Zeven lessen uit de “Zwarte Piet-discussie”

Je weet, zoals we allemaal weten, “die baard is niet echt”. Hoe komt het dan, dat we wel een echte discussie hebben over Sinterklaas en Zwarte Piet? Hoe komt het, dat de nadruk ligt op “Zwarte Piet”? En wat kan je ervan leren? Hier, voor wie het artikel op Linked-In niet wil lezen, de conclusies. Of down load de pdf hier: Zeven lessen uit de discussie

En weet je wat tante meteen heeft gezegd? :
Toch weet ik het zeker: DIE BAARD IS NIET ECHT!
we zullen ’t er verder nou maar bij laten
met tante Mathilde valt NIET te praten.

1. Sinterklaas en Zwarte Piet bestaan niet echt. We liegen erover. Jij liegt, soms. Niet uit prin-cipe, maar uit noodzaak. Omdat je niet weet wat “wel waar” of “onwaar” is. En omdat je niet kan zeggen, dat iets wat niet onwaar is, nood¬za¬kelijkerwijs waar is.

2. Sinterklaas en Zwarte Piet bestaan als metaforen. We communiceren door middel van me-ta¬fo¬ren, je denkt in metaforen. Daarbij maak je van concrete ervaringen abstracte catego-rieën. Concre¬te ervaringen – inclusief gevoelens -, zijn altijd waar. Abstracte categorieën zijn projecties van je concrete ervaringen en dien je te onderzoeken: “wat vertelt deze metafoor me over mijzelf, de ander en de situatie?”.

3. Sinterklaas en Zwarte Piet verbeelden een eenzijdige communicatie metafoor. Onze com-muni¬catie wordt gedomineerd (sic) door de “leidingmetafoor”, die eenrichtings¬verkeer ver¬sterkt. Gesprekken, conversaties en dialogen verworden dan tot debat, discussies en pre¬sen¬taties. De nadruk zal verschuiven naar de “uitvindersmetafoor”.

4. Sinterklaas en Zwarte Piet helpen op weg naar waarachtige communicatie Vindt eerst uit, wat de ander bedoelt te zeggen. Vraag door met gebruik van Waarachtig Communiceren: “…. En Zwarte Piet is als..?”’ “…. En een kinderfeestje is als …?” “…. En racisme is als …”.

5. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn niet bang zichzelf ter discussie te stellen Beweeg naar je angst of spanning in een situatie toe. Onderzoek de spanningen, inclusief die van jezelf. Er-ken, dat we elkaar gebruiken om onszelf te definiëren. Elke identiteit bepaal je door je relatie met anderen en bepaalt je relatie met anderen. Identiteit is niet echt (nou ja, aangeno¬men, een keuze, of opgedrongen door de ”leidingmetafoor”), leugentje om best-wil, maar toch.

6. Je kan zowel Sinterklaas als Zwarte Piet zijn. … en wat voor een Sinterklaas en Zwarte Piet kan je zijn? “… en welke cadeautjes breng je mee …? “… wat is daarvan de surprise…?”

7. Sinterklaas en Zwarte Piet en zijn twee kanten van jezelf: een “witte” en een “zwarte”, Maak een tekening over je antwoorden op 6. Welke lessen kan jij hieruit leren?

About Jan Lelie

Loves to facilitate groups in complex situations

This entry was posted in Uncategorized. Bookmark the permalink.