Tag Archive for brein

Waar ligt de oorzaak van het begin?

Voor sommigen mensen vormen ideeën de eerste oorzaak. Het idee is, dat we eerst wat bedenken en daarna gaan doen. Dit idee, ligt ook ten gronde aan veel bijeenkomsten. Om te veranderen, hebben we een idee, droom, visie, beeld nodig. Dit idee moeten we delen, we moeten het eens worden en dan kunnen we wat gaan doen. Dat noemen we wel: “één focus” of “project”. Dat idee komen we straks weer tegen.

Maar, weet, het werkt ook omgekeerd. Wat we bereikt hebben, verklaren we uit de ideeën die we hadden. Ons brein is een meester in het uitfilteren – vergeten – van de andere ideeën die we hadden, en die het niet zijn geworden. Ook horen we nooit wat van mensen wier idee “niets” geworden is. Grote passen, snel thuis: ook voor ideeën gelden de wetten van het evolueren. Er zit niet een plan of een doel achter de wereld. Ze is wat ze is. De oorzaak is ook het resultaat, het resultaat volgt uit de oorzaak. We kunnen niet bepalen wat of welke de “eerste” oorzaak is. Omdat we zelf het idee vormen over een eerste oorzaak, geen idee zonder denker.

Wat veroorzaakte dit idee? Er zijn – als altijd – vier oorzaken denkbaar:

1. Aarde: de concrete, materiële wereld (we zeggen niet voor niets “materie”, van mater, moeder)

2. Lucht: de universele kosmische wetten (kosmos betekent immers “structuur”), zoals de Wet van Behoud van Energie

3. Water: de gemeenschap, de groep waarin we geboren werden (we spreken over “gemeenschap”. omdat die de betekenis (“meaning“) aan ons bestaan geeft)

4. Vuur: het idee (de logos, woord, wijsheid, kennis en, met een grote bocht: Sophia, het vrouwelijke aspect van het Goddelijke, de “moeder van god”)

Zoals steeds, verenigt het vierde element vuur, de andere drie. Daaruit ontstaat, als autonoom fenomeen, “een idee”. We kunnen geen ideeën scheppen, zonder een materiële, gestructureerde en gemeenschappelijke wereld. We formuleren een idee in taal. Taal heeft structuur, volgorde, grammatica. Daarbij heeft taal interactie, wisselwerking nodig, met anderen. Taal vertelt zo veel meer, ook tot welke taalgemeenschappen we onszelf rekenen. Taal is aangeleerd.

De werkelijke oorzaak is natuurlijk “Het Ene”, het ondeelbare, de oorzakelijke oorzaak. Daarna volgde de splitsing of de schepping, afhankelijk van waar de klinker plaatst (in het Hebreeuws).

Volgens mij is een gedachte altijd een verleden tijd, in elke taal. Dat komt, omdat we een ervaring, gewaarwording, “vertalen” in een gedachte, een idee. Tegelijkertijd (!) werken onze hersenen zo, dat ze een geachte in onze beleving “terugplaatsen” in de tijd. We hebben dus het idee, dat er eerst een idee is. Dit is naar mijn idee, een soort copingsmechanisme. Want wanneer er niet eerst een idee zou zijn, wie bedenkt dan de ideeën? Dat ze spontaan opkomen, is voor mensen in een gemeenschap onwenselijk. Maar volgens mij zijn ideeën voor de hersenen, wat diarree is voor de darmen. Wanneer je je gedachten probeert te volgen, zal je merken, dat ze komen en gaan. Mensen hebben ideeën, maar geen idee waar die vandaan komen. En dat kunnen we ook niet weten, omdat waar de ideeën vandaan komen, geen taal is. (Of op z’n hoogst een niet-verbale taal, maar een bio-elektrochemische taal)

Wat mensen – let op, dat “men” in “mensen” ook van “meen” afstamt – hebben uitgevonden (of ontwikkeld, weer afhankelijk van je standpunt), of bedacht, is “projecteren”: het afbeelden van een idee op de omgeving. Vandaar, dat we dingen een “voorwerp” noemen, een “pro-jectie”. Uit het aangeleerde vermogen ons beeld in een iets te projecteren, we moeten leren om te zien, ontstaat de gewaarwording, dat een idee een eerste oorzaak heeft en dat ik dat ben. Vandaar dat het eerste hoofdstuk van mijn boek gaat over “begrijpen”. We dienen het voorwerp te kunnen begrijpen, moeten er een idee van krijgen, voor we het kunnen gebruiken. Hou me te goede, dit is niet verkeerd, maar het is ook niet “echt”. Vandaar dat we uiteindelijk komen bij het begrip “kunst“, wat, het woord zegt het al, “kunstmatig” is. Ik meen me te herinneren, dat dat idee bij Reve vandaan komt. Om dat door te vertalen naar “droom”, lijkt me wel erg hineininterpretieren.

De lezer of toeschouwer wordt herinnerd aan een afspraak, die hij trachtte te vergeten, en realiseert zich opnieuw dat de gerepresenteerde wereld niet ‘natuurlijk’ is, maar kunstmatig
Verrek, het is geen kunstenaar: Gerard Reve en het schrijverschap, Edwin Praat

Implicaties voor faciliteren
– Intake: het idee, wat de “eerste oorzaak” is van een situatie, vertelt ons hoe de opdrachtgever / groep de situatie gewaar wordt. Uit die kadering, volgen hun acties en daaruit het resultaat plus het vastlopen. Vraag, bijvoorbeeld bij een intake, door op de gehanteerde metafoor. “En waar leidt …. (oorzaak) toe?” “en wat volgt dan op ….(oorzaak)?” “en wat gebeurde we vlak voor (oorzaak)?”. Gebruik “Clean Language”, zuivere taal, waarin je zo min mogelijk van je eigen ideeën verwoordt.

– Ontwerp: geef gelegenheid aan de deelnemers om “het idee” van de bijeenkomst te formuleren. Waar hebben we het over, wanneer we over het onderwerp spreken? Doe altijd een Check in, naar de ideeën van de deelnemers.

– Uitvoering: beweeg van beleving (groen) via idee (geel) naar vertaling (blauw). Laat bij voorkeur deelnemers eerst zelf een idee opschrijven. Dat vergemakkelijkt het formuleren en onthouden van een idee. Het opschrijven is een vorm van beweging.

– afronding, evaluatie: eindig positief. Laat deelnemers bijvoorbeeld in één (of zes) woorden beschrijven wat ze hebben meegemaakt. Gebruik het woord “meemaken”.

Drie regels voor productieve bijeenkomsten

Active participationTaal maakt de mens, zoals mensen taal maken. Onze taal is van oorsprong een “command-and-control“-taal. “Pas op!”, “Doe dat!”, “Hoe gaat het?”. Communicatie bestaat dan uit éénrichtingsverkeer.

In principe verstaan we een boodschap, zoals deze door de zender is bedoeld. Dit heet ook wel het Helsinki-principe, naar een afspraak op een conferentie over computers in de jaren ’50 in Helsinki. Generaliserend vormt het nog steeds de basis van onze bijeenkomsten en conferenties. Na de presentaties weten de deelnemers waar het over gaat. Eenrichtingverkeer.

Is het niet duidelijk? Dan moet het duidelijker gebracht worden. De spreker beter leren presenteren. Of neem een groter scherm, een illustratie of een (teken)filmpje. Niet verkeerd, maar het gaat voorbij aan een elementair principe: communiceren bestaat uit informatie delen. Minder mededelen, meer medeleden.

In bijgaand artikel geeft Dr Ravn duidelijk aan waarom en hoe we informatie daadwerkelijk moeten delen om tot resultaten te komen.

In bijeenkomsten moeten
(1) mensen autonoom (zelfstandig) informatie uit presentatie verwerken door
(2) betrokken (in kleine groepen) hun kennis te delen
(3) gericht op door hen bereikbare resultaten.

Meetings must transform (1) information delivered in presentations, through (2) knowledge sharing into (3) action that creates results.

Professionals moeten leren bijeenkomsten te faciliteren. Begrepen?

from_one-way_communication_to_active_involvement_0, White paper published by by Ib Ravn, Ph.D., Associate Professor, Aarhus University, 2015

Legenda als metamodel

Brein als metafoor voor werkelijkheidsopvattingenIk kreeg van Danny Greefhorst de vraag of ik het model van Nedd Herrmann (HBDI) kende. Jazeker ken ik dat, al uit de jaren ’90. (Ik bespreek het in het boek op pagina pagina 129)

Ik gebruik een vierdeling al in mijn afstudeerscriptie (1984), omdat ik geleerd had dat managers een matrix die ingewikkelder is dan twee bij twee niet kunnen begrijpen. Vanuit Kolb’s leerstijlen via Herrmann ben ik tot de opvatting van McWhinney gekomen. Hij presenteert het viervoudige model op basis van zijn studie naar veranderprocessen. Op basis van de Analytische Psychologie, de fenomenologie en Laws of Form meen ik, dat een archetypische of oorspronkelijke dubbele tweedeling de structuur van het universum vormt. Vandaar dat alle modellen in basis uit een vierdeling bestaat (bij een driedeling is er vaak een achtergrond als “vierde”; vijf is de “kwintessence”, de combinatie van de vier; verfijndere indeling zijn prima).

De kritiek op het model van Herrmann ( http://skepsis.nl/hbdi/ ) herken ik ook. Ze geldt ook voor MBTI, Management Drivers, Insights … etc. (Niet voor het enneagram, dat is een echte hoax). Ik heb een onderzoeksrapport van Coffield e.a. waarin maar dan 100 (leer)modellen (in 13 groepen) onderzocht zijn, waaronder HBDI. Ik verwijs daarnaar in mijn boek (p 103). De validiteit / voorspelbaarheid van modellen over mensen is nooit meer dan 70%, hetgeen mij als natuurlijk overkomt. De breuk tussen Jung en Freud, niet veel mensen weten dat, heeft ook te maken met de stelling van Jung, dat elk model van de menselijke psyche gemaakt is door een mens en derhalve ook de kenmerken bezit van zijn of haar bedenker. Dit geldt ook voor modellen in de natuurkunde, maar die “herkennen” hun bedenker of uitvinder niet. Freud meende dat zijn model wel degelijk universeel was.

Ik ben zelf een aanhanger van het radicaal constructivisme : we vinden modellen uit (in plaats van ze te ontdekken – dat is de achterliggende gedachtefout, overigens ook in de natuurkunde, dat we een model ontdekken) omdat ze (voor ons) werken. Het is een andere verwoording van “werkelijkheid is wat werkt”. Hierin schuilt wel een fundamentele menselijke behoefte om de (onzekere) werkelijkheid te beheersen. Zoals we vroeger de goden aanriepen, zo hanteren we nu modellen. Vandaar, dat de goden ook weer de psychologische aspecten van de mens uitdrukken. En dat de modellen nooit alle menselijke gedrag kunnen verklaren. Het universum zelf, trekt zich niets van onze modellen aan. Net zo, als onze god of goden.

Herrmann presenteert zijn model (in ieder geval later) met nadruk als metafoor. En zo zijn alle modellen metaforen, godsbeelden. Vandaar, dat hij de gebieden ook aanduidt als A,B,C en D. Het door mij gepresenteerde model is eigenlijk een “legenda” (lees ook”legendarisch“): de aanwijzing hoe een kaart of model te lezen. Het is een metamodel. En fractaal: binnen elk kwadrant, kan je weer een viervoudig model maken.

Why Y facilitates

100px-Aries.svgWHY Y?
There is a Y in you that wants to get out. Y is the brand of facilitation: the two \ / becoming | . Let me explain.

Rick Lindeman wrote in a discussion “Facilitators unite! A brand new brand is coming our way…”

I know Jan likes to to start a discussion from the etymological origin of the entity discussed, but i think the word ‘brand’ has transcended from its ‘cattle status’ of “being owned by”, to ones own identity.. it’s about knowing yourself.. γνῶθι σεαυτόν gnothi seauton .. and by knowing yourself, and your drives you can communicate what are you are doing more effectively..

As a response to my opinion, that branding facilitation is beside the issue. I do not want to be branded as a facilitator belonging to IAF. Rick continues saying people make choices subconsciously, and therefore we need brands. The word “subconsciously” triggered this:

Signs are present
My point is: every sign is ambiguous. A sign, a symbol represents. A symbol is not the thing spoken about, it is not about what is “present”. The experience, the feeling, the subconscious awareness is present. In order to talk about the present (! “he implies today!” “No, Jan means a gift.”; “are you kidding, he is presenting a joke”, … ) we need something to represent it. Now two habits kick in.

Owning the meaning
1. We have to assume the other accepts (= “owns”) the meaning as we intended. This is called “The Helsinki Principle”. (In the late 50’s, information system developers had to agree on the meaning of information on a screen. They decided that the meaning is 100% the same as intended by the sender. This is the root cause of the failure of every ICT system). See also the thesis: “Every sign is a request for compliance”.

Means controlling the meaning
2. At the same time (and now I do not mean the present), the symbol gets in the way. (In Dutch we even say: “staat voor”, meaning both stands in its place and stands in front of).

It is not that I’m against symbols and branding. I’m against the (implicit or explicit) suggestion that I own (= control) the meaning through owning the sign.

I do not control your meaning
This is what makes facilitation so special (and, if you want “weak”): it is the other who determines the meaning of what is present. We present something unique and it is NOT the brand.

Own your self
The second part of your argument, Rick, is even better. “it’s about knowing yourself.. γνῶθι σεαυτόν gnothi seauton ..”. This represents (sic) facilitation even better: the royal path to knowing yourself is in accepting the other in you. Facilitating is about making (facere) connection (li) – it is not me who started a discussion with etymology, it were the blind poets -. Getting to know yourself, means getting to now Other. The other is also in the group. We belong to the same One.

Complex
Now it gets complicated. In order to “exist” we have to become separated. A child becomes separated – parted – from mother, parents, family, tribe, …sometimes even nation. We find ourselves thrown into life. Our self becomes “dissociated”. We project the disowned parts on others. It is not me who is bad, our parent is bad; it is not me who is good, our parent is good. (You always have two times two choices).

At a certain point in life, we have to “find ourselves” (or is it “my self”, I’m unsure about this). Well, you don’t have to; you might choose to remain “incognito”, but then, you’re probably not becoming a facilitator. We have to make reconnection (= facilitate) with our split-off parts. Interestingly, every other member of your group also represents something you “remember”. These are the parts you have to connect with: other symbolizes part of you. But you have rejected them in the past and the other parts feel rejected too. (Please note the implicit use of projected). So there it is: we need a connection-maker to reconnect. This is what we call “leader”. A facilitative leader.

The only thing a leader ethically cannot do, is “owning” the other. A leader has to liberate.

Plenty
We had to work in groups in order to survive. For thousands of years. Now we’ve finally liberated ourselves – we live in a world of plenty – and are facing our worst enemy: our selves. Facilitating is in sharing with others the parts we disown. Another word for this is friendship. Or peace.

Schismogenese

Director ConstellationGregory Bateson, ontwikkelde het idee van “schismogenese”, onder meer in: Steps to an Ecology of Mind uit 1972. Hij constateerde, al rond 1935, dat groepen de neiging hebben om zich op te splitsen. De splitsing komt in twee smaken: “symmetrische” en “complementaire“. Bij de complementaire opsplitsing, vullen de delen elkaar aan. Denk aan “meester – gezel”, “toneelspelers – publiek”, “inkoop – productie – verkoop – management”. Bij de symmetrische opsplitsing ontstaan vergelijkbare groepen, rond een gezamenlijke leer, uitgangspunten, filosofie, … . Te denken valt aan een franchise organisatie met winkels op verschillende locaties, de landen binnen de EU, eigenlijk alle kerken, een voetbalcompetitie … . In het laatste geval worden anders denkende binnen de groep verketterd, zijn het concurrenten of het fameuze conculega’s. In het eerste geval is er sprake vaak sprake van machtsverschillen – kennis, ervaring, geld, vermogen – en worden andersdenkenden “onderdrukt”.

De interne problematiek wordt vervolgens geëxporteerd naar de relaties met andere groepen. Zo kunnen machtsverschillen binnen één groep gebruikt worden om de onderdrukten op te zetten tegen gelijkaardige onderdrukten in andere groepen. Of om met ze te concurreren en zo “te winnen”.

Op internet is er in de groep Systems Thinking World een discussie over “Bateson analyzed Schismogenesis. But what about “unifying” systems?“. Ik probeer daarin duidelijk te maken dat “unifying” de tegenhanger is van schismogenese. Bij elke splitsing ontstaan nieuwe groepen; alle groepen bevatten afgesplitste delen. We hebben de neiging om “samengaan” als succesvol te zien en “scheiding” als niet succesvol. Maar ze horen bij elkaar, als dag (licht, positief) en nacht (donker, negatief).

Neem bijvoorbeeld de EU: dat is een succesvol samengaan, tot dat er, ZOALS ALTIJD, een tegenbeweging optreedt. Daardoor wordt het succes in een kwaad daglicht gesteld, het wordt zelfs als een mislukking gezien. Dit labellen, framen, is een onderdeel van het proces van splitsen.

Hoe komt het dat we steeds vervallen in een stammenstrijd, in kasten, in teams? Hoe komt het dat we zowel binnen een groep of organisaties strijd leveren, tussen groepen? Wat maakt dat we uiteindelijk in een permanente staat van stress leven? Onze geest, de mind. Alle bewegingen zijn te herleiden tot een door Berreby in “Us and Them: Understanding Your Tribal Mind” beschreven zintuig.

Ik herinner me

Kunstmest 6 -2 Bij een sessieverslag doe ik altijd foto’s van de deelnemers “in actie”. Dat heeft te maken met de werking van de hersenen: we communiceren via projecties, we projecteren ons lichaam op de situatie (en op de anderen). Dit worden door veel hersenwetenschappers, “spiegelneuronen” genoemd, maar het zijn volgens mij de “echte” neuronen. Dat komt omdat ze ervan uitgaan, dat de beleving in de hersenen geproduceerd wordt en dat we die gebruiken om een situatie te herkennen. Volgens mij werkt het anders om. Omdat we eerst hebben geleerd via begrijpen, (verlangen en verlengen komen uit dezelfde bron, zegt Ceciel ergens), via projecties en pas later taal hebben geleerd. Onze werkelijkheidsbeleving is altijd ook lichamelijk, zoals al blijkt uit de woorden die we gebruiken.

Het hele systeem met neuronen voor de taal, is daar een latere toevoeging op. Inclusief de delen die “doen als of” dit het echte “smart system” is. Onze hersenen overtuigen ons er ook van dat onze taal gelijk valt met de lichamelijke gewaarwording EN dat dat het is. Iedere herinnering – het woord zegt het al – is ook een innerlijke ervaring, die neuronen vervolgens weer (letterlijk en figuurlijk) vertalen naar een mentale beleving en een tekstuele inhoud.

Door de foto’s verbinden de deelnemers zich opnieuw met hun beleving, de lijfelijke aanwezigheid en herinneren de deelnemers derhalve gemakkelijker de gepresenteerde teksten. Een ander argument is, dat mensen dol zijn op foto’s van mensen en zich zelf (niet noodzakelijk in die volgorde).

Overigens is dit ook de reden dat mijn boek “vertekende” foto’s heeft. Ze ondersteunen het tot je nemen van de betekenis – hé, daar staat ook weer teken-ing. Tita heeft ze vertekend, omdat foto’s teveel “ruis” bevatten. Alle details dient ons brein te filteren, om tot de essentie te komen. Een contour met een enkele kleur is voldoende om te herkennen en te herinneren.

Meervoudig faciliteren

hoofdstuk 4 wijzen-11Hallo rationaliteit! We leven in een rationele, bewuste werkelijkheid. Dat is de buitenkant van onze onbekende, on­der­bewuste en irrationele wereld. Ratio en bewustzijn zijn echter inherent aspecten van irrationaliteit en onder- of onbewuste fenomeen. Ze gedragen zich als het ware als onze huid of het aardoppervlak: ze dekken af, beschermen. Mensen, zekere westerse mensen, zijn uiterst bekwaam in het toepassen van ratio en bewustzijn, maar daarmee zijn die andere fenomenen niet weg; ze worden steeds problematischer.

Het lijkt soms of wel harder en harder proberen “dat andere” te onderdrukken. Alles moet tegen­woordig “wetenschappelijk onderbouwd” zijn, maar wetenschap dekt de irrationaliteit af. Ze kan er niet voor in de plaats komen, hoe zeer we dat ook proberen. Alle besluiten dienen we bewust en welover­wo­gen te nemen. Maar het onbewuste is de moeder van de bewuste reden. Spontaniteit is de kern van creativiteit, noodzakelijk voor de zo gewenste innovatie. Uiteindelijk leidt het gebruik van ratio en bewustzijn tot paradoxale situaties: door kosten te beheersen, wordt alles duurder; een “markt” moet door een autoriteit beheerd worden, waarbij we mopperen dat mensen geen rationele afwegingen maken. Kwaliteit moet meetbaar zijn, maar het woord kwaliteit is gemunt om de onmeetbare aspecten te beschrijven. Meer en meer trachten we het deksel van de rationaliteit op de pot van het irrationele te houden. Zo ook bij faciliteren.

Tot nu toe ligt de nadruk bij faciliteren op het ontwikkelen van methoden en technieken, het af­stemmen van werkwijzes, het ontwikkelen van protocollen. “Het brein” wordt tegenwoordig als “de oorzaak” van alle handelen gezien, daar zit de controle. Maar hoe meer we meten, hoe meer we weten, hoe onbegrijpelijker het wordt. We kunnen niet zonder ons brein, dat is zeker. En omdat we niet hoeven te weten hoe het werkt, gaan we ervan uit, dat dat ook geldt voor andere irrationele en onbewuste processen.

Het gebruik van ratio en bewustzijn bij faciliteren is niet verkeerd. Ze is te eenvoudig. Deze wijze van faciliteren noemen we “eenvoudig faciliteren”. De opkomst van systemisch werken – opstellingen – zien we als een eerste stap naar meervoudig faciliteren.

Groepen representeren onbewuste en irrationele aspecten. Wat we ervan zien of ervaren, is gedrag, het topje van de ijsberg. In veel gevallen trachten we tegenwoordig te onderzoeken wat “eronder” speelt. Door testen op het gebied van psychologische typen, teamrollen, leerstijlen, management drives, werkelijkheidsopvattingen enzovoorts, krijgen we zicht, maar geen grip op deze onder­lig­gende processen. Keer op keer blijken ze als verklaring onvoldoende omdat we (toch) niet staat blijken adequaat te kunnen bijsturen, controleren, beheersen.

Onder meervoudig faciliteren verstaan we een aanpak die beroep doet op irrationaliteit, onbe­wuste, spontaniteit, onze intuïtie en gevoel. Dit is de meervoudige, poli-interpretabele, rijkgescha­keerde wereld. Hier lossen we geen problemen op, maar brengen we verlichting, inzicht, berusting, acceptatie, en bovenal kwaliteit.

Als een bijproduct van beheersing, controle, rationaliteit en bewuste gedrag, ontwikkelden we taboes op het gebruik van andere methoden en technieken. Met wetenschappelijke argumenten worden de irrationele en inherent onwetenschappelijke zaken gediskwalificeerd. Het is niet aantoonbaar, niet herhaalbaar, contextueel, niet meetbaar. Het is geloof – en dat hoort bij de kerk – of bijgeloof – en daar wil zelfs de kerk niet aan. Het lijkt tovenarij, magie, hekserij, gebruik maken van de goedgelovigheid van gemakkelijk te bedriegen mensen. En dat is ook tegenwoordig vaak, ook omdat het de rationele en bewuste methodes (onbewust) goed uitkomt. In het uiterste geval ,noemen we het een “placebo-effect”. Dit maakt het moeilijk of onmogelijk om irrationele situaties te verlichten, op te lossen, ermee te werken.

Met “Meervoudig Faciliteren” presenteren we een aanvullende, complementaire benadering. Nogmaals, de rationele en bewuste aanpak zijn niet verkeerd, ze zijn alleen te eenvoudig. Na drie of vier eeuwen, is hun werking, groot in een irrationele wereld, niet alleen afgenomen, maar contraproductief. Wat we gaan ontwikkelen zijn complementaire, aanvullende methoden, die – uit de aard der zaak – de irrationele en onbewuste laten werken.

Meer weten? Neem dan contact met me op.

In de Kaart van de Werkelijkheidsopvattingen, representeert het blauw en gele gebied de bewust, bovenkant en rood met groen vormen de onbewuste onderkant. De linkerkant, blauw en rood, staan voor de rationele kant. Daartegenaan leunt het irrationele gevoel (groen) en de onvoorspelbare intuïtie (geel). Er zijn dus twee wijzen van veranderen, die verbindingen maken met deze twee “tegenstellingen”: “Beïnvloeden” (bekeren en overtuigen) en “Uitvinden” (induceren en ondernemen).

Principles of emergence

Continuing the discussion on the Linked-In group, I have to add:

cropped-mannen1.jpgBoth facilitating and learning are “emergent processes” or “autonomous phenomena” or “experiences”. They kind of emerge from distinctions made, created as principles, by our mind. It is not that they are not true: they are no things, nor a thing, only our mind makes them into these to get “a grip”. You experience them in the process of working, dealing with the day to day reality. Just as you cannot not communicate, we cannot not facilitate and learn. That explains what each and every model (Kolb, 4mat, Bloom, MBTI, Herrmann, DeBono, …) shows: this universe is about learning and facilitating and learning facilitating and facilitating learning.

In order to talk about these things, we have to “call” them, give them a “name” and “refer” to them. But the words spoken about the process are a process, the process spoken about, processing, but not processing itself. As The White Knight explains:

220px-Knight2

The song’s name is called Haddocks’ Eyes
The song’s name is The Aged Aged Man
The song is called Ways and Means
The song is A-sitting on a Gate

None of this, however, is singing a song.

Then our brain reverse engineers (note that this is the same word as referring) reality, by using principles, projecting them on reality and thereby “invent reality“. But – as in the chapter in Alice is called: “it is my own invention“: they’re inventions, made up.

As they work – they do – we assume these principles are true, real attributes of reality. To U they are, I’ve invented my own. We invent the from “archetypes”. And to quote Groucho Marx: “These are my principles. If you don’t like them…. Well, I’ve got others.”

On control

Naar aanleiding van een bijdrage op KennisCommunity groepsFacilitatie (KCF), over een bijeenkomst over de overheid “out of control”, voegde ik het volgende toe.

Brein als metafoor voor werkelijkheidsopvattingenIn mijn optiek hebben we het nooit anders gehad, “in control” is vermoedelijk een bijproduct van onze rationele kant; ik aarzel om het een illusie te noemen, want “being in control” bestaat wel degelijk, zie later. Ik hanteer het als een aanname: “laat ik er voorlopig van uitgaan dat ik de situatie beheers, begrijp, kan overzien”. Vandaar dat we controle, beheersing uitoefenen met behulp van machines (concreet, actief; vandaar dat jullie bootje een motor heeft) en principes, wetten en regels (actief en abstract). De “linker” hersenhelft, die, toch wel tegenstrijdig, de “rechter” kant van het lichaam bestuurt. Ik kan het niet laten om op te merken dat “beheersing”, “heerser” bevat, prins, mannelijk. Deze kant is doelgericht, recht, al weer dat woord, door zee.

De “andere” hersenhelft (het zijn natuurlijk dezelfde hersenen, ze horen bij elkaar), gaat over de linker kant; het woord zegt het al: een stuk linker. Daar laten we ons gaan: dat heeft veel te maken met emoties, gevoel en creativiteit en vernieuwing. Die kant kan zeilen, gebruikt de chaos van de wind om vooruit te komen. Is flexibel. En kan dus niet recht op het doel af. Deze kant hanteert ook een aanname, en heeft het grote voordeel wat gemakkelijker, wat losser met aannames te kunnen omgaan.

Ik vermoed dat op de achtergrond van de huidige situatie rond de overheid staat – en ik heb dat zeker bij RWS gezien – : het idee dat overheid “het” niet goed heeft gedaan (ergernis) en daarom “gestraft” moet worden. De overheid had meer toezicht moeten hebben op de banken, op de kosten in de zorg, op de al dan niet uit huis geplaatste kinderen, op de dijk bij Ronde Venen .. etc WANT DAN ZOU HET NIET GEBEURD ZIJN. Maar die veronderstelling gaat alleen op, wanneer je de aanname handhaaft, dat je “in control” bent. De overheid is – grappig – in haar eigen zwaard gevallen. Want stormen, rampen, vergissingen, lawines vinden plaats, moord en brand gebeurt; je kan ze niet verbieden, zoals homoseksualiteit (grapje). En de gevolgen worden ernstiger, naar mate je meer geprobeerd hebt ze te voorkomen.

hoofdstuk 8 en 9-19 Ik verwijs hierbij steeds naar het plaatje op pagina 16 van “Waterhuishouding in Nederland” van Verkeer en Waterstaat: wanneer NIET in het watersysteem zou zijn ingegrepen (lees: in control) zouden we 90% minder overstromingen kunnen hebben. Het is nooit 0%, natuurlijk). We zitten in de “dubbele klem” dat pogingen om te besparen alleen maar meer geld kosten. Ik kan dat met mathematische precisie voorspellen voor de nieuwe (zorg, jongeren, werk, woon) wetten.

RWS en de overheid hebben hun werk te goed gedaan en zijn – voortgestuwd door hun eigen succes – vergeten de control terug te leggen. Het is zelfs erger: jullie lijken te denken dat de oplossing inderdaad ligt in minder overheid door lean (= meer controle, meer beheersing. Ik was ooit ook gecertificeerd in QM). Het ligt ergens anders. Op de bijeenkomst werd door de dames getoond dat het gaat om zelfvertrouwen. Later meer.

Paradogma

Hier is een bijdrage over paradigma en paradox

The new paradigm is inconsistency in practice; I call it paradox. I’ve been working with Will’s approach (“Creating Paths of Change”) for over 15 years now and for me it still is the best approach: his “model” (i prefer the word “map”) is complete at the expense of inconsistency. His “model” doesn’t produce answers, it generates questions and very good questions at that.

The four reality perceptions are both excluding and connecting: they complement each other. They question each other. What seems “real” in one reality perception, may become “unreal” in another, must be “not real” in a third and can be “not unreal” in the fourth. The basis premises is that your way of perceiving and judging makes it so (Thomas Theorema). Theory is, at the most, a useful habit and should not to be confused with an attribute of reality. Theory is fiction, made up (as is, by the way, “fact”, facts are also made up).

Here is, in my view, the new paradigm: being inconsistent. All theories aim at consistency and fall into the trap set up by the Russell Paradigm: “can a theory both contain and explain itself?”. Yes and no. The trap is a truly existential one: it is there because I am. Or, to put in other words: “I am, therefore I think”. I am my own theory, or even better, I own my theory, I made it – as you do and did and will do.

Will showed me (I think he didn’t quite see it this way himself) that there is no location outside the map (my map, my reality) I’m in. My process of mapping produces my map, which contains my process of mapping, which contains …infinite regress and a true paradox. This high level “map” I perceive as my reality and I use my reality as a map. (In Dutch we have this wonderful word “werkelijkheid”, as in German: “Wirklichkeit”. “Wirklichkeit ist aber was wirkt” What works is “werkelijkheid”, reality”.) I assume that you do the same. These maps seem largely to be the same, because they are grounded in the same real reality (I know there is a world outside me, that’s why i needed the map in the first place), only, I am only on my map and you are only on yours. Where you stand depends on where you sit. Moving is an interesting option, but reality moves with you.

There seems to be “a whole hole” in the map, a kind of blind spot, parts I cannot perceive. It is me, myself and I. And, like the blind spot in our eye, it is covered up – by our brain – and the cover up is also covered up (it is called science). At the same time, we provide each other with complements of our maps – theories. These theories work, nothing as practical as a good theory. Up to a point, the point they cannot make. And the theories are also used to stuff the holes, to cover up the holes. They are used to say: “listen, my map is better than your map, so i must be a better person”. Or something like it. (I’m not very impressed, my map says.)

System Thinking, I’ve said it many times is not wrong, it is just incomplete. When we make it complete, for instance, I may add “synchronicity” (this, I have discovered, is another way of adding yourself to the map, without people noticing. synchronicity only works when there is somebody to perceive the perception), we introduce inconsistencies. If you do not want those, get out of my light, because that is making the shadow..

So, to quote Einstein: “in theory, there is no difference between theory and practice; in practice there is”. In paradigm, there is no difference between paradigm and paradox; in paradox there is.