Tag Archive for betekenis

Evoluerend Universum

Naar aanleiding van een bijdrage in de Correspondent van Tamar Stelling, heb ik mijn gedachten laten opkomen over evolutie. [Tussen [] wat aanvullingen]

hoofdstuk7paden-02Evolutie, of evolueren – ik vermijd reïficeren -, is een emergent, autonoom fenomeen, ontstaan uit de paradox van “behoren” (Belonging), ofwel de schijnbare tegenstelling tussen samenwerken (overvloed) of concurreren (schaarste). Ik hanteer een inclusieve of: het kan ook allebei. Deze twee zijn niet tegengesteld aan elkaar, maar complementair. Ze vullen elkaar aan en de één is niet beter dan de ander. Eigenlijk is het één en hetzelfde proces, wat we aanduiden als evolueren. Omdat we om gewaar te worden onderscheid moeten maken1) , ontstaat daarbij een illusie van tegenstellingen. Deze fictieve tegenstellingen verwoorden we in zelfstandig naamwoorden, waardoor ze feiten lijken. 2)3)

Zoals evolueren altijd uit het best aangepaste (fittest) systeem bestaat – er kan geen ander bestaan, anders had dat wel bestaan -, zo ontwikkelt zich ook ons denken over evolueren. 4) Ons denken over evolutie past zich aan, evolueert ook.

[op ieder moment bestaat ons denken uit het begrijpen-tot-dan-toe. Ze is aangepast aan de situatie waarin we verkeren. Wat werkt werkt en wordt werkelijk. Omdat gewaarworden en oordelen onverbrekelijk met elkaar en de gegeven situatie verbonden zijn, kunnen we niet anders dan de gewaarde werkelijkheid verwerkelijken en voor waar houden. Ons wereldbeeld is noodzakelijkerwijs begrensd door – zie de paradoxen van behoren -, zowel ons eigen denken als het denken door anderen. Hieruit ontstaat de beleving van samenwerken (“eens”) of concurreren (“oneens”).

appel peer paradoxIn termen van het gehanteerde model van paradoxen, vertalen we oneens in niet-eens, een digitale tegenstelling. In beide gevallen kunnen we dit aanduiden met het woord “school” (werk zelf uit).

Het moge duidelijk worden, dat daarmee “denken” een noodzakelijk bijproduct is van “evolueren”. Vanuit een bepaald standpunt, zou je de hele evolutie kunnen beschouwen als een denkende, analoge computer, die haar eigen resultaten ontwikkelt. Met de DNA/RNA-“machine” code ontwikkelt zich de eiwit-“programmeertaal”. Een bacterie kunnen we dan opvatten als een stukje samenhangende code of “object”. Deze ontwikkelen zich – de term Agile dringt zich op – tot grotere systemen, met complexe interfaces. Het proces van evolueren omvat het product van evolutie. Zo werkt alles aan haar eigen betekenis.

Wanneer alles een uitdrukking is van paradoxen 5) – in dit geval de paradoxen van “expressie” of uitdrukken -, roepen deze processen een emergent fenomeen op. Ik kan dan zo verklaren, hoe het product van deze processen – in casu de mens – een schepper, designer of ontwikkelaar aanroept. Wat wellicht lastiger te begrijpen valt, is dat deze universele “maker” samenvalt met zijn of haar schepping en dat de geschapene als deel, noodzakelijkerwijs een “afbeelding” is van het geheel. Vandaar dat we in elke religie “verantwoording” dienen af te leggen over onze handelingen en dat ze tegelijkertijd de saamhorigheid (!) bevordert. Waar menige religie in doorslaat, is het verkondigen van een absolute waarheid.]

1) [uitvinden van de werkelijkheid, wat werkt]
2) [ik gebruik hier dus weer het verschijnsel dat feit en fictie “gemaakt” zijn. Reïficeren is dus een emergent fenomeen van waarnemen en denken, de paradox van engageren (Engaging, ofwel percipiëren. Je ziet hoe de paradoxen elkaar oproepen.)]
3) [In het artikel wordt beschreven dat darmflora en andere bacteriën bij ons horen. Dat geldt ook voor al onze “andere” cellen en zich daarin bevindende resten van bacteriën. In termen van de paradox van behoren, begrijp ik nu. hoe de samenhang bestaat tussen

  • identiteit (wellicht beter: identificeren of identfying)iedere cel heeft eigen eigenschappen EN die zijn “onteigent” (oneigenlijk gebruikt) uit algemene eigenschappen
  • individualiteit (en dus hier individualiseren of individualsing) iedere cel is zowel uniek als een deel van het collectief, dat de expressie van die individualiteit mogelijk maakt
  • betrokkenheid (betrekken, betrokken zijn of worden of involving iedere cel betrekt zich op nabije cellen, is tegelijkertijd afhankelijk en onafhankelijk van andere celle
  • grenzen (begrenzen of limiting iedere cel heeft grenzen en wordt begrensd door andere cellen.]

4) [Hiermee valt het universum dus samen met evolutie – niet voor niets allebei woorden die “draaiende beweging” suggereren – en het enigmatische godsbegrip. Niet voor niets begint de bijbel met “in de beginne scheidde (!) god hemel en aarde”]

5) Energie en paradox zijn equivalent. De “spanning” tussen de polen uit zich in de vorm van “energie” en “kracht”, die zich omzetten in “werk”. Omdat energie behouden is, is ook paradox behouden.

Vertrouw je autoriteit

cropped-vazeqeurez-2.jpgConnie vroeg me wat er paradoxaal is aan “vertrouwen” en “autoriteit”.

Vertrouw het vertrouwen. De paradox is: “vertrouwen is goed, controle is beter“. Ik heb me daar altijd tegen verzet: controle versterkt het wantrouwen. We zeggen natuurlijk, dat dat niet het geval is, maar het voelt echt anders. Bij elke controle merk je, dat je niet vertrouwd wordt. Wat is anders het nut van controle? De controleur kan alleen maar zijn nut bewijzen door wantrouwen aan te tonen. De poortjes bij de NS zijn een perfect voorbeeld daarvan. De NS en de politiek – autoriteiten – MOETEN wel mensen vinden die erover heen springen, want anders is het “weggegooid geld”. Wat het overigens is.

De “double bind” is: “wanneer je te vertrouwen bent, hoef je ook niets te vrezen”. En wie wil er nu in angst leven? Wanneer we elkaar vertrouwen, is controle niet nodig. En leven we zonder angst. Maar hoe weten we dat we elkaar kunnen vertrouwen? Door te controleren. Maar als we wat te controleren hebben, is er blijkbaar grond voor wantrouwen? …. Dit is de oneindige regressie, het kenmerk van een paradox. In wezen is het leven zelf onbetrouwbaar. Je gaat er aan dood. Hoe kunnen we dan nog leven vertrouwen?

Vertrouwen is zowel een proces (ontwikkelen van vertrouwen) als een toestand (het vertrouwen). Je kan de toestand van vertrouwen alleen bereiken door die te ontwikkelen vanuit een toestand van wantrouwen, gebrek aan vertrouwen, onzekerheid, onveiligheid. Wat we meestal doen is het opbouwen van zekerheid door middel van controle. Dit heet ook wel “beheersing”. Uiteindelijk, kan je alleen op je zelf vertrouwen. En tegelijkertijd, kan je je zelf (jezelf?) niet vertrouwen (hoe weet je wat waar is? is leven geen illusie? wat als ik toch teleurgesteld wordt? Hoe verzeker ik me van geluk? # there’s someone in my head, but it isn’t me # (Pink Floyd)… ). Wanneer je jezelf vertrouwt, bevrijd je jezelf. Dat doorbreekt de beheersing en is een vorm van zelfbeheersing. De emergente kwaliteit van vertrouwen is vrijheid door middel van zelfbeheersing, een andere paradox. Zie hier “de wet van behoud van paradox” (= energie), de Eerste Hoofdwet van Groepsdynamica. In alle groepsprocessen is paradox behouden.

Let op trouwens: met trouwen gaan we een gelijkwaardige band aan, we worden in “de echt” verenigd. Waarin we elkaar zeggen te zullen blijven vertrouwen. Vandaar – denk ik dan – dat het schaduwwerk – omgaan met het complex in jezelf – in het huwelijk plaats vindt. Wie zei daar “vrijen”? Wanneer dit werk (!) niet goed gedaan wordt, ontstaat “van zelf” ontrouw en daarmee echt-scheiding. Die trouw, wordt ten overstaan van een autoriteit bevestigd: hier komt de andere paradox. Overigens, een bekend verhaal, hebben Rian en ik voor ons huwelijk de scheiding geregeld. Dat kan je dan maar beter doen, wanneer je elkaar vertrouwt …. .

Bevestig de Autoriteit is op dezelfde wijze zowel een proces – het proces van autorisatie – als een toestand. Het is vergelijkbaar met “quisque custos custodiet?“, wie zal de autoriteit autoriseren. We hebben daarvoor de Trias Politica, Politiek, Rechtspraak en Politie (!). Maar die zitten ook in een eeuwigdurende strijd over wie het laatste woord heeft: de rechter die de grondwet toetst, de politiek, die haar gezag aan het volk ontleent (zie de samenstelling van de Eerste Kamer 🙂 ) of de macht van de kracht? Uiteindelijk ligt de autoriteit bij G’d (geëxternaliseerd) en bij “volk” (geïnternaliseerd).

De autoriteit is altijd ook verwikkeld in een proces van (zelf-)autorisering. Een mooi voorbeeld daarvan is “Fuck de koning(in)“. Was z(h)ij een echte autoriteit, zou het bij de ondergeschikte niet opkomen om dat te zeggen. Tegelijkertijd, wanneer de autoriteit ertegen optreedt, wordt pas echt duidelijk dat deze autoriteit “nergens” op gebaseerd is. De dwang moet dus “in de wet” worden opgenomen. De wet is echter nutteloos, wanneer er geen overtredingen zijn… De nieuwe wet van Poetin is daarvan weer een kraakhelder voorbeeld: om de eenheid van de natie te beschermen, moeten we beschermd worden tegen de vrijheid om ons zelf te beschermen. En die kan natuurlijk alleen van buiten komen.

Vertrouw de autoriteit. Vandaar dat de paradox van autoriteit verwoven is met die van expressie en die van vertrouwen met verbinden, met “de ander”. De paradoxen zijn ook met elkaar verbonden, omdat Autoriteit “vanzelf” vertrouwd moet worden. Immers, wanneer dat niet het geval is, deugen zowel ondergeschikte als autoriteiten niet. Hier speelt “ouder”-positie versus “kind”-positie een rol. Wanneer kind tegen ouder in verzet komt, is het duidelijk, dat het kind nog geen “ouder” kan worden en terecht “tegen zichzelf beschermd moet worden”. Mooi voorbeeld is de alcoholwetgeving, waarbij de autoriteit van de wetenschap gebruikt, om aan te tonen dat wat al eeuwenlang goed werkt, drinken in je jeugd, niet werkt. Wie vertrouwt het oordeel van de wetenschap nu niet? Omgekeerd, zal ouder die nalaat kind te ontwikkelen autoriteit verliezen. “Volwassen” kunnen we dus zien als de autonome kwaliteit van de vertrouwde autoriteit EN de onvertrouwde onmacht.

Over trouwen trouwens: hoe kan autoriteit vaststellen (! let op de letterlijke betekenis) in hoeverre de twee elkaar vertrouwen en trouw zullen blijven? Dat moet wel aan een hogere macht, een super autoriteit worden toegewezen. Die G’d “is” de autonome kwaliteit van het verbond. Vandaar, waar we ook zijn, geroepen of niet, G’d is aanwezig.

De ene pool roept niet alleen de andere op, met elkaar roepen ze een nieuwe paradox op. Varela (Watzlawick (ed) “The Invented Reality“) wijst er op, dat elke paradox ook een emergente kwaliteit heeft, die zich uit in een “autonoom” fenomeen. Het enige wat ik eraan toevoeg, is dat dit autonome, zich zelfscheppende, fenomeen ook weer een paradox (of maar beter: paaradox) zal zijn. Vertrouwen “roept” ik en de ander op (en vice versa) en Autoriteit macht en onmacht. Hoe weet je dat ik te vertrouwen ben? Omdat ik autoriteit heeft. Deze roepen weer elkaar of andere paradoxen op, zoals elektrische stroom (plus en min) een magnetisch veld oproept (noord en zuid) en we met een stroom bijvoorbeeld een motor kunnen aandrijven, die beweging brengt (hier en daar) of een koelkast (warm – koud) mogelijk maakt … . Autonoom is in dat geval een interessant woord: “de eigen (auto) wet (nomos)”: alleen het stel zelf – het echte echtpaar – kan zich zelf trouwen. Maar dan wel eerst voor de wet en niet gaan samenhokken, want daar komt alleen maar ellende van …

Verder vroeg ze zich af: “Ik werk (tamelijk beperkt en simpel) met dat de ene pool de andere ‘oproept’. Daar zit dus weerstand en kun je ruzie krijgen.”

Maken van verschil, roept keuze op. Dit is precies – denk ik dan – waarom je het woord “werk” gebruikt: paradoxen “werken” en ook werken is paradoxaal, omdat we onderscheid maken tussen “nuttig” werk (echt werk) en onnut werk (of weerstand) en dat dit werk het echte werk is. In termen van Spinoza: G’d is het werkende werk, wat werkt “is” G’d, het werk zelf. G’d is ook het autonome fenomeen waaruit (en waarin) de werkelijkheid (!) is ontstaan en bestaat.

Bedankt voor de gedachte aan weerstand: dat is precies wat voorkomt dat de ene pool gelijk de andere opheft. De weerstand is noodzakelijk om de verschillen in stand te houden, lang genoeg om hun werk te doen. De kwalificatie “ruzie” heeft te maken met het autonome, emergente fenomeen dat weerstand “slecht” is. Zonder wrijving geen glans.

Het valt me in, dat wat in het Engels “realiteit” (Watzlawick (ed) “The Invented Reality”) genoemd wordt, in het Nederlands “werkelijkheid” heet. Dit zijn de twee aspecten van werkelijke werkelijkheid, reële realiteit. Wat werkt “is” de relatie. Daarmee schept deze werkelijkheid zich zelf. Onze taak is, dat te benoemen. Veel duidelijker kan ik het helaas niet maken.

Het symbool staat er vóór

facilitereninhethierennu7Een naam is een symbool, een teken. De naam staat ergens voor. In een conversatie binnen mijn Jungwerkgroep, die ging over symbolen en het gebruik ervan, nam ik dat letterlijk: een symbool staat ergens voor en “ontneemt” daardoor als het ware het zicht op waar het “vóór” staat. We (moeten) doen alsof “waar het symbool voor staat”, is waar het voor staat; met ander woorden, het symbool is hetgeen waar we het over hebben. Maar het symbool is niet waar het voor staat. Een beetje zoals

“Lees maar wat er staat, er staat niet wat er staat”

(Nijhoff, overigens waarschijnlijk naar aanleiding van een bordje met (Rijks)waterstaat).

Vandaar, denk ik, dat het eigenlijk voor ieder (gecompliceerd) symbool eigenlijk “onduidelijk” is, waar het voor staat. De (dis-)ambiguïteit maakt deel uit van het proces van communiceren. Werken met deze dubbelzinnigheden, onduidelijkheden, ambiguïteiten en verwarring, is de kern van faciliteren. Betekenis, ik heb het vaker gezegd, is een emergente eigenschap van wisselwerking. Met elk teken, elk symbool wordt ook een “request for compliance” meegezonden. Dit is de titel van een proefschrift van ene Wisse (die overigens meende dat je de betekenis van iets wel eenduidig kunt vastleggen, op voorwaarde dat je de context beschrijft. Maar ja, dat zijn ook symbolen die “ergens” voor staan).

Nu staat het symbool “symbool” ook ergens voor. Het interessante is, dat dit woord uit het Grieks, staat voor “met elkaar heel maken”. Een koning brak munten, een obool, in tweeën. De ene helft gaf hij mee aan een generaal, de andere hield hij zelf. Wanneer de koning of de generaal zeker wilde maken dat een door hem gezonden bericht van hem was (“Aanvallen!” “Terugtrekken?”), gaf deze zijn helft mee aan de koerier. De ander kon dan de waarheid van het bericht verifiëren, door de andere helft, letterlijk het sym-bool, te passen aan de eigen helft. Een passend symbool.

( ) meaning or life?

FaciliterenOproepenMeaning resides at the very core, heart, centre, or cross of facilitation. We usually talk about facilitation of groups. In order for a group to move ahead, it has to discover its own meaning (“what are we doing here?” “who are we?” “where do we want or need to go? “,”what’s driving us” or “what is our vision”, … ). In my map of reality perceptions, meaning (ideas, dreams, future) is facilitated (liberated, if you want or “realized”) from feelings, emotions residing in a group. It is an emergent process, from green <--|--> yellow, social & mythic. It is lion (no article!, I’m using ( ) archetype) coming out of see, luctor at emergo. It is child from mother, fire from water.

No life as we know it
Meaning, I tend to conclude, is an autonomous emergent property of interacting. Meaning is not ( ) thing nor is nothing. Meaning “pops up”, as if she has a life of her own. Even more, I have to conclude, there IS NO fundamental DIFFERENCE BETWEEN LIFE AND MEANING. They’re two aspects of the same phenomenon. Life make meaning of meaning, meaning of life. It is paradox@work!

As George Spencer-Brown states: world has created itself in order to see itself (Laws of Form).

Meaning of living is living of meaning
Depending on your point of view (aspect): evolution has created life and meaning or (inclusive or) meaning has created life and evolution. Using different words here, is only because they signify different points of view, not different (intended) meanings. Life – or meaning – has created men AND vice versa.

IT’S ALIVE
This makes meaning for human beings and groups fascinating and threatening. (the correct word is “numinous“). Life is al about surviving, maintaining your self. Not on your own, you cannot. We have to co-operate. Having meaning is no difference. Men creates meaning, as we need meaning to survive. And a group can have a lot more meaning, that’s why we attribute more meaning to a group – it has a name, so it must exist – than to ourselves. There is meaning in numbers. The price we pay? Not having a meaning of our selves: not to become free, to become enslaved out of free will. A small price.

Fascinating
A. It fascinates us, as it is born out of ourselves, and is a part of us. As child is to mother. It even reflects our self, we “made it”. We can play with it, juggle, hide it, imply or find it. It is part of us and we incorporate it (hence “body language).

Even more so, language has created women (women is used in the archaic sense, the source of men), first men. The word “men”, hu”man”, “mean”, “min”d, com”mun”ity, com”mon” …. and com”mun”ication are different perspectives on the same “thing”: emerging meaning. It is a kind of auto-catalytic process. Meaning liberates, we can liberate our self. We can become free humans!

Threatening
A. It feels threatening as it is also autonomous: we have to respond to our own meaning. As creator of meaning, you are responsible (YOU are, not me: I’m responsible for these letters, nothing more – read the disclaimer. You, the reader interact with it and create meaning!).

Parent responsible for child. However, as any child, it wants to become independent, have a life of its own. It wants to become free, and then conquer, or even worse, kill us. It has to be controlled, or it will get a life of its own and destroy its maker.

Capturing meaning
Now, this is my way of thinking, because we have invented writing, we can “capture” meaning and use it for our own purposes. At last, we can control meaning! That’s why we lock up it up in books :-). We finally can define it (no you cannot, they’re just endless cycles of recycled words). That’s why we continuously seek to better define what we’re talking about: in order to control child-that-has-become-monster. The better the definition, the more control, the better we’re understood and the less ambiguity. But the only thing that doesn’t change is death. In order to preserve meaning, we have to kill it, kill ourselves.

In groups, this meaning thing becomes gargantuan: as a group is so much larger than an individual, its meaning must be more powerful, overwhelming. Meaning no longer serves us, we are becoming controlled by it. Meaning has become mean, to us? Groups impose their perspective, their rules and principles on the individual. Because then, and only then, you’ll be save(d).

The end
How will this end? Never. Every-time meaning tries to annihilate itself, meaning is recreated, revived, reborn. There will always emerge lions out of see. Leaders who liberate. The only thing we still have to learn, is to carry our own sufferings, our own burden, anxieties and not attribute them to others.

In terms of the map: this is the Renaissance movement. Facilitating renaissances. Love liberates.

Note: ( ) is used to signal there is no article, like “the” or “a”.

— Disclaimer.
The meaning of the words in this text have no meaning other than the meaning you’re reading. Words about words are about words. Any other meaning, intended or not by the author, is part of this disclaimer.

Why Y facilitates

100px-Aries.svgWHY Y?
There is a Y in you that wants to get out. Y is the brand of facilitation: the two \ / becoming | . Let me explain.

Rick Lindeman wrote in a discussion “Facilitators unite! A brand new brand is coming our way…”

I know Jan likes to to start a discussion from the etymological origin of the entity discussed, but i think the word ‘brand’ has transcended from its ‘cattle status’ of “being owned by”, to ones own identity.. it’s about knowing yourself.. γνῶθι σεαυτόν gnothi seauton .. and by knowing yourself, and your drives you can communicate what are you are doing more effectively..

As a response to my opinion, that branding facilitation is beside the issue. I do not want to be branded as a facilitator belonging to IAF. Rick continues saying people make choices subconsciously, and therefore we need brands. The word “subconsciously” triggered this:

Signs are present
My point is: every sign is ambiguous. A sign, a symbol represents. A symbol is not the thing spoken about, it is not about what is “present”. The experience, the feeling, the subconscious awareness is present. In order to talk about the present (! “he implies today!” “No, Jan means a gift.”; “are you kidding, he is presenting a joke”, … ) we need something to represent it. Now two habits kick in.

Owning the meaning
1. We have to assume the other accepts (= “owns”) the meaning as we intended. This is called “The Helsinki Principle”. (In the late 50’s, information system developers had to agree on the meaning of information on a screen. They decided that the meaning is 100% the same as intended by the sender. This is the root cause of the failure of every ICT system). See also the thesis: “Every sign is a request for compliance”.

Means controlling the meaning
2. At the same time (and now I do not mean the present), the symbol gets in the way. (In Dutch we even say: “staat voor”, meaning both stands in its place and stands in front of).

It is not that I’m against symbols and branding. I’m against the (implicit or explicit) suggestion that I own (= control) the meaning through owning the sign.

I do not control your meaning
This is what makes facilitation so special (and, if you want “weak”): it is the other who determines the meaning of what is present. We present something unique and it is NOT the brand.

Own your self
The second part of your argument, Rick, is even better. “it’s about knowing yourself.. γνῶθι σεαυτόν gnothi seauton ..”. This represents (sic) facilitation even better: the royal path to knowing yourself is in accepting the other in you. Facilitating is about making (facere) connection (li) – it is not me who started a discussion with etymology, it were the blind poets -. Getting to know yourself, means getting to now Other. The other is also in the group. We belong to the same One.

Complex
Now it gets complicated. In order to “exist” we have to become separated. A child becomes separated – parted – from mother, parents, family, tribe, …sometimes even nation. We find ourselves thrown into life. Our self becomes “dissociated”. We project the disowned parts on others. It is not me who is bad, our parent is bad; it is not me who is good, our parent is good. (You always have two times two choices).

At a certain point in life, we have to “find ourselves” (or is it “my self”, I’m unsure about this). Well, you don’t have to; you might choose to remain “incognito”, but then, you’re probably not becoming a facilitator. We have to make reconnection (= facilitate) with our split-off parts. Interestingly, every other member of your group also represents something you “remember”. These are the parts you have to connect with: other symbolizes part of you. But you have rejected them in the past and the other parts feel rejected too. (Please note the implicit use of projected). So there it is: we need a connection-maker to reconnect. This is what we call “leader”. A facilitative leader.

The only thing a leader ethically cannot do, is “owning” the other. A leader has to liberate.

Plenty
We had to work in groups in order to survive. For thousands of years. Now we’ve finally liberated ourselves – we live in a world of plenty – and are facing our worst enemy: our selves. Facilitating is in sharing with others the parts we disown. Another word for this is friendship. Or peace.

On meeting design

Collega Pieter van Dijk van luisterrijk (pieter”at”luisterrijk.nu) stuurde me deze video. Mijn enige bezwaar is het gebruik van teveel significante cijfers. 1250 miljoen verspilde uren was al emotioneel genoeg geweest.

Past overigens precies in de paden op de Kaart van Werkelijkheidsopvattingen: altijd beginnen op de grens van concreet en sociaal (zaalinrichting!, ontvangst) en eerst in de richting van “verlies van betekenis” (visualisatie, brain stormen, …), dan naar prioriteiten op basis van “last” (gevoel, emotie, niet kosten of opbrengsten) en door naar acties. Vervolgens afsluiten met de emotionele lading van die acties en deelnemers bedanken.

Ze geeft ook aan hoe onze resultaatgerichte cultuur precies dat bereikt wat ze niet wil: gebrek aan resultaten. De verklaring hiervan (Argyris, Defensive Routines) is natuurlijk te lastig om te bespreken, maar de oplossing is dezelfde: “meaningfull conversations” of wel “dialoog”.

What is leadership?

Six leadership typesThis is my contribution to a dialogue on Systems Thinking on leadership: What is leadership?

Leadership – as a word – consists of “lea” and “ship“. The root of “lea” is in the Sanskrit “yui”, We find it also in “re-la-tionship”, “intel-li-gence”, “rea-li-ty”, “re-li-gion”, “li-aison”, and “faci-li-tation”. It meaning is related (!) to “connecting”. “ship” basically means “to create”, “to make”, “to come into being”. So Leadership implies “to create (or to maintain) connections”. In my opinion, leadership is an emergent phenomena connected with processes of grouping.

6.54 My propositions are elucidatory in this way: he who understands me finally recognizes them as senseless, when he has climbed out through them, on them, over them. (He must so to speak throw away the ladder, after he has climbed up on it.)

He must transcend these propositions, and then he will see the world aright.- Ludwig Wittgenstein: Tractatus

A group (any group) both creates and is created by leadership, as, in my opinion, leadership connects a group with its environment, a.k.a. other groups. It consists of a double interact, of which we usually perceive only one of the interactions (“leading” or “following”).
This is a contribution to Systems Thinking dialogue on leadership. What is leadership?

There exists no “game” without a leader. As there exist (at least) six different “games”, there are also six different types of leaderships. Not only are they all connected to each other, they also creates each other.

As these double interact also creates meaning (in my opinion meaning is an emergent attribute of interactions, or, to put it differently, relationships shape meaning), leadership associates with (the) meaning of group (a group is also defined by the properties of its leadership and vice versa), or its very existence. This, in its turn, creates a double bind which makes it impossible to experiences leadership without adhering to the definition leader imposes. This also disables us from disconnecting Systems Thinking (ST) with leadership.

Systems Thinking, as a way of interacting with the environment is also a kind of leadership. Working along the lines of Will McWhinney in “Creating Paths of Change”, I discuss in my book (in Dutch, sorry), where ST fits and where it doesn’t. This is a kind of meta-leadership: the ability to perceive the type of leadership required in a situation and bringing it forward. This is what i call “facilitative leadership”.

As a fact, it is also the word “ladder”: something enabling you to climb up. Usually “leader” is seen at the top of the ladder. I think that a leader should become a ladder: enabling others to climb. Then, as Wittgenstein put it, you’ll be able to discard the ladder.