Tag Archive for besluiten

Vrijheid willen

Dit is een reactie op een blog Dagelijks Theater
Bestaat de vrij wil? Misschien is het verstandiger te werken aan het bevrijden van “de wil” uit handen van de mens! Zelf meen ik dat “de vrije wil” een mereologische drogreden is. Uit mijn boek:

“De mereologische drogreden (Engels: fallacy) betreft een redenering, waarin een deel van een verschijnsel als verklaring voor het geheel gebruikt wordt. Hersenen maken deel uit van een mens net zoals een auto een motor heeft. Een auto heeft een motor nodig om te bewegen en een mens heeft hersenen nodig om te leven. De motor verklaart niet hoe of waar naartoe een auto beweegt net zo min als hersenen verklaren wat een mens beweegt. Een mens is niet zijn hersenen net zomin als een auto slechts een motor is. Mensen denken, auto’s rijden. Toch spreken de meeste mensen, inclusief (hersen)onderzoekers en filosofen, over het denken of voelen van de hersenen. Wanneer we pijn voelen, bijvoorbeeld omdat we te lang hebben zitten typen, zijn bepaalde gebieden in de hersenen actief (net zoals de vingers, overigens). Wetenschappers tonen vervolgens aan dat die pijncentra ook ‘oplichten’ wanneer we plaatjes zien van rugpijn, of woorden lezen die vertellen dat iemand rugpijn heeft. Dus constateren velen, doen de woorden pijn en voelen we dat in de hersenen.”

Leven “wil”, of om met Spinoza te spreken: ieder levend wezen (of eigenlijk elk systeem) wil zich handhaven. Alleen door de wil kunnen we kennen. God, of de Naturende Natuur, is dus de Willende Wil. We bidden immers: “Uw Wil geschiedde”. Met de wil duiden we – zeker in de betekenis van Schopenhauer en Nietzsche – deze universele levenskracht aan. Het is Gods wil, zeggen we wel. Maar met de wil duiden we ook iets specifieks aan: “ik wil een koekje”. Kinderen hebben een eigen willetje. Vrijheid is ook een paradoxaal begrip, mede omdat we vrijheid trachten te bereiken door onvrijheid te ontkennen (zie het voorstuk, kopje paradoxen in mijn boek). De vrije wil “an sich” bestaat niet. Het is altijd een attribuut of aspect van gedrag, een oordeel van de waarnemer. Maar dat wil niet zeggen dat we dit attribuut als verklaring voor het gedrag kunnen gebruiken.

Ik huldig altijd een pragmatisch, fenomenologisch standpunt: de werking, het resultaat of het effect van het gebruik van een term, is alles wat we kunnen weten van “de vrije wil”. Vanuit dat standpunt merk ik op dat we over het algemeen de vrije wil gebruiken als een verklaring over onze verantwoordelijkheid voor keuzes. Wanneer een keuze niet “uit vrij wil” is, zijn we niet of minder verantwoordelijk. Persoonlijk meen ik dat we ons deze luxe niet kunnen veroorloven. “Gewild of ongewild, kiezen is aanwezig.” Niet kiezen is geen optie of ook een keuze.

Handle stets so, daß die Anzahl der Wahlmöglichkeiten größer wird. – Heinz von Foerster

Wat relevant is voor faciliteren: draag er zorg voor dat de deelnemers uit vrije wil kunnen kiezen. Ook dienen de deelnemers vrij te zijn in het al dan niet meedoen aan een bijeenkomst. Op niet meedoen mag in principe geen sanctie staan. Het criterium voor de beste keuze, is dat ze het aantal keuzes vergroot. De wil wil bevrijdt.

Besluitvormingssituaties

Op pagina 135 gebruik ik de kaart van werkelijkheidsopvattingen voor het inventariseren van besluitvormingssituaties. De twee assen zijn:
– onzekerheid in doelstellingen laag of hoog
– onzekerheid in oorzaak & gevolg laag of hoog

In het gemakkelijkste geval – beide laag – kunnen we een besluit berekenen. Dit heet ook beslissen. Denk daarbij aan Multi-Criteria Analyse, oorzaak-gevolg analyse, keuzematrixen etc. In het moeilijkste, complexe geval – beide hoog – kunne we alleen door inspiratie een besluit nemen. Vergeet hierbij ook niet het gooien met een dobbelsteen, muntje of het lezen van de as van een verbrand hertgewei. Laat het lot beslissen, op die manier heeft in ieder geval niemand schuld – of erger, succes – bij een bepaalde oplossing. Succes is de snelste manier om je verliezen te laten oplopen en problemen te komen (p 267).

Mensen zijn probleemoplossende wezens en hebben de neiging onzekerheid te reduceren. Daaruit hebben we de neiging om problemen rationeel te benaderen. Zelfs een compromis – doelstellingen verschillend; oorzaak-gevolg laag – staat in een slecht daglicht. In veel gevallen hebben mensen een oplossing voor ogen en ontstaan er problemen bij de invoering. De oplossing wordt dan het probleem, een implementatieprobleem. Dit op zich is een indicator voor een complexer, achterliggend probleem.

Hoe herkennen we de situatie? Hierbij criteria:

  • Tijdschaal te bereiken doel: hoe korter (dagen, weken), hoe zekerder; hoe langer (jaren, eeuwen) hoe onzekerder. Maanden bezet de tussen positie
  • Aantal betrokkenen: hoe minder (5 – 225 (5*5*5)), hoe zekerder; hoe meer (meer dan 5000), hoe onzekerder. Tussen de 200 en 5000 hebben we een soort tussen positie
  • Wetmatigheid: hoe regelmatiger de patronen (wat omhoog gaat, komt weer omlaag; sterke verbanden), hoe zekerder; hoe onregelmatiger de patronen (verstoringen, mutaties, toeval, zwakke verbanden), hoe onzekerder
  • Gewoonte: mensen zijn gewoonte dieren. Hoe minder verandering van gewoontes, hoe voorspelbaarder.
  • Vaker geprobeerd: wat is er al gedaan om de situatie op te lossen? Hoe meer pogingen er gestrand zijn, hoe complexer de besluitvormingssituatie.
  • Tijdens de start van de implementatie van een JIT/Total Quality project maakte ik kennis met een aantal betrokkenen. Eén iemand nam me terzijde en vroeg: “Kom je hier Total Quality Management (TQM) invoeren?”. “Ja”. “Ik kan je de graven van je voorgangers laten zien”, was het antwoord

  • Veerkracht, buigzaamheid of resilience: hoe veerkrachtiger, hoe beter in staat om tegenslagen op te vangen. Denk aan de beschikbaarheid van hulpbronnen, sterkte van het netwerk, geoefendheid, back-up, redundantie etc. Ik verwacht dat dit begrip in de toekomst steeds belangrijker gaat worden.