Breinfaciliteren >

Brein als metafoor voor werkelijkheidsopvattingenVoor een IAF-Benelux conferentie van 2010 hebben we met Future Center LEF van RWS indertijd principes van Breinfaciliteren ontwikkeld. De conferentie was getiteld “HoofdZakelijk Faciliteren“, met een knipoog naar het hoofd, dat – het woord zegt het al – aan het hoofd staat van een lichaam. Vandaar dat maar al te gemakkelijk het idee ontstaat dat dit hoofd en het brein daarin, het lichaam stuurt.

Attributing the consciousness uniquely to the brain, is a particular instance of the mereological fallacy in neuroscience. It involves ascribing to the brain – a part of an animal – an attribute which it makes sense to ascribe only to the animal as a whole
Bennet, Hacker: Philosophical Foundations of Neuroscience p. 240

Mens, niet het brein
Bovenstaande quote staat centraal in mijn werken met breinfaciliteren. Het brein, een brein, ons brein is NIET de zetel van bewustzijn, kennis, gevoel of zelfs een “mind”, geest of ziel. Mensen – en dieren, planten, ééncelligen en zelfs stenen – hebben een lichaam. Mensen en dieren hebben daarin een brein ontwikkeld. Bij mensen – en vermoedelijk een aantal andere diersoorten – heeft zich daarin bewustzijn ontwikkeld. Niet een brein is zich bewust, maar het wezen wiens brein het is; het brein denkt niet, mensen denken. Of zoals Bierce ergens schrijft:

“Brain: an apparatus with which we think we think.”
― Ambrose Bierce

Ik durf zelfs verder te gaan: het brein “voelt” niet, het lichaam voelt. Het brein heeft geen inzicht, begrijpt niet en heeft geen intuïtie, maar het lichaam heeft inzicht, begrijpt en intuït. Het brein ziet ook niet, zelfs de ogen – een onderdeel van het brein – zien niet. Mensen zien. Vandaar dat de eerste paragraaf van mijn boek over “begrijpen” gaat: de lichamelijke ervaring van ergens naar uitrekken, vastpakken en onderzoeken om te “begrijpen”. Begrijpen – begrijpelijk – is noodzakelijk om in dit leven te overleven. Vandaar dat we – niet onverstandig – streven naar begrijpen. Het lastigste stuk komt daarna: te beseffen dat er altijd meer dingen zullen zijn die we niet begrijpen en waarmee we toch zullen leven.

Mensen – en ook dieren – maken keuzes. Het wezen maakt de keuze met het brein. Zoals een auto een moter heeft om te kunnen rijden, zo hebben we een brein nodig om keuzes te maken. Niemand zegt dat beweging van de auto in de moter zit. Zo is het ook met denken: denken zit niet in het brein. Het brein, ons brein, heeft ons nodig en wij hebben ons brein nodig.

Rood: We hebben een brein om zintuigelijke prikkels te verwerken, te vertalen in acties, reacties, reflexen.
Groen: we hebben een brein nodig om de emotionele staat van ons lichaam waar te nemen, het voelen waar te nemen, te bemerken en er op te reageren.
Blauw: We hebben een brein nodig om – let op – onze handelingen te onderbreken. Te leren van gebeurtenissen, ze te onthouden – en dus ook letterlijk te onthouden, het ont-houden van reacties – te ordenen, afwegingen en overwegingen te maken en dan pas te besluiten om te handelen.
Geel: En we hebben een brein nodig om te dromen, te fantaseren, te verzinnen.

Mens en mind
Bewustzijn is niet mysterieuzer dan leven zelf. Het lichaam wat we hebben om te leven “heeft” bewustzijn. Dat “hebben” is een andere vorm van hebben, dan het hebben van een steen, hamer of computer. Wanneer ik een steen heb, kan ik het aan jou of aan iemand anders geven. Het leven wat ik heb kan ik niet op die manier geven. Hetzelfde geldt voor bewustzijn. We hebben een brein nodig om te leven, te overleven en – als gezegd – te begrijpen. Het één veroorzaakt het andere in samenhang; het is geen oorzaak gevolg. Het zijn gelijkwaardige processen die elkaar oproepen, aanvullen en ontwikkelen. In dat proces ontstaat een extra sensatie: “mind”.

Bewustzijn, mind, geest, ziel, spirit, hoe ook genoemd, ontstaat als een gewaarwording bij het proces van gewaarworden. In mijn beleving is dit hetzelfde – ik zeg het al – als “zelf”. We scheppen de eigenschappen van ons zelf zelf; gelukkig niet vanaf niets, maar geënt op ons lichaam. Vandaar – denk ik dan – dat we het “eigen-schappen” noemen, geschapen van, voor en door ons eigen. We hebben het eigenaarschap van deze eigenaardigheden.

“MIND, n. A mysterious form of matter secreted by the brain. Its chief activity consists in the endeavour to ascertain its own nature, the futility of the attempt being due to the fact that it has nothing but itself to know itself with.”
― Ambrose Bierce, The Unabridged Devil’s Dictionary

In het verwerven van kennis, begrijpen, beginnen we ons zelf te begrijpen. Dat begrijpen doen we door en met anderen. Het begint al in de baarmoeder – neem ik aan – waarin we merken dat er een wereld om ons heen is. Daarna neemt het gezin ons op en nemen we ons zelf op in een gezin, een familie. Later volgt stam, school, groepen en wellicht de natie – letterlijk “geboorte” – en de wereld. We betekenen daarin elkaar, als de elkaar tekenende handen van Escher. Alleen, we kunnen die handen in de tekening bekijken. Het proces van het zelf betekenen, kunnen we alleen vanuit het tekenen zelf waarnemen. Er bestaat geen positie buiten de tekening die we tekenen. Vandaar dat we onze betekenis van ons zelf afleiden en “en passant” anderen betekenen.

{tekening van tekenende handen}

Kennis over de werking van het brein is ook altijd kennis over de mens. Zowel voor kennis als voor bewustzijn geldt, dat dit niet kan bestaan buiten een lichaam. Het is altijd “embodied”. Ik sluit niet uit dat er kennis of bewustzijn bestaat buiten een lichaam, maar tot nu toe is een dergelijk fenomeen me altijd verteld door iemand met een lichaam. Wel zal ik toegeven dat we het gevoel kunnen hebben dat onze kennis of ons bewustzijn van “buiten” ons lichaam komt. En dat dit met evenveel gemak aan een deel van het lichaam kan worden toegeschreven, in casu “het brein”.

Breinfaciliteren
Breinfaciliteren maakt gebruik van de kennis over de werking van het brein om groepsprocessen – met name besluit- en betekenisvorming – te vergemakkelijken. Het zit al in het woord faciliteren, facile, gemakkelijk maken. We ontdekken geleidelijk aan de complexe werking van het brein of eigenlijk van het lichaam met een brein. De twee zijn onafscheidelijk, de één nooit zonder de ander. In veel gevallen, gebruiken we het woord “brein” en metafoor voor “mens”, een pars pro toto. De valkuil ligt daar, waar we aannemen dat een mens zijn (of haar) brein “is”. In al deze pagina’s bedoel ik met “brein” ook altijd “mens”. Terzijde vermeld ik dat het woord “mind” en “mens” dezelfde stam heeft: “men”. “men” houdt zoveel in als “geest” en we kennen het van mentaal, maar ook van com-mun-iceren.

De principes hebben we gedestilleerd uit de literatuur over de werking van het brein. Met name het boek Brein@work, Breinkennis voor organisaties, onder redactie van: Nina Lazeron en Ria van Dinteren.

De principes zijn:

  1. veiligheid
  2. verbinden
  3. verrassen (eigenlijk “emotie”, maar dat begint niet met een v)
  4. verwerken
  5. voeden

Op deze pagina’s bespreek ik kort de essentiële punten van deze handelingstheorie over het menselijk gedrag en de relatie met mijn boek, “Faciliteren als Tweede Beroep”. De benadering van sommigen is “Analytisch”, testen en ontwerpen, vanuit een “Assertief” (vaststellend) perspectief. Het LEF Future center, is een van de uitdragers van deze benadering, met een eigen invulling aan geven.

De invulling daar ervaar ik als “Beïnvloedend”, spel op het derde bord, bekeren en overtuigen, veranderen van de waarden van betrokkenen binnen een stelsel van principes en regels. Mijn eigen benadering is meer irrationeel: mind, geest als een emergent proces vanuit de wisselwerking tussen hersenen en omgeving. Omdat deze altijd gemedieerd wordt.

Hier is een kort filpmje:

Hoofdzakelijk Faciliteren [animation] from fleur augustinus on Vimeo.

Leave a Reply