Tag Archive for vierkant

Paradox van scheppen = splitsen

appel peer paradoxGeleidelijk aan krijg ik grip op de weerbarstige materie van de paradoxen. Paradoxen zijn schijnbare tegenstellingen. Ze zijn niet ontstaan als bijproduct van ons denken of onze taal, maar ze zijn het ontstaan. In de betekenisleer wordt gedacht dat we weten wat iets is, bijvoorbeeld een appel, omdat het niet iets anders is, bijvoorbeeld een peer. Een peer is geen appel. Echter, dezelfde redenering leidt tot “geen peer” is een “appel”. Maar broccoli is geen peer en ook geen appel. Irritant. Inderdaad. Hier is een antwoord op een mail van Danielle.

“Klinkt goed, het fenomeen van de paradoxale krachten vind ik vanuit het creatieve proces gezien blijvend fascinerend, ..”

Paradoxen zijn equivalent aan energie. We ervaren paradoxen niet rechtstreeks, maar – inderdaad – door de krachten die ze “vertonen” (let op het dubbelzinnig woordgebruik).

Het creatieve proces zelf is een paradoxaal fenomeen en wel op twee manieren. Allereerst is creativiteit één kant van het paradoxale paar creativiteit – destructie. Bij elke creatie vindt ook vernietiging plaats. De destructieve kant herkennen we in “conservatieve krachten”, weerstand tegen vernieuwing. Vernietigen en scheppen “kost” energie, de zogenaamde “vrije energie”. Deze vrije energie is in staat om werk te verrichten.

Ten tweede maakt elke paradox ook energie vrij. Deze “vrije energie” schept zich zelf in de vorm van een nieuwe paradox. De eeuwige transformatie, de eeuwige cyclus geboorte –> ontwikkelen –> vernieuwen –> sterven –> geboorte –> . Met andere woorden, creativiteit als fenomeen is ook een resultaat van een paradox.

100px-Aries.svgElke schepping, elke creatie, is altijd ook een splitsing. Ik las laatst dat in de Bijbel men het Hebreeuwse woord “bra” als schepping vertaald heeft. Maar “bra” betekent ook verdelen, splijten of splitsen. Scheppen “is” het scheiden van boven en onder, hemel en aarde, licht en donker, goed en kwaad, vrouw en man, hoed en schoenen, … . Het teken voor splitsing in de astrologie is Ram, duidelijk een splitsing en ook het begin van het (zonne)jaar.

Tegelijkertijd is het maken van een onderscheid de enige noodzakelijke voorwaarde voor een paradox. Dat leert “Laws of Form” ons. De paradox uit zich in het fenomeen dat deze wereld zich zelf schept. Er bestaat geen verschil tussen de evolutie-theorie en het bestaan van god, wanneer god samenvalt met het heel-al, alles. Omdat wij een onderdeel van de evolutie/schepping zijn, kunnen we het niet bevatten. Immers, dan zou een deel het geheel bevatten. Vandaar het mysterieuze gevoel van het mysterie. En de noodzaak om ons zelf in eerste instantie af te splitsen, te dissociëren, en vervolgens te helen, met behoud van het numineuze. Ik gebruik het woord numineus, omdat jij het woord fascinerend gebruikt. Numineus betekent fascinerend en angstwekkend, aldus Otto en Jung.

“… dissociatie, Het leren waarnemen van je eigen waarneming, splitsing van objectief versus subjectief.. etc. Het wil nog niet zeggen dat ik een beeld heb bij hoe e.e.a. wordt ingezet in de praktijk maar daar ben ik wel benieuwd naar.”

De beschrijving van de inzet in de praktijk beschrijf ik in mijn boek “Faciliteren als Tweede Beroep”: het is een meta-praxis, een reflectie op de praktijk. De inzet in de praktijk, kan alleen in de praktijk, vandaar dat we de leergang Kunstmest hebben. “Faciliteren”, zei laatst een project manager in een moment van inzicht, “moet je mee maken.”.

Wel of geen vrije wil

Paradoxaal vierkant voor vrije wilRecent vlamde het debat over het al dan niet bestaan van de vrije wil weer op. Naar aanleiding van boeken als “Wij zijn ons Brein” van Swaab, onderzoeken we of mensen al dan niet “vrij” zijn in hun keuzes. Is alles vastgelegd, bepaald of gedetermineerd door omstandigheden? Sturen onze hersenen ons aan? Of bestaat er keuzevrijheid? De discussie is al ouder dan het prijswinnende essay van Schopenhauer (“Nee, de vrije wil bestaat niet, maar dat ontslaat niemand van de verantwoordelijkheid voor zijn daden”). Wanneer een discussie over of-of ontstaat, is dat een zeker teken van een onderliggende paradox, een schijnbare tegenstelling. De pogingen om die paradox op te lossen, levert de energie voor de discussie. Het feit dat het onderwerp geen conclusie krijgt – hoogstens een geloof, een axioma, een veronderstelling of een niet te weerleggen hypothese – bevestigt de paradoxale natuur van de kwestie. Net als deze quote van Singer:

We must believe in free will — we have no choice. I.B. Singer

Het al dan niet vrije wil is een mooi voorbeeld van een paradoxale tegenstelling. Met behulp van het Semiotisch Vierkant (p. 39) kan ik de werking illustreren.

  1. In de linker bovenhoek (1a), zetten we het onderwerp “vrije wil” (of een vergelijkbaar begrip als “zelf”).
  2. Naar beneden plaatsen we dan de analoge ontkenning (1b), “onvrije wil“. Samen vormen ze één geheel, de vrije en de onvrije wil vullen elkaar aan.
  3. Diagonaal plaatsen we de digitale ontkenning (0b), “niet vrije wil“. Deze twee ontkenningen heffen elkaar op. De digitale ontkenning wordt ook geïmpliceerd door de analoge ontkenning. “onvrij” is heel goed te vergelijken met “niet vrij” en “niet vrij” kunnen we heel goed ongeveer gelijkstellen aan “onvrij”. Hetzelfde geldt mutatis mutandis voor “onzelf” en “niet zelf”.
  4. Dan kunnen we het complement naar boven toe invullen (0a): “niet onvrij“. De onvrije en de niet onvrije wil vormen samen weer één geheel.
  5. De paradox blijkt uit de pogingen om terug te keren naar “vrije wil”. Het “ontkennen van niet vrije wil” is niet hetzelfde als “bekennen van vrij wil”. Zelf is niet hetzelfde als de ontkenning van niet-zelf. Deze spanning maakt ons vrij. Deze spanning, de pogingen om dit “dilemma” op te lossen, vormt de bron van onze vrijheid en van onze onvrijheid.

Hebben mensen een vrije wil? Jazeker. Hebben mensen geen vrije wil. Dat ook! Het is allebei, alleen niet tegelijkertijd. Soms laten we ons voortdrijven op de impulsen van ons brein of de golven van een publieke opinie. Soms grijpen we in, kiezen we voor onszelf en roeien tegen de stroom in. Wat maakt dat we dat doen? Dat kunnen we niet weten. Wat als een paal boven water blijft staan, is dat we niet loskomen van de verantwoordelijkheid voor de gevolgen – ook de niet-intentionele gevolgen – van onze keuzes, onze handelingen. We determineren onszelf.