Tag Archive for Von Foerster

Legenda als metamodel

Brein als metafoor voor werkelijkheidsopvattingenIk kreeg van Danny Greefhorst de vraag of ik het model van Nedd Herrmann (HBDI) kende. Jazeker ken ik dat, al uit de jaren ’90. (Ik bespreek het in het boek op pagina pagina 129)

Ik gebruik een vierdeling al in mijn afstudeerscriptie (1984), omdat ik geleerd had dat managers een matrix die ingewikkelder is dan twee bij twee niet kunnen begrijpen. Vanuit Kolb’s leerstijlen via Herrmann ben ik tot de opvatting van McWhinney gekomen. Hij presenteert het viervoudige model op basis van zijn studie naar veranderprocessen. Op basis van de Analytische Psychologie, de fenomenologie en Laws of Form meen ik, dat een archetypische of oorspronkelijke dubbele tweedeling de structuur van het universum vormt. Vandaar dat alle modellen in basis uit een vierdeling bestaat (bij een driedeling is er vaak een achtergrond als “vierde”; vijf is de “kwintessence”, de combinatie van de vier; verfijndere indeling zijn prima).

De kritiek op het model van Herrmann ( http://skepsis.nl/hbdi/ ) herken ik ook. Ze geldt ook voor MBTI, Management Drivers, Insights … etc. (Niet voor het enneagram, dat is een echte hoax). Ik heb een onderzoeksrapport van Coffield e.a. waarin maar dan 100 (leer)modellen (in 13 groepen) onderzocht zijn, waaronder HBDI. Ik verwijs daarnaar in mijn boek (p 103). De validiteit / voorspelbaarheid van modellen over mensen is nooit meer dan 70%, hetgeen mij als natuurlijk overkomt. De breuk tussen Jung en Freud, niet veel mensen weten dat, heeft ook te maken met de stelling van Jung, dat elk model van de menselijke psyche gemaakt is door een mens en derhalve ook de kenmerken bezit van zijn of haar bedenker. Dit geldt ook voor modellen in de natuurkunde, maar die “herkennen” hun bedenker of uitvinder niet. Freud meende dat zijn model wel degelijk universeel was.

Ik ben zelf een aanhanger van het radicaal constructivisme : we vinden modellen uit (in plaats van ze te ontdekken – dat is de achterliggende gedachtefout, overigens ook in de natuurkunde, dat we een model ontdekken) omdat ze (voor ons) werken. Het is een andere verwoording van “werkelijkheid is wat werkt”. Hierin schuilt wel een fundamentele menselijke behoefte om de (onzekere) werkelijkheid te beheersen. Zoals we vroeger de goden aanriepen, zo hanteren we nu modellen. Vandaar, dat de goden ook weer de psychologische aspecten van de mens uitdrukken. En dat de modellen nooit alle menselijke gedrag kunnen verklaren. Het universum zelf, trekt zich niets van onze modellen aan. Net zo, als onze god of goden.

Herrmann presenteert zijn model (in ieder geval later) met nadruk als metafoor. En zo zijn alle modellen metaforen, godsbeelden. Vandaar, dat hij de gebieden ook aanduidt als A,B,C en D. Het door mij gepresenteerde model is eigenlijk een “legenda” (lees ook”legendarisch“): de aanwijzing hoe een kaart of model te lezen. Het is een metamodel. En fractaal: binnen elk kwadrant, kan je weer een viervoudig model maken.

Werkelijk, werkelijkheid en relaties

Op mijn andere website, mind@work, weg van faciliteren – ik denk er over om daar alles in het Engels te gaan publiceren en deze te houden voor Nederlands, heb ik een item gepubliceerd over real, reality & relationships.

On my other site is an item about real, reality and relationship.

Vrijheid willen

Dit is een reactie op een blog Dagelijks Theater
Bestaat de vrij wil? Misschien is het verstandiger te werken aan het bevrijden van “de wil” uit handen van de mens! Zelf meen ik dat “de vrije wil” een mereologische drogreden is. Uit mijn boek:

“De mereologische drogreden (Engels: fallacy) betreft een redenering, waarin een deel van een verschijnsel als verklaring voor het geheel gebruikt wordt. Hersenen maken deel uit van een mens net zoals een auto een motor heeft. Een auto heeft een motor nodig om te bewegen en een mens heeft hersenen nodig om te leven. De motor verklaart niet hoe of waar naartoe een auto beweegt net zo min als hersenen verklaren wat een mens beweegt. Een mens is niet zijn hersenen net zomin als een auto slechts een motor is. Mensen denken, auto’s rijden. Toch spreken de meeste mensen, inclusief (hersen)onderzoekers en filosofen, over het denken of voelen van de hersenen. Wanneer we pijn voelen, bijvoorbeeld omdat we te lang hebben zitten typen, zijn bepaalde gebieden in de hersenen actief (net zoals de vingers, overigens). Wetenschappers tonen vervolgens aan dat die pijncentra ook ‘oplichten’ wanneer we plaatjes zien van rugpijn, of woorden lezen die vertellen dat iemand rugpijn heeft. Dus constateren velen, doen de woorden pijn en voelen we dat in de hersenen.”

Leven “wil”, of om met Spinoza te spreken: ieder levend wezen (of eigenlijk elk systeem) wil zich handhaven. Alleen door de wil kunnen we kennen. God, of de Naturende Natuur, is dus de Willende Wil. We bidden immers: “Uw Wil geschiedde”. Met de wil duiden we – zeker in de betekenis van Schopenhauer en Nietzsche – deze universele levenskracht aan. Het is Gods wil, zeggen we wel. Maar met de wil duiden we ook iets specifieks aan: “ik wil een koekje”. Kinderen hebben een eigen willetje. Vrijheid is ook een paradoxaal begrip, mede omdat we vrijheid trachten te bereiken door onvrijheid te ontkennen (zie het voorstuk, kopje paradoxen in mijn boek). De vrije wil “an sich” bestaat niet. Het is altijd een attribuut of aspect van gedrag, een oordeel van de waarnemer. Maar dat wil niet zeggen dat we dit attribuut als verklaring voor het gedrag kunnen gebruiken.

Ik huldig altijd een pragmatisch, fenomenologisch standpunt: de werking, het resultaat of het effect van het gebruik van een term, is alles wat we kunnen weten van “de vrije wil”. Vanuit dat standpunt merk ik op dat we over het algemeen de vrije wil gebruiken als een verklaring over onze verantwoordelijkheid voor keuzes. Wanneer een keuze niet “uit vrij wil” is, zijn we niet of minder verantwoordelijk. Persoonlijk meen ik dat we ons deze luxe niet kunnen veroorloven. “Gewild of ongewild, kiezen is aanwezig.” Niet kiezen is geen optie of ook een keuze.

Handle stets so, daß die Anzahl der Wahlmöglichkeiten größer wird. – Heinz von Foerster

Wat relevant is voor faciliteren: draag er zorg voor dat de deelnemers uit vrije wil kunnen kiezen. Ook dienen de deelnemers vrij te zijn in het al dan niet meedoen aan een bijeenkomst. Op niet meedoen mag in principe geen sanctie staan. Het criterium voor de beste keuze, is dat ze het aantal keuzes vergroot. De wil wil bevrijdt.