zijn: de titel houdt de paradoxale spanning open.

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in belonging, waarheid met de tags , , , . Bookmark de permalink.