Tag Archive for Theory U

Kompas bij veranderen

DSC01705 comprDe Kaart van Werkelijkheidsopvattingen kan je op vatten als een kompas. Een kompas geeft de windrichting aan. Je kan veranderingen vergelijken met wind. Soms zeggen we immers, “er waait een andere wind”. Wind kan uit verschillende richtingen waaien. Maar je weet dat de Noordenwind meestal koud is, de Oostenwind in de zomer warm en in de winter koud. De Westenwind brengt regen en de Zuidenwind brengt mooi weer, met soms Saharazand. Elke wind heeft haar eigen kenmerken.

Zo werkt het ook met de Kaart van Werkelijkheidsopvattingen: afhankelijke waar de wind vandaan komt, zo gaan de veranderingen. Vanuit het Noorden komt een nieuwe visie met een structuur, zoals Lean Management. Een Westenwind brengt een analytische benadering: testen en ontwerpen, zoals Benchmarking. Het zuiden komt met een warme, participatieve benadering, zoals een dialoog. De Noordwester probeert je te bekeren tot het nieuwe systeem, bijvoorbeeld Theory U; de Noordoosten wind, zeldzaam, brengt helderheid in de vorm van innovaties, nieuwe mogelijkheden. De oostenwind kan bar zijn of warm, maar brengt onder heldere luchten mensen dichter bij elkaar. Waarna we naar elkaars verhalen gaan luisteren.

Bij veranderen gedraag je je als de wind: je verandert het gemakkelijkst vanuit de richting die bij je past. Zo hebben je dat geleerd, dat past bij je. Iemand anders heeft een andere voorkeursrichting en is dus “tegenwind”. Draaien is lastig of onbekend. Je voelt je niet meer jezelf. Toch kan het soms nodig zijn om te draaien. Of iemand met een andere voorkeur te vragen om te gaan jagen, blazen, waaien.

Winden verschillen, draaien, maar de windrichtingen blijven altijd dezelfde. Wind verandert niets aan de windroos. Andersom verandert de windroos niets aan de wind, ze schrijft niets voor, maar beschrijft. Vandaar dat het geen theorie of model is, maar een een metamodel, metapraxis. De Kaart van Werkelijkheidsopvattingen toont de onderliggende structuur van veranderingen. Veranderingen komen en gaan, veranderen is de enige constante. Maar tegelijkertijd blijven er dingen hetzelfde. De richtingen blijven. Het lastigst om te zien, is dat jij daar niet buiten staat. Het waait ook binnen – de brainstorm.

Theorie en praktijk

Theorie en praktijk kunnen niet zonder elkaar. En ze kunnen niet met elkaar. Het lijkt wel een huwelijk. Vanwege de kinderen blijven ze dan maar bij elkaar, begrijpelijk.

Met de door mij – en Will – gepresenteerde Kaart van Werkelijkheidsopvattingen dekken we het hele veranderlandschap af; net zo als Quinne en Lohrbach, de MBTI, de leercyclus van Kolb, het vier fasen model van Hardjono, .. etc . Theorievorming maakt onderdeel uit van het landschap en alle theorieën claimen (im- of expliciet) universaliteit. Sterker, wanneer dat niet het geval is, volgen aanvullingen (met eventuele andere theorieën) tot het wel universeel is. Tegelijkertijd wil elke theorie ook van praktisch nut zijn. Maar geen enkele theorie “is” de praktijk. Daarom staat er ook ergens de quote van Einstein:

“In theorie is er geen verschil tussen theorie en praktijk; in praktijk wel”

Omgekeerd geldt ook: “In praktijk is er geen verschil tussen praktijk en theorie; maar in theorie wel!” Dat is de paradox waaruit we weten scheppen: wetenschap. Wetenschap is dus volgens mij het resultaat van een emergent proces. Ik heb het ook wel eens geformuleerd als: “wetenschap is het vervangen van de ene verzameling paradoxen door een andere en volhouden dat dat niet paradoxaal is”. Daarmee wil ik wetenschap niet diskwalificeren – ik ben wetenschapper -, maar we mogen wel onze beperkingen kennen. Bovendien geeft het aan dat wetenschap zich altijd zal blijven ontwikkelen.

Alle problemen komen voort uit onze strijd met de praktijk, de werkelijkheid. Dat verliezen we – op termijn – altijd. Maar dan ook altijd. In mijn tekening met de figuurtjes, staat rechtsboven “Gegeven Situatie” (Presenting Situation) omdat het volgens mij gaat om de manier van “aannemen”. Het interessante deel van elke theorie zijn de aannames (!). We maken het elkaar lastig omdat we op basis van de aannames conclusies trekken (= de theorie) en vervolgens de conclusies willen bewijzen, anderen gaan overtuigen of de theorie gaan implementeren. Maar de ontwikkeling van een theorie zit in het falsificeren van de aannames. Het gaat, neem ik aan, om het aannemen van de aannames. En dat noem ik een metapraxis. Daarom staat er ook de quote van de Daodejing (Tao): wanneer je iets grijpt om te veranderen, zal je niet slagen. Datzelfde geldt voor “be”grijpen. In mijn optiek is het helemaal niet nodig om een situatie te begrijpen om te kunnen interveniëren, te mogen veranderen. Ik werk zelfs omgekeerd: de interventie kan heel goed het begrijpen van een situatie zijn. “Aha, nu zie ik het. U houdt de tekening onderste boven”, zoals de man aan de telefoon zegt in de cartoon van Peter van Straten.

Ik bied geen alternatieve theorie, maar een beschrijving van de praxis. Of, anders gezegd, theorievorming als fenomeen plaats ik als onderdeel op de kaart in de “unitaire” werkelijkheidsopvatting. Als gezegd bestaat daar elke verandering uit een (her)interpretatie van regels. Een ander kenmerk van theorieën is het indelen in hiërarchieën. Het plaatsen van een theorie is dan ook een oordeel. Echter, ik plaats een theorie wel op de kaart, maar dat houdt geen oordeel in over de werking, of het succes, of de toepasbaarheid. Vanuit de Unitaire werkelijkheid zijn er drie veranderpaden:

  • analytisch, testen in de praktijk van je bedachte, ontworpen theorie of model: je krijgt dan gelijk
  • beïnvloedend, overtuigen van anderen van de theorie waar je je toe bekeerde: je krijgt dan volgers
  • bevestigend, assertief vaststellen van een geïnspireerde theorie: je krijgt dan “establishment”

Veel intuïtieve denkers (het psychologische voorkeurstype) hanteren een gemengde strategie. Je ziet dat heel mooi bij bijvoorbeeld Goldratt – Theory of Constraints – De Lerende Organisatie – Systeem denken en Theory U. Nogmaals, er niets mis of verkeerd aan deze theorieën. Ze werken. Alleen in sommige situaties even niet.

Mijn impliciete model is eigenlijk het volgende:

Goede vent + Goede theorie ==> succesvolle verandering
Verkeerde vent + Goede theorie ==> weinig succesvolle verandering
Verkeerde vent + Verkeerde theorie ==> geen succesvolle verandering
Goede vent + Verkeerde theorie ==> succesvolle verandering

(een vrouw kan ook een vent zijn; en succesvol houdt in op lange termijn. Er zijn verkeerde venten die iedere keer net op tijd weg zijn; eigenlijk is dat mijn verklaring voor het feit dat er zoveel personeelsmutaties zijn. Peter’s Principle)

De paradox bestaat hier uit: wanneer je een succesvolle verandering tot stand gebracht heb, wil dat niet zeggen dat je theorie deugt. Het enige wat relevant is, is dat u uw eigen theorie bemerkt (zelfkennis) plus de verschillen tussen je (handelings)theorie en de praktijk.

Wanneer u mijn model als een theorie beschouwt, dan dekt deze inderdaad 100% af. Ik ken er tot nu toe maar één die er buiten valt en die is dan ook volgens mij een hoax, oplichterij. In handen van een goede vent lijkt die te werken, maar de meesten komen er achter dat het niet aan die theorie ligt.

Maar, nogmaals, het enige waar ik naar streef is bewustwording van de door u gehanteerde theorie en daar op een adequate wijze met anderen over overleggen. Het enig zinnige doel is vooruitgang.

Het keuze probleem van de passende technieken en instrumenten is het onderwerp van het laatste hoofdstuk. De techniek die ik daar propageer, een vorm van opstellingen, is er niet één die in dezelfde omstandigheden hetzelfde resultaat geeft. En dat is fnuikend voor elke theorie.

CoP Theory-U

Vandaag in “De Dependance” in Rotterdam deelgenomen aan een Community of Practice van Theory U. Op pagina 249 en 250 bespreek ik dit veranderpad. Ik vond het een leerzame bijeenkomst, waarin de deelnemers actief participeerden. Eerst een case over een voedingsmiddelenfabrikant die met deze benadering een oplossing gevonden heeft voor de problemen van overgewicht bij (jonge) kinderen. Ze doen dit door ze via eenvoudige moestuinen op scholen kinderen bekend te maken met de oorsprong van ons voedsel. Door concrete ervaring met het zaaien, zorgen en oogsten, krijgen kinderen meer waardering voor voedsel. Het stimuleert hun bewustzijn. Er was maar een zeurpiet – ikzelf – die opmerkte dat we dit vroeger “schooltuintjes” noemden en dat die via allerlei bezuinigingen en moderne inzichten – in willekeurige volgorde – verdwenen zijn.

Theory U bouwt voort op de Vijfde Discipline – de lerende organisatie – van Peter Senge. Met Theory U zoekt men een antwoord op het falen van de rationele benadering. In termen van de grote paden: het Renovatie of Revitalisatiepad (p. 228) werkt niet meer. Die wordt gevonden in een beweging naar binnen, naar de innerlijke wil. Vanuit introspectie en het loslaten van de eigen waarneming, oordelen ontstaat een spontane, nieuwe ordening. Deze wordt, in kleine stapjes, via prototypes, verder uitgewerkt. De centrale stap is “presencing“, een combinatie van “sensing” (waarnemen) en “present” (tegenwoordige tijd, hier en nu). Het woord duit ook aan dat het een cadeau is, een “gegeven”. Theory-U streeft naar het bewust loslaten van de eigen waarneming.

In mijn boek geef ik aan dat er vier verschillende, samenhangende wijzen van waarnemen bestaan. Waarnemen zelf, meen ik, kunnen we niet loslaten. Het maken van onderscheid – verschil dat verschil maakt – kan niet zonder waarnemer. Noch zonder het scheppen van de bijbehorende paradoxen. In mijn optiek zit de crux niet in het loslaten van het waarnemen, maar in het leren accepteren dat een ander de gegeven (present) situatie anders waarneemt (sensing). Het zit in het toelaten van de ander in ons zelf, niet in een beter waarnemen van ons zelf. Als de conflicten bij veranderingen al voort komen uit een blinde vlek, dan kunnen we deze niet waarnemen. Sterker ons brein compenseert van zelf voor de blinde vlek: ze vult deze in. Zoals ook de “echte” blinde vlek in ons oog gecompenseerd wordt in de hersenen. We kunnen onze blinde vlek niet wezenlijk waarnemen. De ander verschaft de nodige andere perspectieven. Theory-U blijft, naar mijn mening, steken in de aanname dat we het eens moeten zijn, dat er leiderschap nodig is, voor we kunnen handelen. Ik zelf denk dat we het eens worden in de handeling en dat leiderschap het emergente verschijnsel is.