Lachen als dialoogprincipe

IMG_5167In een recent door mij begeleidde dialoog, vroeg ik na afloop aan de deelnemers om de dialoogprincipes te noemen. (Ik ga ervan uit, dat wanneer er principes zijn, ze niet verteld hoeven te worden, want “in principe” moeten we ze al kennen. Hier staan de officiële principes, op een bericht van Judith de Bruijn.). Daarbij kwam ook “humor” ter sprake als dialoogprincipe. Als één van de laatste en ook pas nadat ik de uitspraak “er zijn geen anderen, alleen mensen” drie keer herhaald had. Dat gaf aanleiding tot veel (opluchtend) gelach (vooral omdat ik verder ging met de opmerking “Andere?“). Uit een parallel gevoerde dialoog door een collega, was “humor” ook naar voren gekomen (dus N=2). Dat gaf mij weer aanleiding om een en ander nader te onderzoeken. Waarom staat lachen niet op één bij dialoogprincipes Waarom zo serieus?

Lachen heeft een aantal functies: lachen bevrijdt en verbindt. Lachen is daarmee een manifestatie van een paradoxale situatie.
Lachen ontspant, omdat het ons (even) bevrijdt van de paradoxale tegenstellingen (in dit geval onder meer binnen (ons departement) – buiten (de burgers), debat – dialoog, probleem – oplossing, vertrouwen – wantrouwen, …). De spanningen komen los. Merkwaardig genoeg, zonder dat er een “oplossing” bestaat.

Lachen verbindt, omdat dat de functie van lachen is. Uit onderzoek naar humor is gebleken, dat de meeste mensen helemaal niet lachen om wat er gezegd wordt. Onderzoekers constateerden tot hun verbazing, dat het meeste waarom gelachen wordt, gewoon niet grappig is. Ze/we lachen om aan te geven dat ze/we erbij (willen) horen. Door te lachen geef je bijvoorbeeld aan, dat je de ander gehoord hebt, waardeert, ziet. En een ander geeft je, door te lachen aan, dat jij gehoord bent.

Lachen kan je zien als “elixer*” (in termen van het verhaal van de held), waarmee “held” beter terugkeert in de realiteit, de gemeenschap, eigenlijk zonder dat er iets concreet is opgelost. Het is meer opluchting dan oplossing. Lachen, denk ik dan, is heilige graal van dialoog. Immers, niemand houdt van een serieus gesprek, toch?

Tegelijkertijd is lachen ook paradoxaal, omdat het wel spontaan moet komen (of is het gaan?). Je mag er eigenlijk niet op aansturen. Als facilitator, moet je soms de spanning opbouwen, kunnen uithouden. Hopen dat de lach komt, en zelfs dat niet.

Ik weet nog, dat ik jaren geleden als projectleider in een bijzonder beladen vergadering zat met twee directies tijdens een zware reorganisatie. Ik maakte een opmerking, waarop mijn directeur vroeg: “Meneer Lelie, bedoelt u dat serieus of als grapje?”.
Waarop ik zei: “Dat weet ik nog niet, dat bepaal ik pas achteraf”.
Een collega zei toen: “Dat is het. Zo werkt jij nou altijd!”.

O ja, ik spit altijd wat door. Dus ik heb de deelnemers ook gevraagd, wat ze verstaan onder “humor”. Er werd gezegd, “niet het masker (laten zien), relativeringsvermogen.” Dat zegt het opnieuw. Vooral dat laatste woord, waarin we “relatie” terug zien. Ons vermogen te relativeren bouwt relaties. Zo tonen we onszelf in lachen.

*) ik gebruik geen lidwoord, wanneer ik een archetype aanduid. Het is niet “het elixer” of “de oplossing”, maar elixer of oplossing. Merk overigens op, dat “oplossen” wel heel erg klinkt als “verlossen” en “bevrijden”. “Humor ist es, wenn man trotzdem lacht.”

Over Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations
Dit bericht is geplaatst in Begeleiden, belonging, betekenis, paradox, zelf met de tags , , . Bookmark de permalink.