Tag Archive for metapraxis

Vier brillen

De immer actieve Rick Lindemans verwijst iemand naar zijn site, waarin hij Will’s model vergelijkt met vier brillen. Goed gevonden, leer het hier.

Ik hanteer vier brillen als een meta-perspectief, een bril waardoor we naar brillen kijken. We kunnen niet zonder bril een situatie gewaarworden – ik zet nu een visionaire bril op, om mijn visie hier te geven -. We kunnen alle vier brillen hanteren, maar oefenen vaak alleen met een combinatie van twee (het fundamentele inzicht van McWhinney: steeds een combinatie van twee brillen, perspectieven). Vergelijk het met twee verschillend gekleurde glazen: zo zien we “diepte”. De analytische diepte is rood – blauw; de participatieve diepte is rood-groen. Assertief perspectief is blauw-geel (en zo tot 6).

We hebben geleerd om een bepaald perspectief, onze hoofdbril (inderdaad, grappig bedoeld), de voorkeur te geven omdat deze “ons staat”, bij ons past EN past bij de gegeven situatie. Het interessante is nu, dat de bril ook kleur geeft aan het perspectief. Een blauwe bril “kleurt” alles blauw. Daardoor, heel merkwaardig, zien we na verloop van tijd juist de blauwheid van de dingen niet meer. We kijken dan naar de roodheid. Zo wisselen we af.

Om te veranderen, moeten we een totaal andere bril opzetten: een groen-gele, in plaats van de rood-blauwe, bijvoorbeeld. Maar deze eerste “staat ons zo goed” en “past bij ons”. En je weet niet wat je gaat zien door andere brillen. Allerlei bezwaren en argumenten, steeds ook weer gezien door de bril die we ophebben. Deze bril, onze bril “vermindert onze paniek”, geeft ons zekerheid. Denk hierbij aan de zonnebrillen uit The Hitchhikers Guide to the Galaxy.

Bij het faciliteren maak je gebruik van de verschillende perspectieven, aanwezig in de groep. Door de brillen maak je als facilitator de verbinding met de verschillende perspectieven. Het knappe van de facilitator, is dat hij of zij zich steeds bewust is van de bril.

Leergang faciliteren voor experts

Koolwijk-01 gecomprimeerdVanuit uw expertise dient u steeds vaker te werken met groepen. U heeft medewerkers nodig om resultaten te behalen en de groep heeft uw expertise nodig. Hoewel groepen uw expertise nodig hebben, ageren ze vaak juist tegen uw expertise. Ze lijken niet betrokken, gedragen zich alsof u ze u niet vertrouwen, houden afstand. En in extreme gevallen gaan ze zich gedragen naar het laagste IQ in de groep.

Hoe maakt u verbinding met een groep medewerkers, deelnemers, burgers, ouders, … ? Hoe krijgt u mensen waarover u geen zeggenschap heeft en die uw advies niet lijken te volgen toch zo ver dat ze meewerken? Hoe bereiken we met elkaar resultaten of lossen we problemen op?

Omgaan met groepen noemen we Faciliteren. In de leergang Kunstmest, Faciliteren voor Professionals, kunt u dat leren en leren toepassen. De zevende leergang start voorjaar 2014 en de voorinschrijving is gestart. Lees meer op: Leergang Kunstmest VII voorjaar 2014

Voor wie?
Deze leergang is bedoeld voor professionals die behoefte hebben om beter te leren faciliteren, maar niet specifiek facilitator willen worden. Deelnemers uit het verleden waren specialisten in innovatie, participatie, communicatie, chemie, ICT, projectmanagement, beleidsadvies, gezondheidszorg; er waren juristen, taalkundigen en antropologen bij. Sommigen werken in het bedrijfsleven, anderen bij overheden of non-profit organisaties en weer anderen zijn zelfstandige professionals.

Kompas bij veranderen

DSC01705 comprDe Kaart van Werkelijkheidsopvattingen kan je op vatten als een kompas. Een kompas geeft de windrichting aan. Je kan veranderingen vergelijken met wind. Soms zeggen we immers, “er waait een andere wind”. Wind kan uit verschillende richtingen waaien. Maar je weet dat de Noordenwind meestal koud is, de Oostenwind in de zomer warm en in de winter koud. De Westenwind brengt regen en de Zuidenwind brengt mooi weer, met soms Saharazand. Elke wind heeft haar eigen kenmerken.

Zo werkt het ook met de Kaart van Werkelijkheidsopvattingen: afhankelijke waar de wind vandaan komt, zo gaan de veranderingen. Vanuit het Noorden komt een nieuwe visie met een structuur, zoals Lean Management. Een Westenwind brengt een analytische benadering: testen en ontwerpen, zoals Benchmarking. Het zuiden komt met een warme, participatieve benadering, zoals een dialoog. De Noordwester probeert je te bekeren tot het nieuwe systeem, bijvoorbeeld Theory U; de Noordoosten wind, zeldzaam, brengt helderheid in de vorm van innovaties, nieuwe mogelijkheden. De oostenwind kan bar zijn of warm, maar brengt onder heldere luchten mensen dichter bij elkaar. Waarna we naar elkaars verhalen gaan luisteren.

Bij veranderen gedraag je je als de wind: je verandert het gemakkelijkst vanuit de richting die bij je past. Zo hebben je dat geleerd, dat past bij je. Iemand anders heeft een andere voorkeursrichting en is dus “tegenwind”. Draaien is lastig of onbekend. Je voelt je niet meer jezelf. Toch kan het soms nodig zijn om te draaien. Of iemand met een andere voorkeur te vragen om te gaan jagen, blazen, waaien.

Winden verschillen, draaien, maar de windrichtingen blijven altijd dezelfde. Wind verandert niets aan de windroos. Andersom verandert de windroos niets aan de wind, ze schrijft niets voor, maar beschrijft. Vandaar dat het geen theorie of model is, maar een een metamodel, metapraxis. De Kaart van Werkelijkheidsopvattingen toont de onderliggende structuur van veranderingen. Veranderingen komen en gaan, veranderen is de enige constante. Maar tegelijkertijd blijven er dingen hetzelfde. De richtingen blijven. Het lastigst om te zien, is dat jij daar niet buiten staat. Het waait ook binnen – de brainstorm.

Boekgebruik

Hoe Faciliteren als Tweede Beroep ook te gebruiken Op de inscholing van 14 september had een deelneemster zich uitermate goed voorbereid. Haar man had haar het boek gegeven als een “moet je lezen”. Op systematische wijze had ze het boek doorgenomen en een aantal goede vragen geformuleerd. Drie dagen gewerkt. Een mooi voorbeeld van een Analytische Wijze. In haar werk als interim manager gecombineerd met de “Assertieve Wijze” en “Participative Wijze”. Na afloop concludeerde ze dat de waarde van de bijeenkomst de prijs ver oversteeg. Een mening die door de andere deelnemers gedeeld werd.

Niet iedereen bereidt zich zo degelijk voor: sommigen komen om een specifiek onderwerp te bespreken, anderen hebben een meer eclectische houding – “what’s in it for me?”. Soms wil iemand weten of het boek iets voor hem of haar is. Vaak passen de vragen van de deelnemers bij elkaar. Wat de redenen ook zijn, omdat de inscholing geen vast programma is, maar inspeelt op de vragen, de behoefte, ontstaat een levendige dialoog.

Theorie en praktijk

Theorie en praktijk kunnen niet zonder elkaar. En ze kunnen niet met elkaar. Het lijkt wel een huwelijk. Vanwege de kinderen blijven ze dan maar bij elkaar, begrijpelijk.

Met de door mij – en Will – gepresenteerde Kaart van Werkelijkheidsopvattingen dekken we het hele veranderlandschap af; net zo als Quinne en Lohrbach, de MBTI, de leercyclus van Kolb, het vier fasen model van Hardjono, .. etc . Theorievorming maakt onderdeel uit van het landschap en alle theorieën claimen (im- of expliciet) universaliteit. Sterker, wanneer dat niet het geval is, volgen aanvullingen (met eventuele andere theorieën) tot het wel universeel is. Tegelijkertijd wil elke theorie ook van praktisch nut zijn. Maar geen enkele theorie “is” de praktijk. Daarom staat er ook ergens de quote van Einstein:

“In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk; in praktijk wel”

Omgekeerd geldt ook: “In praktijk is er geen verschil tussen praktijk en theorie; maar in theorie wel!” Dat is de paradox waaruit we weten scheppen: wetenschap. Wetenschap is dus volgens mij het resultaat van een emergent proces. Ik heb het ook wel eens geformuleerd als: “wetenschap is het vervangen van de ene verzameling paradoxen door een andere en volhouden dat dat niet paradoxaal is”. Daarmee wil ik wetenschap niet diskwalificeren – ik ben wetenschapper -, maar we mogen wel onze beperkingen kennen. Bovendien geeft het aan dat wetenschap zich altijd zal blijven ontwikkelen.

Alle problemen komen voort uit onze strijd met de praktijk, de werkelijkheid. Dat verliezen we – op termijn – altijd. Maar dan ook altijd. In mijn tekening met de figuurtjes, staat rechtsboven “Gegeven Situatie” (Presenting Situation) omdat het volgens mij gaat om de manier van “aannemen”. Het interessante deel van elke theorie zijn de aannames (!). We maken het elkaar lastig omdat we op basis van de aannames conclusies trekken (= de theorie) en vervolgens de conclusies willen bewijzen, anderen gaan overtuigen of de theorie gaan implementeren. Maar de ontwikkeling van een theorie zit in het falsificeren van de aannames. Het gaat, neem ik aan, om het aannemen van de aannames. En dat noem ik een metapraxis. Daarom staat er ook de quote van de Daodejing (Tao): wanneer je iets grijpt om te veranderen, zal je niet slagen. Datzelfde geldt voor “be”grijpen. In mijn optiek is het helemaal niet nodig om een situatie te begrijpen om te kunnen interveniëren, te mogen veranderen. Ik werk zelfs omgekeerd: de interventie kan heel goed het begrijpen van een situatie zijn. “Aha, nu zie ik het. U houdt de tekening onderste boven”, zoals de man aan de telefoon zegt in de cartoon van Peter van Straten.

Ik bied geen alternatieve theorie, maar een beschrijving van de praxis. Of, anders gezegd, theorievorming als fenomeen plaats ik als onderdeel op de kaart in de “unitaire” werkelijkheidsopvatting. Als gezegd bestaat daar elke verandering uit een (her)interpretatie van regels. Een ander kenmerk van theorieën is het indelen in hiërarchieën. Het plaatsen van een theorie is dan ook een oordeel. Echter, ik plaats een theorie wel op de kaart, maar dat houdt geen oordeel in over de werking, of het succes, of de toepasbaarheid. Vanuit de Unitaire werkelijkheid zijn er drie veranderpaden:

  • analytisch, testen in de praktijk van je bedachte, ontworpen theorie of model: je krijgt dan gelijk
  • beïnvloedend, overtuigen van anderen van de theorie waar je je toe bekeerde: je krijgt dan volgers
  • bevestigend, assertief vaststellen van een geïnspireerde theorie: je krijgt dan “establishment”

Veel intuïtieve denkers (het psychologische voorkeurstype) hanteren een gemengde strategie. Je ziet dat heel mooi bij bijvoorbeeld Goldratt – Theory of Constraints – De Lerende Organisatie – Systeem denken en Theory U. Nogmaals, er niets mis of verkeerd aan deze theorieën. Ze werken. Alleen in sommige situaties even niet.

Mijn impliciete model is eigenlijk het volgende:

Goede vent + Goede theorie ==> succesvolle verandering
Verkeerde vent + Goede theorie ==> weinig succesvolle verandering
Verkeerde vent + Verkeerde theorie ==> geen succesvolle verandering
Goede vent + Verkeerde theorie ==> succesvolle verandering

(een vrouw kan ook een vent zijn; en succesvol houdt in op lange termijn. Er zijn verkeerde venten die iedere keer net op tijd weg zijn; eigenlijk is dat mijn verklaring voor het feit dat er zoveel personeelsmutaties zijn. Peter’s Principle)

De paradox bestaat hier uit: wanneer je een succesvolle verandering tot stand gebracht heb, wil dat niet zeggen dat je theorie deugt. Het enige wat relevant is, is dat u uw eigen theorie bemerkt (zelfkennis) plus de verschillen tussen je (handelings)theorie en de praktijk.

Wanneer u mijn model als een theorie beschouwt, dan dekt deze inderdaad 100% af. Ik ken er tot nu toe maar één die er buiten valt en die is dan ook volgens mij een hoax, oplichterij. In handen van een goede vent lijkt die te werken, maar de meesten komen er achter dat het niet aan die theorie ligt.

Maar, nogmaals, het enige waar ik naar streef is bewustwording van de door u gehanteerde theorie en daar op een adequate wijze met anderen over overleggen. Het enig zinnige doel is vooruitgang.

Het keuze probleem van de passende technieken en instrumenten is het onderwerp van het laatste hoofdstuk. De techniek die ik daar propageer, een vorm van opstellingen, is er niet één die in dezelfde omstandigheden hetzelfde resultaat geeft. En dat is fnuikend voor elke theorie.

Metapraxis, hoe werkt dat? Wat doet het?

In recente conversaties kwam het thema op van de “theorie” die ik in mijn boek hanteer. In mijn boek bespreek ik geen theorie maar een metapraxis. Ik heb indertijd met Will McWhinney ook zo over zijn boek gesproken. Theorie? Metapraxis? Wat maakt het uit? Een theorie levert beschrijvingen, model van gebeurtenissen, ter verklaring van het verleden en/of met de bedoeling een voorspelling te doen over vergelijkbare situaties. Een theorie is waar, wanneer deze met de werkelijkheid overeenkomt. Ze kan worden getoetst. Zoals bijvoorbeeld de Relativiteitstheorie van Einstein. Uit een theorie kunnen we handelingen afleiden, dit noemen we soms een experiment, om een bepaald resultaat te bereiken.

Een praxis begint met een handeling. De “Praxis” is ook de naam van een doe-het-zelfzaak. Uit die handelingen kunnen we een theorie afleiden, die we kunnen toetsen in de praktijk. Zie: http://en.wikipedia.org/wiki/Praxis_(process)

Praxis is the process by which a theory, lesson, or skill is enacted, practiced, embodied, or realised.

“Meta-” als prefix betekent “over”. Een metatheorie is een theorie over theorie. Een metapraxis handelt over de handeling. Vandaar bijvoorbeeld dat ik in het begin van het boek vraag te kiezen wat u van dit boek verwacht of uw eigen ideeën over veranderen op papier te zetten. Metapraxis is een verhandeling over handelingen. Ik wil laten ervaren dat de reflectie over de handeling ook een handeling is. Werken met de werkelijkheid. Sterker, dat de resultaten van die reflectie (= uw theorie) uw handelingen bepalen en dat wanneer u zich daarvan bewust bent, u kunt kiezen iets anders te doen. Dat houdt ook in dat werkelijkheid sterker is dan waarheid: elke theorie faalt ergens, is incompleet of inconsistent. Succes van een theorie uit het verleden is geen garantie voor de toekomst … Handelen daarentegen faalt nooit op die manier, een handeling is altijd “waar”.

Ik beschrijf in mijn boek een aantal ‘kleine paden’ om adequate veranderingen te bereiken. Vaak ligt een theorie ten grondslag aan zo’n veranderpad. Ik noem het kleine paden, hoewel de hoeveelheid werk en de impact voor een organisatie of gemeenschap groot kan zijn. De meeste tegenwoordig gebruikte methoden om veranderingsprocessen te begeleiden vallen onder deze zgn ‘kleine’ paden. Voor een organisatie biedt een ‘kleiner’ pad meestal voldoende soulaas. We lossen dagelijks problemen op zonder dat we de hele wereld veranderen. Bovendien leiden de in mijn boek beschreven twee grote paden niet tot een Utopia waarin iedereen nog lang en gelukkig leeft. Zoals ik aan Kersti schreef: “leven is één zelftest”.

Mijn boek biedt een soort sextant en kompas om de gegeven situatie in kaart te brengen en een voor die situatie passende theorie en methode te kiezen om op adequate wijze om te gaan met de beschikbare hulpbronnen en met anderen binnen een gegeven situatie optimale resultaten te behalen. Ik zeg niet dat de ene theorie beter is dan een andere. De ene theorie past beter in deze situatie en minder goed in een andere. Soms heeft u de verkeerde theorie. U kunt natuurlijk proberen de werkelijkheid aan die theorie aan te passen, maar ik raad aan over te stappen op een andere theorie. Dat is eigenlijk ook de letterlijke betekenis van “verkeren”: veranderen, omkeren.

Theorie achter metapraxis

Wat zijn de verschillen tussen een model, een theorie en een praxis? Het eerste is een beschrijving van een situatie naar analogie. Een theorie, θεωρία is een manier van kijken. Uit een theorie kan een model volgen. De praxis, πρᾶξις, verwijst naar de handeling. Je kunt handelen op basis van een theorie of een model; maar het is ook mogelijk om te handelen zonder dat je een theorie of model gebruikt of weet “hoe iets werkt”. Over het algemeen willen we dat een theorie getoetst is op basis van onderzoek, handelingen. Theorie en praktijk gaan dan hand in hand. Er is echter een maar. Zoals Einstein al zei, een theorie is ook een manier van kijken. Je theorie bepaalt daarmee de handeling, het experiment, wat je zoekt. en wat je vindt. Kloppen de feiten niet met de theorie, dan is het jammer voor de feiten.

“In theory, theory and practice are the same. In practice, they are not.” A. Einstein

Het boek “Faciliteren als Tweede Beroep” is bedoeld als een metapraxis. Voor sommigen lijkt het een theorie die niet te begrijpen valt. Voor anderen is het een model dat niet klopt. Is het een filosofie of een kosmologie? Ook niet. Ze is bedoeld als een handige reflectie op de handeling. Faciliteren, denk ik dan, intervenieert, komt “er tussen”. Faciliteren legt verbindingen, verbindingen tussen mensen. En verbindingen tussen mensen en ideeën. Het maken en verbreken van verbindingen is in de eerste plaats een handeling, een praxis. Het boek is ook gebaseerd op “de praktijk” en bevat “praktijk voorbeelden”. Het is echter een boek of metapraxis en “is” niet de praktijk. In het boek bespreek ik theorieën, modellen, spellen, stijlen, wijzen en methoden om aan te tonen dat al deze zaken een soort gemeenschappelijke bron of oorsprong hebben, die ten grondslag ligt aan alle handelen.

Een handeling heeft geen betekenis. Je voert een handeling uit. Je bereikt een bepaald effect of resultaat door te handelen. En vervolgens geven we een verklaring. Die verklaring bestaat uit een theorie, een model, een verzameling aannames, gevoelens, intenties van alles. En ze kunnen allemaal waar zijn. Deze metapraxis is ook bedoeld om te verduidelijken dat je kunt handelen zonder dat alles duidelijk is, zonder theorie of model. Het heldert met de tijd.