Vertrouw je autoriteit

cropped-vazeqeurez-2.jpgConnie vroeg me wat er paradoxaal is aan “vertrouwen” en “autoriteit”.

Vertrouw het vertrouwen. De paradox is: “vertrouwen is goed, controle is beter“. Ik heb me daar altijd tegen verzet: controle versterkt het wantrouwen. We zeggen natuurlijk, dat dat niet het geval is, maar het voelt echt anders. Bij elke controle merk je, dat je niet vertrouwd wordt. Wat is anders het nut van controle? De controleur kan alleen maar zijn nut bewijzen door wantrouwen aan te tonen. De poortjes bij de NS zijn een perfect voorbeeld daarvan. De NS en de politiek – autoriteiten – MOETEN wel mensen vinden die erover heen springen, want anders is het “weggegooid geld”. Wat het overigens is.

De “double bind” is: “wanneer je te vertrouwen bent, hoef je ook niets te vrezen”. En wie wil er nu in angst leven? Wanneer we elkaar vertrouwen, is controle niet nodig. En leven we zonder angst. Maar hoe weten we dat we elkaar kunnen vertrouwen? Door te controleren. Maar als we wat te controleren hebben, is er blijkbaar grond voor wantrouwen? …. Dit is de oneindige regressie, het kenmerk van een paradox. In wezen is het leven zelf onbetrouwbaar. Je gaat er aan dood. Hoe kunnen we dan nog leven vertrouwen?

Vertrouwen is zowel een proces (ontwikkelen van vertrouwen) als een toestand (het vertrouwen). Je kan de toestand van vertrouwen alleen bereiken door die te ontwikkelen vanuit een toestand van wantrouwen, gebrek aan vertrouwen, onzekerheid, onveiligheid. Wat we meestal doen is het opbouwen van zekerheid door middel van controle. Dit heet ook wel “beheersing”. Uiteindelijk, kan je alleen op je zelf vertrouwen. En tegelijkertijd, kan je je zelf (jezelf?) niet vertrouwen (hoe weet je wat waar is? is leven geen illusie? wat als ik toch teleurgesteld wordt? Hoe verzeker ik me van geluk? # there’s someone in my head, but it isn’t me # (Pink Floyd)… ). Wanneer je jezelf vertrouwt, bevrijd je jezelf. Dat doorbreekt de beheersing en is een vorm van zelfbeheersing. De emergente kwaliteit van vertrouwen is vrijheid door middel van zelfbeheersing, een andere paradox. Zie hier “de wet van behoud van paradox” (= energie), de Eerste Hoofdwet van Groepsdynamica. In alle groepsprocessen is paradox behouden.

Let op trouwens: met trouwen gaan we een gelijkwaardige band aan, we worden in “de echt” verenigd. Waarin we elkaar zeggen te zullen blijven vertrouwen. Vandaar – denk ik dan – dat het schaduwwerk – omgaan met het complex in jezelf – in het huwelijk plaats vindt. Wie zei daar “vrijen”? Wanneer dit werk (!) niet goed gedaan wordt, ontstaat “van zelf” ontrouw en daarmee echt-scheiding. Die trouw, wordt ten overstaan van een autoriteit bevestigd: hier komt de andere paradox. Overigens, een bekend verhaal, hebben Rian en ik voor ons huwelijk de scheiding geregeld. Dat kan je dan maar beter doen, wanneer je elkaar vertrouwt …. .

Bevestig de Autoriteit is op dezelfde wijze zowel een proces – het proces van autorisatie – als een toestand. Het is vergelijkbaar met “quisque custos custodiet?“, wie zal de autoriteit autoriseren. We hebben daarvoor de Trias Politica, Politiek, Rechtspraak en Politie (!). Maar die zitten ook in een eeuwigdurende strijd over wie het laatste woord heeft: de rechter die de grondwet toetst, de politiek, die haar gezag aan het volk ontleent (zie de samenstelling van de Eerste Kamer šŸ™‚ ) of de macht van de kracht? Uiteindelijk ligt de autoriteit bij G’d (geĆ«xternaliseerd) en bij “volk” (geĆÆnternaliseerd).

De autoriteit is altijd ook verwikkeld in een proces van (zelf-)autorisering. Een mooi voorbeeld daarvan is “Fuck de koning(in)“. Was z(h)ij een echte autoriteit, zou het bij de ondergeschikte niet opkomen om dat te zeggen. Tegelijkertijd, wanneer de autoriteit ertegen optreedt, wordt pas echt duidelijk dat deze autoriteit “nergens” op gebaseerd is. De dwang moet dus “in de wet” worden opgenomen. De wet is echter nutteloos, wanneer er geen overtredingen zijn… De nieuwe wet van Poetin is daarvan weer een kraakhelder voorbeeld: om de eenheid van de natie te beschermen, moeten we beschermd worden tegen de vrijheid om ons zelf te beschermen. En die kan natuurlijk alleen van buiten komen.

Vertrouw de autoriteit. Vandaar dat de paradox van autoriteit verwoven is met die van expressie en die van vertrouwen met verbinden, met “de ander”. De paradoxen zijn ook met elkaar verbonden, omdat Autoriteit “vanzelf” vertrouwd moet worden. Immers, wanneer dat niet het geval is, deugen zowel ondergeschikte als autoriteiten niet. Hier speelt “ouder”-positie versus “kind”-positie een rol. Wanneer kind tegen ouder in verzet komt, is het duidelijk, dat het kind nog geen “ouder” kan worden en terecht “tegen zichzelf beschermd moet worden”. Mooi voorbeeld is de alcoholwetgeving, waarbij de autoriteit van de wetenschap gebruikt, om aan te tonen dat wat al eeuwenlang goed werkt, drinken in je jeugd, niet werkt. Wie vertrouwt het oordeel van de wetenschap nu niet? Omgekeerd, zal ouder die nalaat kind te ontwikkelen autoriteit verliezen. “Volwassen” kunnen we dus zien als de autonome kwaliteit van de vertrouwde autoriteit EN de onvertrouwde onmacht.

Over trouwen trouwens: hoe kan autoriteit vaststellen (! let op de letterlijke betekenis) in hoeverre de twee elkaar vertrouwen en trouw zullen blijven? Dat moet wel aan een hogere macht, een super autoriteit worden toegewezen. Die G’d “is” de autonome kwaliteit van het verbond. Vandaar, waar we ook zijn, geroepen of niet, G’d is aanwezig.

De ene pool roept niet alleen de andere op, met elkaar roepen ze een nieuwe paradox op. Varela (Watzlawick (ed) “The Invented Reality“) wijst er op, dat elke paradox ook een emergente kwaliteit heeft, die zich uit in een “autonoom” fenomeen. Het enige wat ik eraan toevoeg, is dat dit autonome, zich zelfscheppende, fenomeen ook weer een paradox (of maar beter: paaradox) zal zijn. Vertrouwen “roept” ik en de ander op (en vice versa) en Autoriteit macht en onmacht. Hoe weet je dat ik te vertrouwen ben? Omdat ik autoriteit heeft. Deze roepen weer elkaar of andere paradoxen op, zoals elektrische stroom (plus en min) een magnetisch veld oproept (noord en zuid) en we met een stroom bijvoorbeeld een motor kunnen aandrijven, die beweging brengt (hier en daar) of een koelkast (warm – koud) mogelijk maakt … . Autonoom is in dat geval een interessant woord: “de eigen (auto) wet (nomos)”: alleen het stel zelf – het echte echtpaar – kan zich zelf trouwen. Maar dan wel eerst voor de wet en niet gaan samenhokken, want daar komt alleen maar ellende van …

Verder vroeg ze zich af: “Ik werk (tamelijk beperkt en simpel) met dat de ene pool de andere ā€˜oproeptā€™. Daar zit dus weerstand en kun je ruzie krijgen.”

Maken van verschil, roept keuze op. Dit is precies – denk ik dan – waarom je het woord “werk” gebruikt: paradoxen “werken” en ook werken is paradoxaal, omdat we onderscheid maken tussen “nuttig” werk (echt werk) en onnut werk (of weerstand) en dat dit werk het echte werk is. In termen van Spinoza: G’d is het werkende werk, wat werkt “is” G’d, het werk zelf. G’d is ook het autonome fenomeen waaruit (en waarin) de werkelijkheid (!) is ontstaan en bestaat.

Bedankt voor de gedachte aan weerstand: dat is precies wat voorkomt dat de ene pool gelijk de andere opheft. De weerstand is noodzakelijk om de verschillen in stand te houden, lang genoeg om hun werk te doen. De kwalificatie “ruzie” heeft te maken met het autonome, emergente fenomeen dat weerstand “slecht” is. Zonder wrijving geen glans.

Het valt me in, dat wat in het Engels “realiteit” (Watzlawick (ed) “The Invented Reality”) genoemd wordt, in het Nederlands “werkelijkheid” heet. Dit zijn de twee aspecten van werkelijke werkelijkheid, reĆ«le realiteit. Wat werkt “is” de relatie. Daarmee schept deze werkelijkheid zich zelf. Onze taak is, dat te benoemen. Veel duidelijker kan ik het helaas niet maken.

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in autonoom, engaging, expressie, paradox, reality, Varela, Watzlawick, zelf met de tags , , , , , , . Bookmark de permalink.