Bijeenkomst mind@work en faciliteren communiceren

Beste vrienden en bekenden,

De volgende bijeenkomst over deze geweldige workshop techniek, zie de website van mind@work

Waar sta je het komend jaar voor? Voor de groep. Als wat? Als facilitator? Trainer? Als projectleider? Als voorzitter, manager, teamleider? Of zit je voor een dialoog, gesprek of conversatie? …en waar sta je dan voor? … en wie stel je voor? Wat werkt er? … en waardoor werkt er, wat er werkt?

Praktische toepassingen
De afgelopen jaren heb ik een werkwijze uitgevonden, waarmee we groepen sneller en beter kunnen laten uitvinden “wat er speelt”. Daardoor kunnen ze elkaar beter “verstaan” en tot besluiten te komen. De wijze kan je zien als een praktische toepassing van de metapraxis (theorie over de handeling), zoals beschreven in Faciliteren als Tweede Beroep. Ze berust natuurlijk op de Legenda van Werkelijkheidsopvattingen van Will McWhinney.

Werken met metaforen
We gaan dieper in op het fenomeen van communiceren en ons gebruik van metaforen. Zo leiden op een bijna vanzelfsprekende wijze af, hoe je geest, je “mind” werkt. “Geest aan het werk”, of wel: mind@work. Je kent wellicht “breinfaciliteren”, of systemich werk, opstellingen en “clean language”. Hier maken we nog een stap verder: hoe werkt je geest, “de mind”? Hoe scheppen we een ons beeld van de wereld, stemmen we dat op elkaar af en hoe communiceren we met elkaar. Alles komt samen rond het centrale begrip “metafoor”, letterlijk “over-dracht”.

Communiceren verhelderen
Ik combineer het met ervaringen uit opstellingen en systemisch werk, werken met (LEGO™) figuren en kennis opgedaan uit mijn inmiddels omvangrijke bibliotheek over “meaning” en metaforen. De werkwijze – mind@work: Faciliteren van Verhelderend Communiceren – heb ik op diverse conferenties en trainingen uit¬geprobeerd en verbeterd. Het lijkt me nu tijd om je er kennis mee te laten maken. De workshop geef ik als een voorproefje. Voor deelnemers aan Kunstmest bied ik dit als een opfrismogelijkheid. Later in het jaar volgen trainingen en (begin 2019) een werkboek.

Voor wie?
Nieuwsgierige mensen, die willen weten, “wat werkt”. Iedereen die met teams, groepen of organisaties werkt; iedereen die wil weten hoe “mind@work” werkt.
Wanneer je deze keer niet kunt: geen probleem, de komende jaren gaan we dit verder uitvinden.

 

Plaats: Bedrijfsverzamelgebouw De Compagnie, Geestbrugkade 32 en 35, 2281 CX Rijswijk

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Bijeenkomst mind@work en faciliteren communiceren

Berichten

Dit is de pagina met de berichten.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Berichten

Figuren figureren in metaforen

Wat maakt dat ik met (LEGO(tm)) figuren werk? Hier een vrij lang antwoord op een complexe vraag.

Over figuren (let op: door gebruik van letterlijke taal heeft deze verklaring een volgorde. Deze volgorde is geen kenmerk van de beschreven fenomenen, die in hun samenhang altijd met elkaar optreden.)

In mijn werk faciliteer ik – ik noemde het vroeger katalyseren (ik heb opleiding in de experimentele biofysica) – en het bijpassende beroep noemen we “facilitator”. Daaronder versta ik: “alle betrokkenen in een hok jagen, onder het motto: ‘if you’re not part of the solution, you’re part of the problem’” . In die context werk ik. In de loop van de tijd, heb ik een metapraxis*) ontwikkeld. Onder meer op basis van het inzicht (uit de fysica), dat er in theorie er geen verschil bestaat tussen theorie en praktijk; en in de praktijk wel.

Dit verschil zie ik als de bron van het fenomeen, dat je “geen idee” hebt. De praktijk bestaat als een zichzelfrefererend (zelfscheppend, autonoom, Autopoiesis ) systeem: zowel de natuur, als je lichaam en je geest hebben elkaar en zichzelf gemaakt. Daardoor of daarbij hebben ze echter geen toegang tot hun eigen werking.

Immers, in dat geval zou je je instructie om jezelf te maken, een model (van de instructie om jezelf te maken) moeten bevatten, ongeveer zoals we modellen en werkinstructies hebben om een auto (gebruik van het woord “auto” intentioneel, het betekent nl “zelf”) te maken. Zo’n zelfreferentie leidt tot een oneindige regressie inclusief-of tot een tegenspraak, met andere woorden: een paradox.

Overigens beschikt DNA/RNA ook niet over een “blauwdruk” van het organisme. Hetzelfde DNA geeft onder andere omstandigheden een ander wezen. DNA/RNA reguleert – te vergelijken met de regulator van Watt – de synthese van zelfreplicerende eiwitten geeft een (autonome) oplossing voor de samenwerkingsparadox. Door het reguleren van het het aan- en uitzetten van verder autonome cellulaire kopieermechanismes. Vandaar dat een storing in DNA/RNA kankergroei tot gevolg heeft. DNA/RNA heeft geen enkel belang bij welke eiwitsynthese dan ook en kan daardoor autonoom optreden. Dat wil ook zeggen, dat genen niet “zelfzuchtig” zijn, maar dat is een ander onderwerp. DNA/RNA biedt vervolgens weer wel de mogelijkheid tot een “geheugen”, niet van dingen, maar van processen die gewerkt hebben. Daarmee kon de evolutie sneller leren – en af en toe “oude” lessen terughalen.).

Je kan het ook benaderen vanuit het standpunt, dat logica (model, 1 + 1 = 2) en causaliteit (werkelijkheid, 1 + 1 = 1 in geval van wolken, 1 + 1 = 3 ingeval van een echtpaar, maar ook, mijn favoriet: hoeveel dingen heb je bij een paard plus wagen? Drie: een paard, een wagen en een paard-en-wagen) twee verschillende logische types zijn

Die metapraxis “werkt”, en ik geef er ook een leergang in. De meeste mensen “begrijpen (de theorie) niet”. Ik heb jaren geleden vastgesteld, dat dit komt doordat de meeste mensen iets met hun hoofd, via denken of de logica, proberen te begrijpen, terwijl voor mij een metapraxis ook een lichamelijk begrijpen inhoudt. Een enkele keer hoef ik een deelnemer aan de leergang alleen maar aan te raken (= “te begrijpen”), om te maken dat ze “begrijpt”. Dit begrijpen noem ik wel “intuïtief”: het is een vorm van gewaarworden zonder te oordelen, zonder denken of voelen. De ene wijze van begrijpen is niet beter dan de ander, maar je moet ze wel contextueel kunnen toepassen. In sommige gevallen “kan je ‘dit’ niet begrijpen”, met name, wanneer het “een idee” betreft over ‘dit’. Of omgekeerd: “geen idee” kan je niet met je verstand begrijpen.

Een andere bron is “systemisch werken”. Ik beschouw het universum als één geheel, één dynamisch systeem, zeg maar een “naturende natuur”, je weet wel. Elke onderscheid daarin, maakt zich zelf (zie autopoiesis) en – in termen van waarnemen – maak jezelf. (Hier zit het hele scheppingsverhaal in verborgen).

Ik heb geleerd mijzelf in mijn waarnemingen te houden. Waarneming – waarnemer – waargenomene vormen een onverbrekelijk geheel. Dat mensen zichzelf buiten hun waarnemen plaatsen, kan ik begrijpen vanuit het perspectief, dat je beheersing (“control“) over je situatie wilt hebben. Zelf vermoed ik, dat dat niet altijd nodig is, en op de lange duur onhoudbaar.

Zo leerde ik werken met zogenaamde (familie)opstellingen (“systemisch werk”). In een opstelling ervaren deelnemers de situatie van een ander “als van zich zelf” en “ziet” de opsteller zijn of haar situatie “met andere ogen”. Ik heb meegemaakt, dat deelnemers aan een opstelling exact hetzelfde zeggen als de figuur die ze representeren. Dit werkt goed, wanneer goed toegepast. In de meeste opleidingen verklaart men dit verschijnsel, door het postuleren van een “wetend veld”, waaraan we allen deel hebben. Al vanaf de allereerste keer besefte ik, dat “je lichaam” “weet”. Het is een kwestie van “luisteren” naar je lichaam. Op de een of andere manier “begrijpen” sommige mensen hun lichaam niet goed. Volkomen begrijpelijk, vanuit een ander perspectief.

In dat verband werd me jaren geleden gevraagd: “ik kan er met mijn verstand niet bij hoe opstellingen werken. Waarom werkt dat?”. Ik hoorde gelijk het woord “verstand”: het voltooid deelwoord van “verstaan”. Staan is een vorm van ver-staan. De orde die daaruit volgt, is “zoals het hoort”, vandaar het gebruik van het woord “verstaan” voor “begrijpen-zoals-het-hoort”. In onze taal zit impliciet een commando – sommigen zeggen een verzoek, een gradueel verschil – om wat gezegd wordt te begrijpen “zoals bedoeld door de spreker” (zeg maar “Geef acht!”). De gedachte is in alle talen een verleden tijd, de ervaring of gevoel is altijd in het hier-en-nu. Het ten-opzichte-van-elkaar-(ver)-staan gebeurt hier. Dit is wat jij “dit” noemt. Je verstand maakt er “het” van.

In elke alinea, in elke zin, maak ik gebruik van de dubbelzinnigheid van taal. Ik noem dit wel “Jungiaanse versprekingen” (altijd een meervoud: er kunnen meer versprekingen in één woord zitten. Zoals de Freudiaans verspreking (meestal een enkelvoud) altijd dubbelzinnigheid over seksualiteit betreft, zo gaan de Jungiaanse versprekingen altijd over andere dubbelzinnigheden, met name over onderbewuste of onderdrukte betekenissen. Van belang is de gedachte, dat je niet in taal denkt, maar in metaforen. “Een beeld zegt meer dan 1000 woorden”, zeg maar. Met taal druk je metaforen uit, letterlijk”uitdrukkingen”.

(inclusief-of figuurlijk: inclusief-of , want de letterlijke of figuurlijke boodschap bestaan beide waarbij de dominante metafoor van communicatie op om maar één van de twee – of het een of het ander te beschouwen. Hieruit ontstaat de problematiek rond “begrijpen”, als je begrijpt wat ik bedoel)

De observatie is vrij eenvoudig: in elke (taal)uiting of uitdrukking zit een andere laag, een symbolische of figuurlijke betekenis, die noodzakelijk is om de betekenis van de inhoud te begrijpen. Het symbool transformeert, bij elke transformatie, treedt een symbool op. Omdat taal een logische (of digitale, exclusief-of) structuur heeft, hebben we de neiging om de dubbelzinnig te onderdrukken. We hebben dit op school en de universiteit geleerd en het is verder vervolmaakt in organisaties. Het uitbannen van dubbelzinnigheid door middel van “letterlijk nemen” is in formele situaties noodzakelijk. In de dagdagelijkse praktijk echter, blijft alles ook “figuurlijk”.

Het vinden van een verklaring hiervoor heeft me vrij veel tijd gekost, vooral omdat deze zo voor de hand liggend is. Communicatie is zelf ook een metafoor. Metafoor betekent letterlijk “overdracht”, met andere woorden, overdrachtelijk gebruik. “Overdracht” noemen Freud en Jung (ik moet Wiliam James er nog eens op nalezen) de centrale paradox in psychotherapie, overdracht en tegenoverdracht: in het helingsproces worden de onderdrukte en onderbewuste aspecten, die aanleiding geven tot de toestand van de patiënt, overgedragen op de therapeut. De patiënt maakt dan van de therapeut zijn “vader” of “moeder” of “held” of welk aspect dan ook. Dit wordt “de betekenis van de patiënt” voor de heelmeester. Het viel de heren vervolgens niet mee, om daarin niet mee te gaan, zie het geval “Sabine Spielrein”.

Wanneer ik aanneem, dat patiënten extreme gevallen zijn van een meer algemene situaties, dan volgt, dat alle metaforen “overdrachtelijk” bedoeld zijn. Alle taal is (ook) overdrachtelijk – daarom gebruiken we taal, voor overdracht, het overdragen van betekenis. De cruciale denkfout (!), een idee, bestaat hieruit: betekenis zit in de woorden. Lees maar “wat er staat”. Maar er staat niet “wat er staat”, er staat een referentie aan beelden, de beelden die de figuurlijke betekenis van de woorden overdragen. Het enige wat ik kan bereiken met deze taal, is dat ik je verleid om naar je eigen “beelden te luisteren”. Ik moet de illusie van controle over de betekenis van mijn woorden opgeven. Vandaar – denk ik dan – jouw gebruik van het woord “context”: de betekenis van figuren zit in de context, de achtergrond en niet in de figuurlijke voorgrond.

Lang verhaal. Nog even door. Ben er bijna.

Hoe werkt de metafoor? Met een metafoor kan je begrijpen, wat je nog niet begrijpt. Door een metafoor projecteer je de structuur van je concrete, lichamelijke ervaringen op een structuur van abstracte klassen op een onbekend “lichaam”. Ter illustratie:

Een facilitator is als een loods. Je projecteert dan de structuur van de concrete eigenschappen van iets wat je kent, een loods op de nog onbekende facilitator. Loods komt tijdelijk aan boord van een schip om de kapitein bij te staan bij het varen in een haven, waarbij de reder de lading en het reisdoel van het schip bepaalt. De structuur van de klassen van eigenschappen: “ondersteunt neutraal, zonder belang bij enig specifiek resultaat (reisdoel) een team of groep (schip) en de manager als probleemeigenaar (kapitein) voor de opdrachtgever (reder), in een lastige situatie (varen in een haven)”. Ik heb hiervan een aardige presentatie gemaakt.

Een metafoor staat tot de werkelijkheid als een kaart tot het landschap: de structuur is hetzelfde, maar de inhoud verschilt. Net zoals je verschillende projecties (!) van een kaart kunt hebben – op hetzelfde landschap -, zo kan je verschillende metaforen hebben op dezelfde werkelijkheid. Een onderliggende substructuur (= verbeeldt in een legenda) kan wel steeds dezelfde zijn.

Het volgende is ook een metafoor: bij het maken van een metafoor, projecteer je je eigen beelden op de omgeving, je ontvangt je waarnemingen en vergelijkt ze met je (verwachtte) beelden, wat je kent. Zit daar een relatief groot verschil tussen – hé, ken ik nog niet – , dan reageer je met aandacht en ga je het (nieuwe) onderwerp beoordelen. Daarbij projecteer je je waarnemingen op je lichaam – concreet – en beoordeel je een en ander gevoelsmatig (“een” ben jezelf en “ander” is het “tweede”, het “andere”). Deze oordelen en waarnemingen worden vervolgens “bedacht”: je vormt een idee, een gedachte, met je hersenen. Dit idee projecteer je op het onderwerp en op je lichaam en een nieuwe cyclus van interactie vindt plaats. Door middel van wisselwerking test of onderzoek je “wat dit is” en vind je “het” uit. (Ik ben een aanhanger van het radicaal constructivisme). Wat voor jouw werkt, werkt.

Je ziet nu natuurlijk het volgende probleem: je metafoor bepaalt mede je manier van kijken en ervaren. Een andere kaart verandert het landschap zelf niet, maar wel de wijze van reizen, zie Google Maps. Een wegenkaart verschilt van een treinkaartje. Een stadsplattegrond – hoe goed ook -, is van weinig waarden bij het reizen in de provincie. En dan heb ik het nog over concrete landschappen. Wanneer ik abstracte landschappen – modellen – beschouw ontstaat een volgend probleem. Hoe beschouw je een organisatie? Zie bijvoorbeeld “Images of Organizations” van Gareth Morgan. Wat is een natie? Hoe werkt democratie?

Hier staat een beschouwing over de metaforen van communicatie: http://www.faciliteren-als-2e-beroep.nl/2017/08/facilitators-voegen-waarde-toe/

Taal, als hulpmiddel, negeert noodzakelijkerwijs de achterliggende processen. We hebben geen toegang tot het proces waarmee we onze gedachten vormen. Je “mind”, je geest, is net zo ontoegankelijk als je lichaam en je hersenen. Je weet niet hoe de motor van een auto werkt en nog minder hoe je lichaam werkt. Het gaat “vanzelf”. Je hoort of leest alleen de woorden, ongeveer zoals je van een gebouw wel de gevel ziet, maar niet de constructie; van een mens wel zijn gelaat, maar niet zijn gevoelens en gedachten. Dat is geen probleem in relatief eenvoudige situatie. Bij concrete vraagstukken – wat eten we vandaag? Hoe komen we eraan? hoe maken we het klaar? – werkt taal perfect. Ook bij het maken van hulpmiddelen – stoelen, tafels, pannen, zelfs vuur -, kunnen we uit de voeten met de instructies van taal. We hoeven daarbij geen beroep te doen op de achterliggende, constituerende beelden.

Echter, bij abstracte, complexe vraagstukken, speelt de beeldvorming een rol. Tel daarbij op, dat wanneer er een machtsverschil bestaat, het lastiger wordt om de meningsverschillen los te zien van de positie. Een andere mening kan daarbij ervaren worden als “tegen”, “onbetrouwbaar”, “niet loyaal” door mensen in een machtige positie. Omgekeerd, kunnen mensen het idee hebben, dat toegeven iets niet te weten “dom” is, ze “zwak” of maakt. Daarbij hebben we in veel gevallen het contact met ons lichaam verloren – behalve met betrekking tot het dragen van een uniform ten behoeve van machtshandhaving – en zijn we gewend geraakt om verhalen alleen letterlijk of formeel te nemen. Kortom, een mêlee.

Daarbij – en dat maakt het zo complex – bestaat je complex uit je onderdrukte beelden, gevoelens en gedachten. Ik volg hierin de terminologie van Jung, maar door middel een Jungiaanse versprekingen. Alle ideeën en gevoelens, waarvan je meent of denkt of gehoord hebt, dat ze “niet horen”, splits je af en onderdruk je. Zo “hoort het”, en zo hoort het ook. Echter, sommige van deze ideeën worden ten onrechte onderdrukt – familie, stam, school, natie -, om een complex van redenen, vaak ook onderbewust. Ik vermoed, dat hier ook de (tegen)overdracht werkt. Dit werkt, totdat je af en toe deze gevoelens, ideeën en gedachten moet toelaten. Bijvoorbeeld om het complex te kunnen beschouwen. Om een oordeel te hebben in termen van goed of kwaad, moet je wel “kwaad” kunnen beschouwen. Wanneer “kwaad” “niet goed” is kan je na verloop van tijd in de problemen komen met het beoordelen van “slechte” situaties. Dit merk je met name (sic) als een probleem, wanneer we een situatie abstract – in de vorm van woorden en taal – beschouwen.

Verder kost het onderdrukken van gevoelens energie. Het proces van projecteren, identificeren van metaforen maakt aannemelijk hoe uiteindelijk lichamelijke klachten kunnen ontstaan uit psychische problemen. Laat je niet af en toe je complex toe, dan kost het onderdrukken van gevoelens, meningen en ideeën steeds meer moeite. vervolgens komen ze naar voren, in situaties waarin ze niet gebruikt kunnen worden. Deze opstanden onderdrukt men, waarbij de druk toeneemt.

Excuses voor het lange betoog. Het komt erop neer, dat ik figuren gebruik – van LEGO, voorwerpen, Playmobil, … – om een huidige situatie “te verbeelden” en er over te converseren. Je projecteert je mening in een figuur, zoals je dat ook doet in je eigen lichaam. Er ontstaat gelijk een “wolk” van ideeën, die de deelnemers met elkaar kunnen bespreken. Ze reflecteren met elkaar. Omdat de projectie op het figuur of voorwerp (= letterlijk pro-jectie) ligt en niet op de persoon, ontstaat ruimte voor het complex om te voorschijn te komen en gehoord te worden, zonder dat het “persoonlijk” wordt. Zo recreëren we het proces van letterlijk en figuurlijk maken, krijgen we in- en overzicht in en over de situatie en leren we elkaar beter begrijpen. Dit begrijpen is een begrijpen in termen van betrekkingen en niet in termen van inhoud.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Figuren figureren in metaforen

Zeven lessen uit de “Zwarte Piet-discussie”

Je weet, zoals we allemaal weten, “die baard is niet echt”. Hoe komt het dan, dat we wel een echte discussie hebben over Sinterklaas en Zwarte Piet? Hoe komt het, dat de nadruk ligt op “Zwarte Piet”? En wat kan je ervan leren? Hier, voor wie het artikel op Linked-In niet wil lezen, de conclusies. Of down load de pdf hier: Zeven lessen uit de discussie

En weet je wat tante meteen heeft gezegd? :
Toch weet ik het zeker: DIE BAARD IS NIET ECHT!
we zullen ’t er verder nou maar bij laten
met tante Mathilde valt NIET te praten.

1. Sinterklaas en Zwarte Piet bestaan niet echt. We liegen erover. Jij liegt, soms. Niet uit principe, maar uit noodzaak. Omdat je niet weet wat “wel waar” of “onwaar” is. En omdat je niet kan zeggen, dat iets wat niet onwaar is, noodzakelijkerwijs waar is.

2. Sinterklaas en Zwarte Piet bestaan als metaforen. We communiceren door middel van metaforen, je denkt in metaforen. Daarbij maak je van concrete ervaringen abstracte categorieën. Concrete ervaringen – inclusief gevoelens -, zijn altijd waar. Abstracte categorieën zijn projecties van je concrete ervaringen en dien je te onderzoeken: “wat vertelt deze metafoor me over mijzelf, de ander en de situatie?”.

3. Sinterklaas en Zwarte Piet verbeelden een eenzijdige communicatie metafoor. Onze communicatie wordt gedomineerd (sic) door de “leidingmetafoor”, die eenrichtingsverkeer ver¬sterkt. Gesprekken, conversaties en dialogen verworden dan tot debat, discussies en presentaties. De nadruk zal verschuiven naar de “uitvindersmetafoor”.

4. Sinterklaas en Zwarte Piet helpen op weg naar waarachtige communicatie Vindt eerst uit, wat de ander bedoelt te zeggen. Vraag door met gebruik van Waarachtig Communiceren: “…. En Zwarte Piet is als..?”’ “…. En een kinderfeestje is als …?” “…. En racisme is als …”.

5. Sinterklaas en Zwarte Piet zijn niet bang zichzelf ter discussie te stellen Beweeg naar je angst of spanning in een situatie toe. Onderzoek de spanningen, inclusief die van jezelf. Erken, dat we elkaar gebruiken om onszelf te definiëren. Elke identiteit bepaal je door je relatie met anderen en bepaalt je relatie met anderen. Identiteit is niet echt (nou ja, aangenomen, een keuze, of opgedrongen door de ”leidingsmetafoor”), leugentje om bestwil, maar toch.

6. Je kan zowel Sinterklaas als Zwarte Piet zijn. … en wat voor een Sinterklaas en Zwarte Piet kan je zijn? “… en welke cadeautjes breng je mee …? “… wat is daarvan de surprise…?”

7. Sinterklaas en Zwarte Piet en zijn twee kanten van jezelf: een “witte” en een “zwarte”. Maak een tekening over je antwoorden op 6. Welke lessen kan jij hieruit leren?

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Zeven lessen uit de “Zwarte Piet-discussie”

Intervisie als fundament en sluitsteen van faciliteren

Bruggen verbinden

“Ik ging naar Porto om de brug te zien”

Faciliteren van groepen is niet moeilijk, het is onmogelijk. Ga maar na: of je maakt deel uit van de groep en je bent dus afhankelijk van de groep en het te bereiken resultaat; of je bent extern en hebt dus geen belang bij het bereiken van enig resultaat. In het eerste geval is faciliteren een vorm van insubordinatie naar je manager of leider. In het tweede geval biedt het de groep, haar leiding en je opdrachtgever om jouw neutraliteit op te vatten als vrijblijvendheid. En tegelijkertijd kan je geen van de twee situaties bespreken. Of wanneer je het bespreekt zal iedereen zeggen “nee, hoor, dat is niet zo!”. En zich vervolgens wel zo gedragen. Hoe kan je macht putten uit machteloosheid?

De machtsvraag zit verscholen in elke vraag of opdracht tot faciliteren. Homan geeft dat duidelijk aan in het Het et-cetera-principe – Een nieuw perspectief op organisatieontwikkeling. En het volgt ook uit de paradoxen van Expressie (Autoriteit, Creativiteit, Afhankelijkheid en Moed), zoals besproken door Smith en Berg in Paradoxes of Group Life. Juist omdat het een paradox is, kan je er wel wat mee doen. Een paradox geeft altijd spanning en spanning kan je gebruiken om iets te bereiken. Het vraagt wel het vermogen om om te gaan met de spanning. Hoe voorkom je dat je vervalt in afhankelijkheid (leuk doen, voor de groep) of onafhankelijkheid (leuk doen voor de groep – ja soms zit het verschil in een komma)?

Dat vraagt het vermogen om “op de grens te blijven”. Elke groep heeft grenzen. Binnen de grens “hoor je erbij”. Buiten de grens ben je een “buitenstaander”. En op de grens, is het onbepaald. De grens is ook, op een bepaalde manier, onbegrensd. Het overbruggen van grenzen, vindt altijd plaats op de grens, maar het is niet de grens. De brug – en ik vat een tunnel ook maar op als een brug – verbindt twee kanten op de grens. Ze vormt de grens niet. Overbruggen van verschillen is een veel gebruikte metafoor bij faciliteren. Een brug*) blijft op de grens. Hoe wordt je als een brug?

Een brug kent twee belangrijke aspecten: de fundering en de sluitsteen. De fundering staat aan twee kanten van de grens. Aan de ene kant gevestigd in de binnenwereld van een groep – zeg maar, de groepsdynamica. Anderzijds berustend op de buitenwereld van de groep, de omgeving waaruit zowel de problemen (importeren) als de oplossingen ervan (exporteren) voor de groep komen. Tweerichtingsverkeer.

De sluitsteen maakt de verbinding stevig. Maar wacht even, verbinding maken, dat klinkt als een definitie van faciliteren. Faciliteren, het overbruggen van groepsgrenzen vraagt kennis en ervaring van de dynamiek van groepen, de omgeving waarbinnen de groepen bestaan en het vermogen daar een dragend “sluitstuk” in te vormen. Daarmee gedraagt faciliteren zich als een vorm van dragend, dienend leiderschap. Hoe ontwikkel je dat vermogen?

In termen van faciliteerdynamiek: je bouwt de brug door middel van je draaiboek en het sluitstuk vorm je door de interventie in de uitvoering. Je draaiboek berust op aannames over de groep en het te bereiken, afgesproken, resultaat. Je kiest methoden en past je technieken toe. Je sluitstuk maak je pas, wanneer je in de dynamiek van je uitvoering, “het passende stuk” vindt. Dat vraagt nogal wat van jezelf als bruggenbouwer. Om dat met elkaar beter te leren, organiseren Carolien de Monchy en ik een reeks intervisiegesprekken. Het versterken van het vermogen om te overbruggen, dat beogen we met onze cyclus van gesprekken over faciliteren, de Facilitator Gesprekken Haaglanden. De datum voor de vrijblijvende kennismakingsbijeenkomst hebben we moeten verschuiven naar 7 december. Voel je uitgenodigd om te komen.

*) Je kan een en ander ook via de “De Poort” metafoor benaderen. Ook daar heb je te maken met twee zijkanten en een sluitsteen.

Geplaatst in autonoom, Begeleiden, expressie, H8 Omgaan met elkaar, metafoor | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor Intervisie als fundament en sluitsteen van faciliteren

Beelden van Kunstmest 11

We zijn op driekwart van de elfde uitvoering van de leergang. De eerste dagen van november zaten we in het Rondhuis van de Uylenburgh. Vijftig procent van het resultaat is de omgeving.

Op deze dagen voerden we zes mini sessies uit, waarin de deelnemers met elkaar werken. Zoals steeds geeft dit goed materiaal voor reflectie, met name wanneer er veel fout gaat. Geleidelijk aan krijgen we grip op het gepresenteerde (me)model.

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Beelden van Kunstmest 11

Facilitators voegen waarde toe

“Facilitators kosten gewoon te veel”
Als ik een taal spreek, is het Watzlwickiaans – pragmatisch. De meeting industrie gaat over geld verdienen. Iemand die iets anders beweert, is dom, verkeerd ingelicht of begrijpt heel goed hoe het werkt.

Facilitators inhuren lijkt niet noodzakelijk en gaat dus ten koste van de winst. Dat het niet noodzakelijk lijkt, komt door het vrijwel universele gebruik van een metafoor over communicatie die gemakkelijk werkt, maar te eenvoudig en eenzijdig is: de “conduit metaphor” ofwel de “leidingsmetafoor”. Deze metafoor valt samen met het fenomeen van leiding geven als mensen vertellen wat te doen. Communicatie is een vorm van zenden, in deze metafoor. Facilitator hanteren niet alleen een andere taal (klik op deze link voor meer onderzoek). Faciliteren gebruikt impliciet een andere metafoor voor communiceren: de “gereedschapsmakersmetafoor“. In deze metafoor – kader of frame – bestaat communiceren uit conversaties, appriciative inquiry, dialoog en “stilte”. Leiding geven houdt dan in het overgeven van de leiding en het beheren van het kanaal. En dat gereedschap bestaat zowel uit taal (inclusief beeldtaal) als uit houding, toon en lichaamstaal. Maar eerst gaan we naar Helsinki.

Het “Helsinki principe” in Helsinki
Ik ben naar Helsinki gegaan, om op een wetenschappelijk congres de inleiders te begeleiden in workshops in plaats van presentaties. De feedback is bijzonder positief, door inleiders, chairs en deelnemers. Toch zullen we niet opnieuw uitgenodigd worden. Te duur. Ik herken het dilemma van onze klant. Hoe kan ik de noodzaak om geld uit te geven aan een facilitator verantwoorden? Er waren 2 technici aanwezig en zeker 3 “stand by”, en 4 hostesses bij een meeting die ik faciliteerde. En ik erbij is te duur. Ondanks dat zowel de presentatoren als de deelnemers zeer tevreden waren over mijn ondersteuning. Wat maakt, dat het investeren in huur van ruimte, meubilair, licht, geluid en technici wel verantwoord kan worden en begeleiding door facilitators van sprekers en deelnemers niet? Waarom menen we, dat we kennis kunnen overdragen door te zenden, te presenteren?

Dat komt door een impliciete aanname over waar betekenis huist. We zijn getraind – ik niet, ik heb die les gemist -, in het idee, dat betekenis in woorden (of beelden) zit. We verwarren het middel (medium) met het doel (message). Het betekent, dat betekenissen volgen uit relaties. We gebruiken niet voor niets het woord kennis voor kennis en kennissen.

We hanteren een impliciete aanname of afspraak dat de betekenis van wat we zeggen in de woorden en beelden zit die we zenden / ontvangen. De betekenis zoals die begrepen wordt, is de betekenis als bedoeld door de zender. Dit impliciete principe heet in de ICT – ik verzin het niet – Het Helsinki Principe: de betekenis van een boodschap volgt uit het correct gebruiken van de juiste taal, uit grammaticale en semantische regels. Een boodschap heeft maar één betekenis. Wanneer die niet begrepen wordt, komt dat door “ruis” in het kanaal, zie het plaatje verderop.

Het gaat er dan in communicatie om, om de ruis te verminderen, door het geluid te versterken, de zaal goed in te richten of van beelden te voorzien. Dat maakt tevens de ontvanger lui en dom. De zender moet het maar beter uitleggen en wanneer hij of zij het zelfs na 10 keer uitleggen niet begrijpt, laat maar. Het verklaart, waarom er maar zo weinig mensen reageren op conferenties: alleen zij, die het al begrijpen. Het verklaart waarom politici zenden, verzenden en herzenden.

Veel opdrachtgevers menen impliciet, dat facilitators de ruis van hun boodschap zullen verminderen en daarmee de weerstand. Ik hoor dan formuleringen als: “de boodschap verduidelijken” (alsof de duiding in de boodschap zit), “de neuzen dezelfde richting op” (kenmerkend voor het stromen door een kanaal) of “het verminderen van weerstand …” (een vorm van “ruis”). Dat leidt overigens ook tot een gevoel van onbekwaamheid bij de opdrachtgever, wat we tijdens de intake dienen te bespreken – maar dat is een ander verhaal.

Dit principe volgt uit het vrijwel universeel hanteren van de “conduit metaphor” of wel de “leidingsmetafoor” als metafoor voor het proces van communiceren. Ik noem het ook wel reïficeren, het tot een ding maken van een proces. Zoals we communiceren, vertrouwen, organiseren (en) vertalen in communicatie, het vertrouwen, de organisatie en vertaling.

De aannames zijn:

  • Concepten, gedachten, gevoelens en betekenissen zijn als objecten, dingen.
  • Woorden en zinnen zijn containers, die betekenis bevatten
  • Communiceren bestaat uit zenden en ontvangen van containers
  • Communicatie (let op het zelfstandig naamwoord) is ook een ding

Pragmatisch betekent relaties
Watzlawickiaans gaat uit van de pragmatische aspecten van menselijke communicatie: betekenis volgt uit relaties in conversatie. Dat houdt in, dat betekenis volgt uit gedrag en niet uit woorden of beelden. We gebruiken ze wel voor de overdracht, maar alleen in overdrachtelijke zin. “Metafoor” betekent ook niet voor niets letterlijk “over-dragen“. Meta betekent over en foor komt van *bher-, de stam van dragen, in het Engels, to bear. Alle gedrag (! let op dat woord) draagt over, is communicatie en alle communicatie is gedrag. Alles – ook elk woord – kan dubbelzinnig dubbelzinnig gebruikt worden.

Betekenis zit in jou, jij betekent! Betekenis huist in mensen, in onze hoofden en lichamen. Betekenis noemen we daarom “embodied“. Het hebben van betekenis, werkt anders dan het hebben van een auto. Je auto kan je uitlenen, de betekenis van je auto niet. Daarom hebben we een auto ook als een statussymbool, de betekenis van de auto, voor jou. Woorden kunnen we geven, betekenissen niet. Die betekenis volgt uit de relaties, zoals de status van de auto volgt uit onze onderlinge relaties. Ik rij zelf Peugeot, dus dan weet je het wel.

Uit onderzoek (van Michael Reddy – inMetaphor and Thought – Ortony, A. (ed)), blijkt, dat we meer en meer van de “leidingsmetafoor” gebruik maken – meer dan 70% van de communicatie in de jaren ’90 – en steeds minder van de “toolmaker metaphor” – zie plaatje. Een gevolg van het gebruiken van techniek, machines en computers.

De “gereedschapsmakersmetafoor”, gaat uit van het samenstellen van een boodschap uit de beschikbare materialen en deze overbrengen aan een ander. Dat materiaal kan van alles zijn: woorden, natuurlijk, maar ook beelden, intenties, opvattingen. Alles is materiaal. Je kan het vergelijken met twee kinderen, die in een zandbak zitten en zandvormpjes uitwisselen en versieren. De ontvanger vergelijkt het aangebodene met de daar beschikbare materialen. Uit de conversaties (letterlijk, “omzetten”) leiden we inzicht, betekenis, kennis af.

De leidingsmetafoor is efficiënt, meetbaar, effectief in eenvoudige situaties, schaalbaar en zo algemeen, dat we bijna niet meer weten, dat het ook anders kan. Bovendien heeft ze als voordeel, dat de beheersing bij de zender blijft. Deze “klassieke” benadering wordt dan opgedrongen aan de “innovatieve” benadering. “Waarom kan faciliteren niet meer zijn zoals “zenden en ontvangen”?“, zo vraagt men zich af, vanuit het perspectief van de leidingsmetafoor. Ik denk dan aan het verschil tussen een ambachtelijk product en een fabrieksproduct. Misschien zit daar een aanknopingspunt: faciliteren levert een ambachtelijk product – kunst – en geen industrieel te reproduceren kitsch.

Wat zijn de kosten van falen?
De meeting industrie, denk ik dan, verwart de boodschap van interactie – daar ben ik het mee eens – met het overbrengen door te zenden – dat tracht ik te vermijden. Je kan het zien, in deelnemers die zich tijdens presentaties geheel anders gedragen, dan tijdens de pauzes. En dat dat verschil niet besproken wordt, maakt het geheel zelfsluitend. De leidingsmetafoor leidt noodzakelijkerwijs tot een “double bind“. Deelnemers van de gefaciliteerde sessies zijn (doorgaans) buitengewoon tevreden; de klant, in de vorm van de ondersteunde mens, ook. De opdrachtgever twijfelt, was het de prijs waard? Blijven we wel binnen budget?

De “leidingsmetafoor” werkt, werkt goed. Maar dan ook uitsluitend in bekende situaties. Op onbekend terrein – ik denk dan aan innovatie, vluchtelingenproblematiek, financiële crisis, politiek, “genderissues”, veiligheid en ga zo door -, werkt de metafoor eerder tegen ons, dan met ons. De leidingsmetafoor werkt naar bekende oplossingen voor bekende problemen. We kijken dan alleen naar de kosten voor het behalen van een bekend resultaat, zoals we een voorwerp kopen aan een kraampje. De “leidingsmetafoor” is door haar aard fragiel. Kleine, bekende verstoringen kan ze aan. Maar kleine verstoringen die tot resonanties leiden of tot een hyperkritische situatie, kan ze niet aan. Eén vergissing kan alle besparingen bereikt door de “leidingsmetafoor” te niet doen. En meer dan dat. Dat komt overigens niet door de metafoor zelf natuurlijker, maar door de gebruiker, door ons gebruik van deze gebruikelijke metafoor.

Faciliteren gebruikt noodzakelijkerwijs de “toolmaker metaphor”: het gaat om relaties, interacties, ontdekken en uitvinden, fouten maken en leren. Facilitator werken als gereedschapsmakers. Facilitators verzamelen tools, methoden en technieken. Maar daar gaat het ons niet om. Het gaat om het toepassen. Faciliteren leert van fouten en is daardoor antifragiel. Faciliteren werkt versterkend. Aan een van mijn leraren – Louis de Swaaf – vroeg ik: “welk doel heeft de facilitator?”. “Het sterker maken van de klant”, was zijn onmiddellijke antwoord. Je investeert in mensen, in elkaar, door het laten faciliteren van een bijeenkomst

In de toekomstige wereld, kan u, de inleider, voorzitter of presentator uw eigen proces faciliteren. Het koste zoveel tijd en moeite om een expert op te leiden, dat we geen tijd en geld konden besteden aan het leren overdragen van zijn of haar expertise. We doen alsof de expertise verworven is door middel van de leidingsmetafoor. Het heet “opleiding”. Voor faciliteren bestaat geen opleiding. Iedereen leert het in de praktijk. We leren experts te faciliteren in hun praktijk. [reclameblokje voor Kunstmest XP; Faciliteren voor eXPerts]. Tot het zover, zullen we moeten investeren in het faciliteren van bijeenkomsten. Of anders veel geld efficiënt weggooien aan ineffectieve bijeenkomsten, kennisoverdracht en technische oplossingen. Penny wise, pound foolish.

Investeren in kennissen
Faciliteren biedt geen kant-en-klare formules. We werken met recepten in plaats van voorschriften, we improviseren op basis van ons programma. Faciliteren houdt ook opvoeding in. Faciliteren levert meer op, naar mate de klant beter begrijpt, dat hij of zij het belangrijkste ingrediënt vormt. Faciliteren betekent het maken van verbindingen, relaties, netwerken. Faciliteren voegt waarde toe door te investeren in kennis in relaties, in kennissen.

Geplaatst in H9, meaning, metafoor, zelf | Getagged , , , , , , | Reacties uitgeschakeld voor Facilitators voegen waarde toe

Faciliteren van Configuraties – Masterclass workshop

Faciliteren van Configuraties verbindt de talige, objectieve, feitelijke, lineaire, logische wereld (“linkerhersenhelft”) met de beeldende, subjectieve, fictieve, cyclische, imaginaire werelden (“rechterhersenhelft”). De deelnemers maken aan elkaar duidelijk wat ze denken, voelen en menen. Dit aan de hand van eenvoudige voorwerpen en/of (LEGO) figuren. In de afgelopen jaren hebben we deze techniek ontwikkeld en toegepast, vanuit systemisch werk (opstellingen) en de ervaring al facilitator in het werken met groepen.

Certificering
Certificering in de werkvorm kan verkregen worden, nadat deze een tweetal keren is toegepast in concrete situaties. Neem contact op over de werkwijze (intervisie).

Meer informatie over de master class staat hier: Workshop Faciliteren Configuraties Algemeen

Hieronder kan je je inschrijven voor de Masterclass / Workshop Faciliteren van Configuraties op 7 juni 2017 te Den Haag.

Workshop "Faciliteren van Configuraties"

Deelnamekosten:
Eerste vijf deelnemers, 150 euro
Daarna 175 euro
Twee deelnemers op één factuur: 300 euro
Bij voldoende deelnemers: gift, wat het waard blijkt

Plaats: Ruimte voor Helden, St Jacobstraat 137, Den Haag

Factuur gegevens (en eventueel naam tweede deelnemer)

Eventueel bericht

Bij onverhoopte annulering geen restitutie; vervangen door een ander mag wel of deelname op een latere datum.
Algemene voorwaarden, zie http://www.mindatwork.nl/contact/algemene-voorwaarden/

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Faciliteren van Configuraties – Masterclass workshop

GROTE prijs winnen met faciliteren

Verplaatst naar volgend jaar

Hoe weet je, of je impact hebt gehad met je bijeenkomst? OK, je klant is tevreden. Maar echt, objectief? Zodat anderen het ook weten? Door deze te laten beoordelen door een onafhankelijke jury. Dat kan de IAF Facilitation Impact Award voor je doen.

Maar hoe win je zo’n prijs? Kom naar onze masterclass We’re going to win. BIG. Op 19 april aanstaande. Een innovatieve, interactieve MasteClass met Judith de Bruijn en Marcel Collignon. Winnen was nog nooit zo leerzaam!

Meer informatie staat hier:
Winning BIG prijswinnend faciliteren

Of stuur me een mail:

Ik heb interesse in deelname aan de MasterClass

Ik kan op dinsdag 19 aprilIk heb belangstelling, maar kan die dag niet

Dit formulier zal alleen gebruikt worden voor belangstelling voor onze trainingen en begeleiding.

Geplaatst in Begeleiden, FIA, Leiderschap | Getagged , , , | Reacties uitgeschakeld voor GROTE prijs winnen met faciliteren

Wat we kunnen leren van een 85-jarige

Tot mijn niet geringe verbazing, hoor ik in het video-interview met Irvin Yalom, dat deze eminente, 85-jarig hoogleraar en succesvolle schrijver over psychotherapie (vooral groepstherapie) nog steeds zijn intervisiegroep bezoekt. En nog steeds dingen leert, nu van zijn leerlingen. Yalom zegt, dat alle psychotherapeutische hulpvragen eigenlijk wortelen in ons (on)vermogen om relaties aan te gaan. Dat heeft direct te maken met het werken in groepen. Alleen in groepsgesprekken leren we daar beter mee om te gaan.

Eens te meer een bewijs, dat voor de professionele ontwikkeling van (proces)faciliteren, intervisie noodzakelijk is. Vandaar, dat ik het initiatief van de CoP Faciliteren en Projectmanagement voor een bijeenkomst over intervisie wil gebruiken als een eerste uitnodiging tot het vormen van een intervisie FGH Facilitator Gesprekken Haaglanden.

UITNODIGING
In deze, na de start, vaste groep, gaan we met elkaar spreken over ons eigen professioneel handelen als (proces)facilitator. Er is een verplichting om te komen en toetreden kan niet op elk moment. De onderwerpen hebben te maken met onze eigen specifieke professionele ervaring, aan de hand van min of meer actuele cases. De frequentie is hoog – bij Yalom wekelijks – en er is ook “huiswerk”, in de vorm van voorbereiden van je inbreng.

Ik stel voor om in eerste instantie een middag bij elkaar te komen en het protocol vast te stellen. Vervolgens komen we bij elkaar, waarbij steeds één van ons zijn of haar case / vragen inbrengt. Met elkaar vinden we uit, wat dit betekent. Uiteraard op een gefaciliteerde wijze, bijvoorbeeld een Retrospective. Op een latere bijeenkomst bespreken we je ervaringen met de toepassingen van het geleerde.

De FGH staat open voor iedereen die zich professioneel bezig houdt met het regelmatig faciliteren, modereren, voorzitten of begeleiden van groepen in bijeenkomsten of veranderingstrajecten. Deze te begeleiden groepen hebben GEEN vaste samenstelling, het zijn geen teams, aangezien dat meer onder leiderschap of teamcoaching valt. Voor de goede orde, het gaat niet over het leren van (nieuwe) methoden en technieken. Centraal staan jouw ervaringen, belevingen met jezelf en je relaties met je opdrachtgever en de groep.

Laat me via onderstaand formulier weten of je belangstelling hebt.

Doelgroep
Proces of groepsfacilitators, Moderatoren, Dagvoorzitters, Workshopleiders, Programma / Project managers, (Beleids)medewerkers die faciliteren
Aantal deelnemers: maximaal 12.

Resultaat
Waardevol faciliteren: duurzamere resultaten met minder inspanning
– Inzicht in de bronnen van ons lijden
– Professionele ontwikkeling
– Betere voorbereiding, meer rust
– Effectiever interventies, leukere bijeenkomsten, dankbare deelnemers

Lokatie, data
In de buurt van OV in Den Haag
Samen (aantal deelnemers = aantal dagen) vast te stellen op dinsdag 30 maart, vanaf 14.00

Prijs
Afhankelijk van de kosten. Ongeveer 45 – 60 euro per keer, van te voren te voldoen voor alle geplande bijeenkomsten. Geen restitutie, geen vervanging.

Relevante literatuur
K.K. Smith; D.N. Berg – Paradoxes of Group Life – Understanding Conflict, Paralysis and Movement in Group Dynamics
Dit boek is essentieel om te begrijpen hoe identiteit, individualiteit, vertrouwen, betrokkenheid, creativiteit en leiderschap samenhangen met de psychologische processen die mensen in groepen doormaken.

Ik heb interesse in deelname aan de Facilitator Gesprekken Haaglanden.

Neem contact met me op

Neem contact met me opIk heb een andere vraagBenader me niet meer

Dit formulier zal alleen gebruikt worden voor de Facilitator Gesprekken Haaglanden, tenzij anders aangegeven.

EPILOOG
Overigens blijkt een van mijn relaties, een zeer effectieve coach, op haar 72-ste ook nog steeds in haar intervisie groep te participeren.

Disclaimer
Dit is een persoonlijk initiatief en valt niet onder de verantwoordelijkheid van IAF-NL of IPMA-NL

Geplaatst in Uncategorized | Reacties uitgeschakeld voor Wat we kunnen leren van een 85-jarige