Tag Archive for twijfel

Hoe werkt synchroniciteit – 2

Naar aanleiding van de legging, kreeg ik wat vragen.

Hoe doe je dat?
Ik pak de kaarten en ga ze schudden terwijl ik de vraag of situatie beschouw. Tegenwoordig wacht ik tot dat er “toestemming” komt om de kaarten te leggen. Dat kan, omdat ik “aan de beurt” kom, omdat iemand vraagt: “waar ben je mee bezig?”, omdat mijn naam genoemd wordt, of omdat er één kaart uitvalt, van alles. Het kwam zelfs een keer voor dat iemand zei: “we hebben nieuwe kaarten nodig”. Dan stop ik met schudden, soms coupeer ik, en leg, afhankelijk van de situatie, één, twee of meer kaarten, soms in een patroon, zoals het uitkomt, met het beeld omlaag. Eén voor een draai ik ze om. En dan gaan we in gesprek.

synchroniciteitSynchroniciteit is, als methode, vergelijkbaar met andere methoden, een klein pad. In mijn boek beschrijf ik het als een lemniscaat tussen geel en rood, mythisch en zintuiglijk, aarde en vuur. Het is een inventieve methode, “inducerend” vanuit de concrete werkelijkheid – het heeft zeker nut kaarten op de grond te leggen – naar de beeldende, creatieve, intuïtie en “uitvindend” van het beeld naar de concrete praktijk. De methode is acausaal, dat wil zeggen dat het geen letterlijk oorzaak – gevolg relaties zijn, maar figuurlijke, bij wijze van spreken. De antwoorden laten zich niet beredeneren (blauw) en ook niet bevoelen (groen). Hoewel veel mensen het als “gut-feeling” ervaren.

Wat bedoel je met het werkt?
De meeste mensen menen dat je moet geloven in je doel, visie, strategie missie, of in toeval, geluk, of wat de baas of de dominee zegt. Iedereen beeldt zich dingen in en heeft een beeld hoe dat waar te maken. Wanneer dat werkt, menen we, en ook niet ten onrechte, dat het veroorzaakt wordt door ons (toekomst)beeld. We nemen aan dat deze wereld causaal is, oorzaak ==> gevolg. Ik stel me voor ==> ik maak iets. Zo worden we ook opgevoed, omdat dat wel praktisch is. Het geloof maakt het mogelijk dat je niet alles steeds hoeft te overdenken. Maar het is en blijft een soort methode, een methode om om te gaan met twijfel, onzekerheid, onduidelijkheid. En de methode doet het niet. Want het is niet hoe “het Universum” werkt – wat dat betreft was het uitermate interessant dat die kaart onderop lag. De werkelijkheid trekt zich niets aan van onze ideeën, meningen, geloven en zelfs wetenschappelijke bewijzen van “hoe het werkt”. Daarom gebruiken we ook het woord werkelijkheid: werkelijkheid is immers wat werkt.

Zo werken ook bijna alle project managers: ze geloven in hun project en maken het tot een succes. Vervolgens menen we dat ze hun succes bereiken “omdat” ze er in geloven. Dat is ook wat ik ze ook vaak hoor vertellen. Ik kan dat niet ontkennen, we geloven immers en we hebben succes; alleen weet ik dat het in wezen onbeslisbaar is. Je gelooft altijd ergens in en bereikt altijd een resultaat en dat die twee samenhangen kan toeval zijn, een reden hebben, noodzakelijk zijn of een samenloop van omstandigheden. Omdat we niet alles weten, weet je ook niet wat wel en niet het geval is. Omdat we eigen succes toeschrijven aan eigen handelingen (en het succes van een ander aan externe oorzaken), neigen we ertoe, ons beeld als oorzaak van ons succes te nemen. Lukt het een keer niet, dan moeten we gewoon harder werken, meer doorzetten, minder twijfelen… . Vandaar, denk ik dan, dat De Kracht bovenin ligt.

Zo kan je natuurlijk zeggen dat “ABN-AMRO”, ik noem maar een bank, een goede visie heeft en daardoor de grootste bank is geworden. Of dat het komt omdat ze “de juiste mensen” weten aan te trekken. Maar ik denk dat er altijd uiteindelijk maar vier of vijf grote banken overblijven (adviesbureaus, oliemaatschappijen, landen, ….), met een groot aantal kleintjes – de 80/20-regel -, ONGEACHT welke visie, mensen, ideeën of systemen. In de natuur heeft alles de neiging te groeien, tot het niet verder kan. Dat het handig is om het op je persoonlijke conto te schrijven, zal ik niet ontkennen. Het is vooral handig, omdat je dan ook een groot deel van “de winst” voor jezelf kan claimen. Over het algemeen, wordt degene die het brutaalst omgaat met het geluk de grote winnaar. Het is niet dat ik het deze niet gun, maar je moet niet net doen alsof het niet door geluk, toeval, samenloop van omstandigheden, een vergissing in jouw voordeel, gekomen is.

Door met dobbelstenen te gooien, met darts op een horoscoop, met beeldkaarten of met de Tarot te werken, doe ik precies hetzelfde: ik laat geluk, toeval, samenloop van omstandigheden, een vergissing in mijn voordeel het werk doen. Het enige wat daaraan vervelend is, is dat niemand gelooft dat het door mij komt, dat ik het maak. Het is immers maar toeval. Maar goed, dat is ook mijn uitgangspunt.

Wat doet het?
Het doet wat het doet. Mij doet het altijd veel, omdat ik intuïtief herhaald zie, wat ik al gezien heb (noem het een déjà vu). Ik was dan ook oprecht verbaasd over wat er “lag”. Wat het met mij doet, is dat ik er vertrouwen uit put, de thema’s voor de bijeenkomst kan benoemen en het me verzekert van concreet resultaat.

Verder is het ook het letterlijk “oproepen van beelden uit het onderbewuste”: in de kaart die ik hanteer: van groen naar geel. Vervolgens leg ik het terug, faciliteer ik de beweging van beeld, betekenis naar de groep, het onderbewuste. Ik deel mee, letterlijk, deel de kaarten, en figuurlijk, de figuren op de kaarten delen mijn betekenis mee, en deelnemers nemen deel. Ik doe dus wat ik zeg, ik faciliteer. In het gesprek met elkaar, sluiten we de driehoek: evalueren, toewijzen van waarden aan concrete zaken, in de dit geval de plaatjes.

Hoe werkt het voor de deelnemers van de sessie van gisteren?
Voor de deelnemers is het heel verschillend. De een zal het negeren, de ander ergert zich eraan, sommigen zijn gefascineerd, anderen denken, “hé, wat praktisch”, sommigen menen, “wat een lef”, soms herkennen ze zich zelf of een ander methode; en wanneer je vaker met me gewerkt hebt: “typisch Jan”. “Never a dull moment met Jan“, zegt een goede kennis van me. Wat ik ter plekke doe, is dat allemaal toestaan. En dat – denk ik dan – maakt dat deelnemers zich gehoord voelen, vertrouwd raken. Ik deel mee, letterlijk, en deelnemers nemen deel. Ze zien iemand iets “verkeerd” doen (ik neem “omkeren” van kaarten ook letterlijk) en ervaren dat dat kan. Dat maakt vrij, geeft keuze, mogelijkheden. Daardoor beïnvloed ik de stemming. Uiteindelijk is het afwachten of het werkt, maar met deze mensen, is dat meestal niet zo’n probleem.

Dat maakt het voor mij zo belangrijk dat je kunt vertrouwen, op je zelf, op de groep, op gebeurtenissen en op wat werkt, ondanks dat het soms verwarrend, onduidelijk, ambigue of dubbelzinnig is. En dat was de boodschap die ik wilde overbrengen. Nu aan het werk.

Nawoord
Na deze twee post was ik toch op de site van de Tarot-kaarten. Ik besloot een dagkaart te trekken: “pentagrammen drie“, de beproeving met succes doorstaan”.

Synchroniciteit – 1

synchroniciteitGisteravond had ik een bijeenkomst met facilitators en project managers. De vraag was of en hoe we een komend congres konden ondersteunen met faciliteren. Het was mij al duidelijk geworden, dat we grote verschillen zouden moeten overbruggen, hoewel de stemming ontspannen was. Er werd ons gevraagd onszelf te introduceren en te vertellen wat onze expertise is. De mijne is werken met synchroniciteit. Dus tijdens het voorstellen – het was geen rondje, zoals één van de collega’s voorstelde – begon ik de Tarot-kaarten te schudden. Ik wacht dan op het moment dat ik uitgenodigd word. Iemand noemde “Gemini“, waarop ik zei: “Tweelingen?“, waarop hij zei: “Jan!“.

In een volgende bijdrage zal ik toelichten hoe dit werkt en dat het niets met geloven te maken heeft. Het is een spel van intuïtie en doen, van irrationeel –> bewust naar rationeel —> onbewust en vice versa. Het is een ongemakkelijke methode en niet iedereen heeft er gelijk vertrouwen in. Ook moet je kunnen afzien van logische verklaringen; die zijn er niet. Elke verklaring doet eigenlijk afbreuk, maar er zijn wel een aantal opmerkelijke aspecten.

Ik zei mijn naam, dat ik faciliteerde en dat ik met synchroniciteit werkte. Dat werkt als volgt: ik leg de kaarten en kijk wat er zich aandient. Vervolgens legde ik een kruis – ik wilde eigenlijk een Keltisch Kruis leggen, maar daar was te weinig tijd voor, dus maakte ik een christelijk kruis. Ik draaide de kaarten om, van links naar rechts en van boven naar beneden. Wie schetst mijn verbazing dat er zich het volgende toonde.
Introductie

Links, verleden. Pentagrammen 2, Ontdekkingsspel, nieuwe projecten opstarten, kinderziektes. Op internet vinden we onder meer: “de jongeman hanteert blijmoedig de wisselvalligheden van het element aarde. Het is een leerproces (jong-leren).” “De lemniscaat (liggende 8), symbool van het oneindige, benadrukt op de diepgang die in het speelse bestaan en in doodgewoon plezier schuilt en is ook een symbool van evenwicht en harmonie.” “Hoewel Pentakels 2 dus op het eerste gezicht op twijfel lijkt te wijzen, gaat het in wezen om balans. En vertrouwen.”

Centraal, hier en nu, hier gaat het me om. Bekers 8: Het Loslaten. Breken met idealen en waarden, op zoek naar het geluk; bewust afscheid nemen van een levensstijl. Let ook op dat 8 de lemniscaat is. Op internet: “Vanwege een gemis – de ontbrekende beker – op weg naar de bergen, de wijsheid.” “Deze man onderneemt dus bewust actie, om iets aan zijn gemis te willen gaan doen en de oorzaak van dit gevoel weg te nemen. Hij weet nog niet wat hij precies zoekt, maar dit wordt hem mettertijd wel duidelijk (gemaakt).”

Rechts: in de toekomst. De Keizerin 6: Ik verzamel. Staat voor ‎productieve waarden, weelde, evolutie, vruchtbaarheid; de zakenvrouw. Op internet: “In kaart III (een andere ordening, hier 2 keer 3) van de Grote Arcana wordt de Heilige 3-éénheid (lichaam, ziel en geest óf moeder, vader en kind óf het bewuste, onbewuste en bovenbewuste óf Vader, Zoon en Heilige Geest) voor het eerst verenigd. De Keizerin, de eerste III, is dan ook dé groeikaart van de Grote Arcana.” “De Keizerin => Moeder Aarde, groei, vruchtbaarheid, hoorn des overvloeds, koningin van het Leven en keizerin der Liefde. De lucht is geel: energiek, inspirerend en ruimtelijk. Alles leeft en bloeit: gewassen, graan, alles duidt op rijping en groei (van de Ziel). De energie van deze kaart is voortplantingsenergie, geestelijke ontwikkeling; groei van de Mens zelf.”

Boven, van boven: De Kracht 11: ik wil, volharding ondanks hindernissen. Moet ik nog op wijzen op de 8, kr8tig. (Hier heeft de kaart nummer 11, in andere Tarot-kaarten is het de 8). Op internet: “De Kracht maakt duidelijk dat het niet de bedoeling kan zijn onze instincten en diepste verlangens achter een net masker te verbergen, maar dat we ze moeten verwelkomen en op een goede manier leren gebruiken. In ons werk kunnen we ons met hartstocht aan onze taken wijden, dit is een fase van scheppingskracht en grote motivatie.” “In ons werk kunnen we ons met hartstocht aan onze taken wijden, dit is een fase van scheppingskracht en grote motivatie. Op het niveau van bewustzijn geeft de kaart een ingrijpende transformatie aan, ons beschaafd bewustzijn en onze dierlijke instincten vinden elkaar.”

Onder, van onder De Gematigdheid 13: ik ga over, bemiddeling ( = faciliteren). Verder zie ik een zekere overeenkomst met Pentgrammen 2: de asymmetrische houding, de wisselwerking tussen twee kanten, het evenwicht, de lichtvoetigheid… Op internet vond ik, nadat ik het voorgaande schreef: “Harmonie te midden van verandering. Wanneer Pentakels 2 en Matiging samen verschijnen versterken ze elkaar in grote mate.” Verder: “De Gematigdheid toont gevoelde vreugde wanneer we gezond zijn en in innerlijk evenwicht. De kaart symboliseert ‘de juiste maat’. Indien van toepassing vertegenwoordigt deze kaart ook genezing en beter worden.”

Gegrondvest in: Het Universum 21, de laatste, Ik ben het Al, beloning voor hard werken. De uitgang wordt gevonden. beloning voor hard werken. Op internet trouwens ook nog: “Op het terrein van gebeurtenissen staat De Wereld voor gelukkige tijden, waarin we van ons bestaan kunnen genieten. Deze kaart kan ook betekenen dat we internationaal contact hebben of (gaan) reizen.”

Ons vastgeroeste denken

Toets je aannames. Dit stukje heeft het helaas niet gehaald in hoofdstuk 7, maar is belangrijk genoeg om hier te bespreken. Ook omdat ik in het tweede deel van deze post een interessante onderbouwing geef.

We hebben de neiging om op basis van aannames – motieven, waarden, normen, gevoelens, ervaringen – conclusies te trekken uit de gegevens en de conclusies te verifiëren. Dit heet wel ‘the ladder of inference’ van Chris Argyris: we handelen op basis van conclusies die we trekken uit een selectie van de gegevens, waarbij we de achterliggende aannames – voor het gemak – vergeten. Selecteren doen we op basis van onze werkelijkheidsvoorkeur. Dat is de gekleurde bril waardoor we kijken. Je werkt altijd vanuit een perceptie of beeld van de werkelijkheid en je moet je eigen wereldbeeld kennen om even pas op de plaats te maken. In een gesprek goed luisteren, betekent ook luisteren naar je eigen innerlijke stem.

Mensen hebben de neiging hun conclusies te verifiëren en niet hun aannames. Patronen, gewoontes zijn geweldige hulpmiddelen in het overleven, maar ze beperken ons vermogen om te innoveren, te scheppen en te veranderen. Ik las het volgende bij Michalko, onderzoek naar (het gebrek aan) creativiteit, wanneer we iets hebben wat werkt.

Wanneer we weten wat werkt, kunnen we maar moeilijk iets anders bedenken. We hebben ook de neiging om wat we hebben geleerd NIET kritisch te onderzoeken. De Britse psycholoog Peter Watson, gaf mensen de volgende reeks cijfers:

2… 4… 6…

Hij vroeg ze vervolgens om hem zo veel mogelijk vragen te stellen om de regel achter deze volgorde van cijfers te ontdekken. Ze moesten dat doen door steeds drie cijfers te noemen. Vragen stond vrij, het ging niet om aantallen goede of foute antwoorden.

In vrijwel alle gevallen vroegen mensen in eerste instantie: “4, 6, 8” of daarmee vergelijkbaar. Watson zei dan “ja, dat is een voorbeeld van de regel”. Daarna zeiden de meesten mensen iets als: “20, 22, 24″ of “50, 52, 54″, steeds het cijfer met twee ophogend. Na een aantal pogingen waren de deelnemers er zeker van dat de regel was: “ophogen met twee”, zonder verdere alternatieven te onderzoeken.

De regel die Watson hanteerde was veel eenvoudiger: de getallen liepen op. Het had ook 1, 2, 3 of 10, 20, 40 of 400, 678, 10944 kunnen zijn. Het testen daarvan zou bijvoorbeeld met 1, 2, 3 kunnen, wat volgens Watson correct was. Ook viel op dat vrijwel niemand een aflopende reeks probeerde, bijvoorbeeld 6, 4, 2 om te kijken of dat fout was. Ook probeerde niemand een willekeurige reeks cijfers, ondanks dat die informatie veel meer over de achterliggende regel zou zeggen.

Watson ontdekte dat de meeste mensen keer op keer naar dezelfde informatie zoeken, zonder te zoeken naar alternatieven, zelfs niet wanneer een vraag met een negatief antwoord niet bestraft zal worden. In honderden experimenten vond hij, ongelofelijk maar waar, nooit iemand, die spontaan een alternatieve hypothese uitprobeerde, keek of de veronderstelling NIET waar was. Niemand ging op zoek naar een eenvoudigere, onderliggende regel. Dit is, aldus Michalko, volgens Einstein het verschil tussen hem en een gewoon mens: bij het zoeken naar een naald in een hooiberg, stoppen gewone mensen met zoeken, wanneer ze er één gevonden hebben. Einstein zou niet rusten voor hij de hele hooiberg doorzocht had op alle naalden.

Hou bij de intake en het ontwerp van je sessie dus rekening met de neiging – ook bij jezelf – om in oude patronen te vervallen en niet te zoeken naar echte informatie: informatie die verwart, ontkend, onduidelijk is of gewoon verkeerd. Het woord “verkeerd” is in dit verband grappig: verkeerd is wanneer we niet keren.

Dit is, denk ik dan, waarom we bijvoorbeeld in een kredietcrisis raken. Iedereen zoekt de oplossing op de plaats waar we de huidige oplossing gevonden hebben en niemand stelt onze aannames ter discussie. Pas wanneer er helemaal niets meer werkt, of wanneer we een vergissing maken, laat ik dat niet uitsluiten, komen we er achter dat de oplossing al die tijd al voorhanden was. Zo simpel, dat we later niet kunnen verklaren waarom we haar niet zagen.

Vragen om verwarring

Faciliteren houdt in: omgaan met verwarring, onduidelijkheid, twijfel en vragen.

Onze hersenen houden niet van verwarring en zoeken naar verklaringen. We zijn gewend, hebben geleerd of de gewoonte om een eind te maken aan een toestand van verwarring. Mensen hebben behoefte aan veiligheid, duidelijkheid, zekerheid. Alleen wanneer alles duidelijk is, kunnen we iets doen, menen er velen. Om aan twijfel een eind te maken bestaan twee verschillende werkwijzes: de eerste is vertrouwen stellen in een autoriteit; de tweede is de twijfel als instrument gebruiken.

1. Vertrouwen op anderen, een ander die een einde maakt aan verwarring. Dit kan een ouder zijn, een leider, manager, adviseur; we vragen het een specialist, trainer of coach. We kunnen ook vertrouwen op god, goden, het lot. Deze werkwijze is iets of iemand geloven, volgen, vertrouwen. Wanneer iemand iets duidelijk uitlegt, zeggen we ook wel: “ik kan je volgen”. Een groep geeft zekerheid – there is safety in numbers. Wanneer miljoenen mensen hetzelfde geloven, dan biedt dat wat meer zekerheid. En wanneer dat niet zo blijkt te zijn, dan hebben we een dubbelslag: iedereen heeft dezelfde fout gemaakt en we kunnen het die ander verwijten.

Vertrouw op mij: kom naar de inscholing, waarin ik duidelijkheid verschaf over het boek Faciliteren als Tweede Beroep.

2. Vertrouwen op verwarring. De tweede werkwijze laat de verwarring voortduren. Dan gebruiken we twijfel als instrument, om te experimenteren, te onderzoeken. Leren, denk ik dan, volgt uit twijfel. Daarom zit er weerstand op leren; de weerstand van de twijfel, de verwarring. Pierce – de Amerikaanse filosoof, aartsvader van het pragmatisme – noemt dit de wetenschappelijke methode. Twijfel is niet uit te bannen, de waarheid beperkt zich tot wat we voor waar nemen. In een groep kunnen de deelnemers elkaar duidelijkheid verschaffen en daardoor vertrouwen in elkaar krijgen. Vertrouwen in elkaar dat we met elkaar om kunnen gaan met verwarring, verandering. Dit is de werkwijze van het faciliteren.

Vertrouw op jezelf: kom naar de inscholing, waarin ik verwarring verschaf over het boek Faciliteren als Tweede Beroep.

Een facilitator dient om te kunnen gaan met verwarring, onzekerheid en twijfel; niet door een oordeel te vellen, een advies te geven of te verduidelijken, maar door in woord en gebaar bij de groep in verwarring te blijven. De groep, het team, zal het zelf moeten uitvinden, oplossen, verduidelijken. De facilitator stelt vragen en het kenmerk van een goede vraag is dat het antwoord luidt: “ik weet het niet”. De facilitator schept ruimte en tijd om met elkaar te onderzoeken, te experimenteren, te leren. Een paar tips:

  • Bereid je vragen goed voor. Let erop dat het open vragen zijn (W/H-vragen, als in Wat…? en Hoe….? maar bij voorkeur geen Waarom?); dat ze geen ontkenningen bevatten (Dus niet: “wat wil je niet …”); dat de vraag in eerste instantie geen kwalificatie bevat (Dus niet: “Wat zijn de twee beste ….?”) en geen dubbele vragen (en zeker geen “Welke wel … of geen …”)
  • Stel vragen en vraag door bij antwoorden. Gebruik daarbij dezelfde woorden als de ander. Dus bijvoorbeeld bij: “er ontbreekt visie”, doorvragen met “Visie waarop?” of “Visie waarover?” of “Wiens visie ontbreekt” of “wat ontbreekt er aan de visie?”.
  • Herhaal, wanneer deelnemers je vraag onduidelijk vinden, je vraag letterlijk. De ander heeft tijd nodig om iets te begrijoen en een andere verwoording vergroot de verwarring. Vraag eventueel na herhaling iets van “Wie kan het uitleggen?”
  • Herhaal antwoorden en vragen van deelnemers letterlijk. Vermijd interpretatie. Wanneer iemand zegt “ik ben bang …” herhaal dan “waar ben je bang voor…” en en niet “waar voel je nog meer angst voor …”. Hetzelfde geldt voor een woord als “poen”, “budget”, “centen” of “kapitaal”; onderdruk je neiging om er “geld” van te maken. (Wellicht maakt de druk van de verwarring dat onze hersenen trachten met een eigen verklaring , een eigen framing, te komen
  • Herhaal bij voorkeur een gestelde vraag ook letterlijk: geef niet gelijk antwoord. Iemand die in verwarring verkeert kan ook geen adequate vraag stellen. Ondersteun de ander bij het verwoorden van de vraag.

Voor de wat oudere kijkers. Soap was een Amerikaanse TV-serie waarin en loopje genomen werd met de klassieke “soaps”. Een vaak verkeerd geciteerde uitspraak is de stem aan het begin van elke aflevering, waarin een samenvatting gegeven werd van de plot tot nu toe. Een verwarrend verhaal, beëindigt met de belofte dat deze aflevering een einde zal maken aan de verwarring.

“Confused? You won’t be, after this week’s episode of…Soap” – Soap.

Onregelmatig corrigeert men mijn quote: . Meestal herinnert men zich “you will be…”. Aan het eind van elke aflevering werden allerlei vragen gesteld, met de belofte deze te beantwoorden in de volgende aflevering. Dat gebeurde niet, nooit.